Vóór er een jaar verstreken was, waren er, behalve Redwood's
pionier-voertuig, een heel aantal motor-kinderwagens te zien in het
westen van Londen. Men heeft mij verteld, dat er wel zeven waren; doch
een zeer nauwkeurig onderzoek wijst uit, dat er slechts zes waren in de
Hoofdstad te dien tijde. Het scheen dat het goedje verschillend werkte
op verschillende constituties. In het begin leende Herakleophorbia zich
niet tot inspuiten, en het is boven allen twijfel verheven dat er een
groot aantal menschelijke wezens niet in staat zijn deze stof in zich
op te nemen en op de normale wijze te verteren. Het werd bijvoorbeeld
gegeven aan den jongsten zoon van Winkles; doch hij schijnt even weinig
in staat geweest te zijn tot groeien, als,--zoo Redwood tenminste
gelijk had--, zijn vader tot kennis in zich opnemen. Weer anderen
werden er, volgens de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van
Bomvoedsel," op de een of andere onverklaarbare wijze door verdorven,
en stierven reeds in het begin aan kinderkwaaltjes. De jongens van
Cossar namen het in zich op met verbazingwekkende gulzigheid.
Natuurlijk komt iets als dit nooit in het leven van een mensch met
absolute eenvoudigheid van toepassing; groei, in het bijzonder,
is een ingewikkeld iets, en alle generalisaties moeten uit den aard
der zaak een weinig onnauwkeurig zijn. Doch de algemeene regel van
het Voedsel leek dèze te zijn: dat als het organisme het in zich kòn
opnemen op de een of andere manier, het dit in alle gevallen nagenoeg
even sterk stimuleerde. Het vermenigvuldigde het groeicijfer van zes
tot zeven malen, en daar bòven ging het niet, hoeveel van het Voedsel
ook verder genomen werd. Te groote hoeveelheden van Herakleophorbia,
toegediend boven het noodige minimum, leidden, zooals men bevond,
tot ziekelijke storingen in de spijsverteringsorganen, tot kanker en
gezwellen, beenverhardingen en dergelijke. En als de groei eenmaal
op groote schaal begonnen was, bleek het weldra dat men er slechts op
denzelfden voet mede kon doorgaan, en dat het onafgebroken toedienen
van kleine doses Herakleophorbia dringend noodig was.
Hield men er mede op, terwijl de groei nog in gang was, dan vertoonde
zich eerst een onbestemde rusteloosheid en benauwdheid, dan een
tijdperk van abnormaal veel eten,--zooals in het geval der jonge
ratten te Hankey--en dan kreeg het groeiende wezen een soort van
erge bloedarmoede, ging kwijnen en stierf. Planten leden op een
dergelijke wijze. Doch dit alles was alleen toepasselijk op het
groei-tijdperk. Zoodra de mannelijke staat bereikt was--in planten
openbaarde zich dit door de vorming van de eerste bloemknoppen--werd
de behoefte aan, en de lust naar Herakleophorbia minder, en zoodra
de plant of het dier volkomen volwassen was, hield alle behoefte aan
elken verderen toevoer van het Voedsel op. De plant of het dier was
dan als het ware geheel gevormd op de nieuwe basis. Het was zoo gehéél
hiernaar gevormd dat, zooals de distels van Hickleybrow en het gras aan
den duinkant reeds gedemonstreerd hadden, het zaad van dit dier of deze
plant reuzen-nakomelingschap voortbracht, even groot als de ouders.
En het duurde niet lang of de kleine Redwood, pionier van het nieuwe
geslacht, en het eerste kind van allen dat het voedsel at, begon in
de kinderkamer rond te kruipen, meubels te breken, te bijten als een
paard, te knijpen als een nijptang en reuzen-babytaal te stamelen
tegen zijn "paatje," en "maatje," en tegen zijn tamelijk onthutsten
en van ontzag vervulden vader, die dit kwaad in de wereld geschopt had.
Het kind was geboren met goede voornemens. "Padda zoet zijn, zoet
zijn," placht hij te zeggen, terwijl alles wat maar breekbaar was
voor hem uit vloog. "Padda" was zijn overzetting van Pantagruel, den
bijnaam dien Redwood hem gegeven had. En Cossar, zich niet storend aan
eenige Oude Oorkonden die hem zeer spoedig in moeilijkheden brachten,
ging, na een conflict met de plaatselijke bouw-verordening, op een
braakliggend stuk grond, dat grensde aan Redwood's huis, aan het
bouwen van een heerlijke, goed-verlichte speelkamer, schoollokaal
en kinderkamer voor hun vier jongens--zestig voet in het vierkant,
en veertig voet hoog.
Redwood vatte een ware passie op voor deze groote kinderkamer terwijl
hij en Cossar haar bouwden, en zijne belangstelling in kromme lijnen
ging aan het tanen, zooals hij nooit gedroomd had dat zij kòn tanen,
en maakte plaats voor belangstelling in de dringende behoeften
van zijn zoon. "Er zit heel wat in het behoorlijk in orde brengen
van een kinderkamer. Heel wat. De wanden, de dingen die er in zijn,
dit alles zal tot onzen nieuwen geest spreken, hier een beetje meer,
daar een beetje minder welsprekend, en hem al of niet duizenderlei
dingen leeren."
"Ligt voor de hand," zei Cossar, haastig naar zijn hoed grijpend.
Zij werkten eenstemmig samen, doch Redwood zorgde voor het grootste
gedeelte der opvoedkundige theorie die noodig was... Zij lieten de
wanden en het houtwerk verven met prettige, heldere kleuren; voor
het meerendeel voerde een, door een andere kleur wat warmer gemaakt,
wit den boventoon, doch er waren ook strepen heldere zuivere kleur
om de eenvoudige lijnen der constructie beter te doen uitkomen. "We
moèten zuivere kleuren hebben," zei Redwood, en liet op een plaats
een aardigen horizontalen rand ruiten aanbrengen, waarin purper en
karmozijn, oranje en geel, blauw en groen prijkten. Deze ruiten moesten
de reuzen-kinderen schikken en herschikken naar eigen genoegen. "Er
moeten versieringen volgen," zei Redwood; "laat ze eerst de rij
van al de tinten in hun hoofd prenten, dan kan dit weg. Er is geen
reden waarom wij hen zouden doen overhellen naar een bepaalde kleur
of dessin."
Vervolgens zei Redwood: "Het lokaal moet overal voor hen belangwekkende
dingen bevatten. Belangstelling is voedsel voor een kind en leegheid
kwelling en verhongering. Hij moet massa's prenten hebben!" Er
werden geen vaste prenten opgehangen in het vertrek, doch blanco
lijsten werden aangebracht, waarin steeds nieuwe afbeeldingen konden
gezet worden en van daar in een portefeuille gelegd, zoodra hunne
belangstelling erin begon te tanen. Er was één venster van waaruit
men de geheele lengte eener straat kon afzien, en dan had Redwood, om
hunne belangstelling nog te verhoogen, boven op het dak der kinderkamer
een camera obscura aangebracht, die uitzag op Kensington High Street
en op een deel van het Kensington Park.
In een hoek wachtte dat waardige werktuig, een rekentafel,--vier voet
in het vierkant, een speciaal versterkt stuk ijzer met afgerande
hoeken--, de eerste rekensommen der jonge reuzen. Er waren weinig
wollen lammeren en dergelijke speeldingen, doch inplaats hiervan had
Cossar op zekeren dag, zonder verderen uitleg, met drie vigilanten
een groot aantal speeldingen aangebracht (allen natuurlijk net iets te
groot om doorgeslikt te worden door de kinderen); deze dingen konden
worden opgestapeld, op rijen gerangschikt, in het rond gegooid; er
kon in gebeten worden, er waren er die konden klepperen en ratelen,
die tegen elkaar geslagen konden worden, die ze konden bevoelen,
uittrekken en opendoen, sluiten en verminken en proeven op nemen tot
in het oneindige. Er waren veel blokken hout in verschillende kleuren,
ovale en kubieke, blokken van glanzend porcelein, blokken doorschijnend
glas en blokken gomelastiek; er waren leien en griffels; kegels en
afgeknotte kegels, en verlengde spheroïden, ballen van verschillende
grondstof, massieve en holle, veel doozen van verschillende grootte en
vorm, met hengsel-deksels en deksels die er op moesten vastgeschroefd
worden, en een paar om op slot te draaien; er waren riemen van leer
en van elastiek, en een aantal grove en stevige voorwerpen, alle
even groot, die stevig konden staan, en de gedaante van een mensch
voorstelden. "Geef ze deze," zei Gossar. "Eén tegelijk."
Deze dingen schikte Redwood in een kist in een hoek. Langs den eenen
wand in het vertrek, op een behoorlijke hoogte voor een zes- of acht
voet lang kind, was een bord, waarop de kinderen konden teekenen met
wit en gekleurd krijt, en daar dichtbij een soort teeken-bloknoot,
waarop zij met houtskool konden teekenen, en dan was er een kleine
lessenaar, voorzien van groote timmerman's potlooden van verschillende
hardheid en een ruime voorraad papier, waarop de jongens eerst konden
krabbelen en daarna netter konden teekenen. En bovendien bestelde
Redwood, (want zóóver liep zijne verbeelding vooruit) bijzonder
groote tuben verf en verfdoozen, tegen den tijd dat zij noodig zouden
zijn. Hij sloeg een vat modelleer-klei in. "Eerst zullen hij en zijn
leeraar tezamen modeleeren," zei hij, "en als hij wat meer kent,
zal hij gipsen en misschien dieren namaken. En à propos, ik moet ook
een kist met gereedschap voor ze laten maken!"
"En dan nog boeken. Ik zal 'n massa boeken moeten uitzoeken, en wat
'n druk zal dàt moeten zijn. Wat genre van boeken zullen ze noodig
hebben? Hun verbeelding moet gevoed worden. Want deze is bij slot van
rekening toch maar de kroon van alle opvoeding. De kroon--zooals
gezonde gewoonten van geest en leven de troon zijn. Heelemaal
geen verbeelding staat gelijk met een dierlijken staat; een lage
verbeelding is wellust en lafheid; doch een edele verbeelding is God
die weder op aarde wandelt. Zij moeten ook droomen van een heerlijk
sprookjesland en van al de typische kleine dingen van het leven, als
ze zoover zijn. Doch hoofdzakelijk moeten zij hun geest voeden met de
heerlijke werkelijkheid; zij zullen verhalen hebben van reizen, de
geheele wereld door, reizen en avonturen, en hoe de wereld veroverd
werd. Zij zullen dierengeschiedenissen hebben, groote, duidelijke,
prachtige boeken over dieren en vogels, planten en kruipende wezens,
groote boeken over de eindeloosheden der lucht en de mysteriën der zee;
ze zullen de geschiedenis en kaarten hebben van al de rijken, die de
wereld heeft zien komen en gaan, afbeeldingen en verhalen van al de
stammen en de gewoonten en gebruiken der menschen. En dan nog moeten
ze boeken en prenten hebben om hun schoonheidsgevoel te ontwikkelen,
fijne Japansche afbeeldingen, om hen de fijnere schoonheid van vogel
en bloemenrank te doen liefhebben, en ook westersche afbeeldingen,
van mooigevormde mannen en vrouwen, lieve groepeeringen, en wijde
vergezichten van land en zee. Zij zullen boeken hebben van huizen en
paleizen; zij zullen zelven vertrekken ontwerpen en steden uitdenken"--
"Ik denk ze een klein theater te geven."
"En dan is er de muziek nog!"
Redwood dacht hier over na, en besloot dat zijn zoon het beste deed
te beginnen met een zuiver-klinkend harmonicon van één octaaf, dat
misschien later kon vergroot worden. "Hiermee zal hij eerst spelen,
er bij zingen en namen aan de noten geven," zei Redwood, "en daarna--?"
Hij keek op naar de vensterbank daarboven, en mat de grootte van het
vertrek met zijn oog.
"Ze zullen zijn piano hierbinnen in elkaar moeten zetten," zei
hij. "Haar in stukken hier binnenbrengen."
Hij bleef nog wat wijlen tusschen zijne voorbereidende maatregelen,
en leek temidden van al deze grootheid een peinzende, donkere, kleine
gestalte. Als ge hem daar hadt kunnen zien, zou hij u een tien-duims'
mannetje hebben toegeleken temidden van gewone kinderkamer-dingen. Een
groot dekkleed--in werkelijkheid was het een Turksch tapijt--van
vierhonderd vierkante voet, en waarop de jonge Redwood weldra zou
rondkruipen, strekte zich uit tot den met een rooster afgeschutten
electrischen radiator, die het geheele gebouw verwarmen zou. Een van
Cossar's mannen hing heel hoog tusschen de palen van een steiger, om de
groote lijst op te hangen waarin de te verwisselen schilderijen zouden
geschoven worden. Een vloeiboek voor plantensoorten, zoo groot als een
huisdeur, leunde tegen den wand, en uit dit boek stak een reusachtige
stengel, een rand van een blad en een bloem van het vogelkruid, allen
van die reusachtige grootte die Urshot weldra beroemd zoude maken,
de geheele botanische wereld door...
Een soort van ongeloovigheid beving Redwood, terwijl hij temidden
dezer dingen stond.
"Als het werkelijk doorgáát--" zei hij, naar het plafond daàr heel
hoog starend.
Uit de verte kwam een geluid, als het loeien van een Mafficking stier,
alsof het een antwoord op zijne gedachten was.
"Blijkbaar gaat alles nog geregeld zijn gang," zei Redwood. Er volgden
dreunende slagen op een tafel, gevolgd door een luiden kraaienden kreet
"Goeloe, Boezoe! Bzz...." "'t Beste wat ik doen kan," zei Redwood,
een anderen gedachtengang volgend, "is dat ik zelf hem onderwijs."
Het geklop werd hoe langer hoe heviger. Een oogenblik lang leek het
Redwood alsof er 't rythme inkwam van het dreunen eener machine--als
de machine van een zwaren langen trein van gedachten die op hem
afkwamen. Toen verbrak een opeenvolging van lichtere vluggere slagen
dezen gedachtengang, en werd eenige malen herhaald.
"Binnen," riep hij uit, bemerkend dat er iemand tikte, en de deur die
groot genoeg voor een kathedraal was, ging langzaam een eindje open. De
nieuwe kruk hield op te knarsen en Bensington verscheen in den kier,
goedaardig glimlachend onder zijn sterk-uitkomende kaalhoofdigheid
en over zijn bril.
"Ik heb 't er maar es op gewaagd om es te komen zièn," fluisterde hij,
op vertrouwelijken toon.
"Kom binnen," zeide Redwood, en dit deed hij, terwijl hij de deur
achter zich sloot.
Hij kwam naar Redwood toe met de handen op den rug, deed een paar
stappen en gluurde naar boven met een vogelachtige beweging van den
hals. Hij streek zich nadenkend over de kin. "Telkens als ik binnen
kom," zei hij op ingehouden toon, "treft het me als--"Groot".
"Ja," zei Redwood, zijn oog eveneens nog eens over alles latend dwalen,
alsof hij trachtte den zichtbaren indruk vast te houden. "Ja, gróót
zullen ze worden, daar kun je van op aan."
"'k Geloof het ook," zei Bensington, met iets bijna eerbiedigs in
zijn stem. "Héél groot."
Zij keken elkander aan, bijna angstig.
"Ja, héél groot," zei Bensington, zich over den rug van zijn neus
strijkend, en met één oog Redwood twijfelachtig aankijkend, alsof
hij verwachtte op zijn gelaat nog een bevestiging te zien zijner
eigen woorden. "Allemaal--vrééselijk groot. 't Is me alsof ik 't me
niet kan voorstellen--zelfs al zie ik dit--hoe groot ze allemaal wel
zullen worden."