VI.

Vóór er een jaar verstreken was, waren er, behalve Redwood's

pionier-voertuig, een heel aantal motor-kinderwagens te zien in het

westen van Londen. Men heeft mij verteld, dat er wel zeven waren; doch

een zeer nauwkeurig onderzoek wijst uit, dat er slechts zes waren in de

Hoofdstad te dien tijde. Het scheen dat het goedje verschillend werkte

op verschillende constituties. In het begin leende Herakleophorbia zich

niet tot inspuiten, en het is boven allen twijfel verheven dat er een

groot aantal menschelijke wezens niet in staat zijn deze stof in zich

op te nemen en op de normale wijze te verteren. Het werd bijvoorbeeld

gegeven aan den jongsten zoon van Winkles; doch hij schijnt even weinig

in staat geweest te zijn tot groeien, als,--zoo Redwood tenminste

gelijk had--, zijn vader tot kennis in zich opnemen. Weer anderen

werden er, volgens de "Vereeniging tot Algeheele Onderdrukking van

Bomvoedsel," op de een of andere onverklaarbare wijze door verdorven,

en stierven reeds in het begin aan kinderkwaaltjes. De jongens van

Cossar namen het in zich op met verbazingwekkende gulzigheid.

Natuurlijk komt iets als dit nooit in het leven van een mensch met

absolute eenvoudigheid van toepassing; groei, in het bijzonder,

is een ingewikkeld iets, en alle generalisaties moeten uit den aard

der zaak een weinig onnauwkeurig zijn. Doch de algemeene regel van

het Voedsel leek dèze te zijn: dat als het organisme het in zich kòn

opnemen op de een of andere manier, het dit in alle gevallen nagenoeg

even sterk stimuleerde. Het vermenigvuldigde het groeicijfer van zes

tot zeven malen, en daar bòven ging het niet, hoeveel van het Voedsel

ook verder genomen werd. Te groote hoeveelheden van Herakleophorbia,

toegediend boven het noodige minimum, leidden, zooals men bevond,

tot ziekelijke storingen in de spijsverteringsorganen, tot kanker en

gezwellen, beenverhardingen en dergelijke. En als de groei eenmaal

op groote schaal begonnen was, bleek het weldra dat men er slechts op

denzelfden voet mede kon doorgaan, en dat het onafgebroken toedienen

van kleine doses Herakleophorbia dringend noodig was.

Hield men er mede op, terwijl de groei nog in gang was, dan vertoonde

zich eerst een onbestemde rusteloosheid en benauwdheid, dan een

tijdperk van abnormaal veel eten,--zooals in het geval der jonge

ratten te Hankey--en dan kreeg het groeiende wezen een soort van

erge bloedarmoede, ging kwijnen en stierf. Planten leden op een

dergelijke wijze. Doch dit alles was alleen toepasselijk op het

groei-tijdperk. Zoodra de mannelijke staat bereikt was--in planten

openbaarde zich dit door de vorming van de eerste bloemknoppen--werd

de behoefte aan, en de lust naar Herakleophorbia minder, en zoodra

de plant of het dier volkomen volwassen was, hield alle behoefte aan

elken verderen toevoer van het Voedsel op. De plant of het dier was

dan als het ware geheel gevormd op de nieuwe basis. Het was zoo gehéél

hiernaar gevormd dat, zooals de distels van Hickleybrow en het gras aan

den duinkant reeds gedemonstreerd hadden, het zaad van dit dier of deze

plant reuzen-nakomelingschap voortbracht, even groot als de ouders.

En het duurde niet lang of de kleine Redwood, pionier van het nieuwe

geslacht, en het eerste kind van allen dat het voedsel at, begon in

de kinderkamer rond te kruipen, meubels te breken, te bijten als een

paard, te knijpen als een nijptang en reuzen-babytaal te stamelen

tegen zijn "paatje," en "maatje," en tegen zijn tamelijk onthutsten

en van ontzag vervulden vader, die dit kwaad in de wereld geschopt had.

Het kind was geboren met goede voornemens. "Padda zoet zijn, zoet

zijn," placht hij te zeggen, terwijl alles wat maar breekbaar was

voor hem uit vloog. "Padda" was zijn overzetting van Pantagruel, den

bijnaam dien Redwood hem gegeven had. En Cossar, zich niet storend aan

eenige Oude Oorkonden die hem zeer spoedig in moeilijkheden brachten,

ging, na een conflict met de plaatselijke bouw-verordening, op een

braakliggend stuk grond, dat grensde aan Redwood's huis, aan het

bouwen van een heerlijke, goed-verlichte speelkamer, schoollokaal

en kinderkamer voor hun vier jongens--zestig voet in het vierkant,

en veertig voet hoog.

Redwood vatte een ware passie op voor deze groote kinderkamer terwijl

hij en Cossar haar bouwden, en zijne belangstelling in kromme lijnen

ging aan het tanen, zooals hij nooit gedroomd had dat zij kòn tanen,

en maakte plaats voor belangstelling in de dringende behoeften

van zijn zoon. "Er zit heel wat in het behoorlijk in orde brengen

van een kinderkamer. Heel wat. De wanden, de dingen die er in zijn,

dit alles zal tot onzen nieuwen geest spreken, hier een beetje meer,

daar een beetje minder welsprekend, en hem al of niet duizenderlei

dingen leeren."

"Ligt voor de hand," zei Cossar, haastig naar zijn hoed grijpend.

Zij werkten eenstemmig samen, doch Redwood zorgde voor het grootste

gedeelte der opvoedkundige theorie die noodig was... Zij lieten de

wanden en het houtwerk verven met prettige, heldere kleuren; voor

het meerendeel voerde een, door een andere kleur wat warmer gemaakt,

wit den boventoon, doch er waren ook strepen heldere zuivere kleur

om de eenvoudige lijnen der constructie beter te doen uitkomen. "We

moèten zuivere kleuren hebben," zei Redwood, en liet op een plaats

een aardigen horizontalen rand ruiten aanbrengen, waarin purper en

karmozijn, oranje en geel, blauw en groen prijkten. Deze ruiten moesten

de reuzen-kinderen schikken en herschikken naar eigen genoegen. "Er

moeten versieringen volgen," zei Redwood; "laat ze eerst de rij

van al de tinten in hun hoofd prenten, dan kan dit weg. Er is geen

reden waarom wij hen zouden doen overhellen naar een bepaalde kleur

of dessin."

Vervolgens zei Redwood: "Het lokaal moet overal voor hen belangwekkende

dingen bevatten. Belangstelling is voedsel voor een kind en leegheid

kwelling en verhongering. Hij moet massa's prenten hebben!" Er

werden geen vaste prenten opgehangen in het vertrek, doch blanco

lijsten werden aangebracht, waarin steeds nieuwe afbeeldingen konden

gezet worden en van daar in een portefeuille gelegd, zoodra hunne

belangstelling erin begon te tanen. Er was één venster van waaruit

men de geheele lengte eener straat kon afzien, en dan had Redwood, om

hunne belangstelling nog te verhoogen, boven op het dak der kinderkamer

een camera obscura aangebracht, die uitzag op Kensington High Street

en op een deel van het Kensington Park.

In een hoek wachtte dat waardige werktuig, een rekentafel,--vier voet

in het vierkant, een speciaal versterkt stuk ijzer met afgerande

hoeken--, de eerste rekensommen der jonge reuzen. Er waren weinig

wollen lammeren en dergelijke speeldingen, doch inplaats hiervan had

Cossar op zekeren dag, zonder verderen uitleg, met drie vigilanten

een groot aantal speeldingen aangebracht (allen natuurlijk net iets te

groot om doorgeslikt te worden door de kinderen); deze dingen konden

worden opgestapeld, op rijen gerangschikt, in het rond gegooid; er

kon in gebeten worden, er waren er die konden klepperen en ratelen,

die tegen elkaar geslagen konden worden, die ze konden bevoelen,

uittrekken en opendoen, sluiten en verminken en proeven op nemen tot

in het oneindige. Er waren veel blokken hout in verschillende kleuren,

ovale en kubieke, blokken van glanzend porcelein, blokken doorschijnend

glas en blokken gomelastiek; er waren leien en griffels; kegels en

afgeknotte kegels, en verlengde spheroïden, ballen van verschillende

grondstof, massieve en holle, veel doozen van verschillende grootte en

vorm, met hengsel-deksels en deksels die er op moesten vastgeschroefd

worden, en een paar om op slot te draaien; er waren riemen van leer

en van elastiek, en een aantal grove en stevige voorwerpen, alle

even groot, die stevig konden staan, en de gedaante van een mensch

voorstelden. "Geef ze deze," zei Gossar. "Eén tegelijk."

Deze dingen schikte Redwood in een kist in een hoek. Langs den eenen

wand in het vertrek, op een behoorlijke hoogte voor een zes- of acht

voet lang kind, was een bord, waarop de kinderen konden teekenen met

wit en gekleurd krijt, en daar dichtbij een soort teeken-bloknoot,

waarop zij met houtskool konden teekenen, en dan was er een kleine

lessenaar, voorzien van groote timmerman's potlooden van verschillende

hardheid en een ruime voorraad papier, waarop de jongens eerst konden

krabbelen en daarna netter konden teekenen. En bovendien bestelde

Redwood, (want zóóver liep zijne verbeelding vooruit) bijzonder

groote tuben verf en verfdoozen, tegen den tijd dat zij noodig zouden

zijn. Hij sloeg een vat modelleer-klei in. "Eerst zullen hij en zijn

leeraar tezamen modeleeren," zei hij, "en als hij wat meer kent,

zal hij gipsen en misschien dieren namaken. En à propos, ik moet ook

een kist met gereedschap voor ze laten maken!"

"En dan nog boeken. Ik zal 'n massa boeken moeten uitzoeken, en wat

'n druk zal dàt moeten zijn. Wat genre van boeken zullen ze noodig

hebben? Hun verbeelding moet gevoed worden. Want deze is bij slot van

rekening toch maar de kroon van alle opvoeding. De kroon--zooals

gezonde gewoonten van geest en leven de troon zijn. Heelemaal

geen verbeelding staat gelijk met een dierlijken staat; een lage

verbeelding is wellust en lafheid; doch een edele verbeelding is God

die weder op aarde wandelt. Zij moeten ook droomen van een heerlijk

sprookjesland en van al de typische kleine dingen van het leven, als

ze zoover zijn. Doch hoofdzakelijk moeten zij hun geest voeden met de

heerlijke werkelijkheid; zij zullen verhalen hebben van reizen, de

geheele wereld door, reizen en avonturen, en hoe de wereld veroverd

werd. Zij zullen dierengeschiedenissen hebben, groote, duidelijke,

prachtige boeken over dieren en vogels, planten en kruipende wezens,

groote boeken over de eindeloosheden der lucht en de mysteriën der zee;

ze zullen de geschiedenis en kaarten hebben van al de rijken, die de

wereld heeft zien komen en gaan, afbeeldingen en verhalen van al de

stammen en de gewoonten en gebruiken der menschen. En dan nog moeten

ze boeken en prenten hebben om hun schoonheidsgevoel te ontwikkelen,

fijne Japansche afbeeldingen, om hen de fijnere schoonheid van vogel

en bloemenrank te doen liefhebben, en ook westersche afbeeldingen,

van mooigevormde mannen en vrouwen, lieve groepeeringen, en wijde

vergezichten van land en zee. Zij zullen boeken hebben van huizen en

paleizen; zij zullen zelven vertrekken ontwerpen en steden uitdenken"--

"Ik denk ze een klein theater te geven."

"En dan is er de muziek nog!"

Redwood dacht hier over na, en besloot dat zijn zoon het beste deed

te beginnen met een zuiver-klinkend harmonicon van één octaaf, dat

misschien later kon vergroot worden. "Hiermee zal hij eerst spelen,

er bij zingen en namen aan de noten geven," zei Redwood, "en daarna--?"

Hij keek op naar de vensterbank daarboven, en mat de grootte van het

vertrek met zijn oog.

"Ze zullen zijn piano hierbinnen in elkaar moeten zetten," zei

hij. "Haar in stukken hier binnenbrengen."

Hij bleef nog wat wijlen tusschen zijne voorbereidende maatregelen,

en leek temidden van al deze grootheid een peinzende, donkere, kleine

gestalte. Als ge hem daar hadt kunnen zien, zou hij u een tien-duims'

mannetje hebben toegeleken temidden van gewone kinderkamer-dingen. Een

groot dekkleed--in werkelijkheid was het een Turksch tapijt--van

vierhonderd vierkante voet, en waarop de jonge Redwood weldra zou

rondkruipen, strekte zich uit tot den met een rooster afgeschutten

electrischen radiator, die het geheele gebouw verwarmen zou. Een van

Cossar's mannen hing heel hoog tusschen de palen van een steiger, om de

groote lijst op te hangen waarin de te verwisselen schilderijen zouden

geschoven worden. Een vloeiboek voor plantensoorten, zoo groot als een

huisdeur, leunde tegen den wand, en uit dit boek stak een reusachtige

stengel, een rand van een blad en een bloem van het vogelkruid, allen

van die reusachtige grootte die Urshot weldra beroemd zoude maken,

de geheele botanische wereld door...

Een soort van ongeloovigheid beving Redwood, terwijl hij temidden

dezer dingen stond.

"Als het werkelijk doorgáát--" zei hij, naar het plafond daàr heel

hoog starend.

Uit de verte kwam een geluid, als het loeien van een Mafficking stier,

alsof het een antwoord op zijne gedachten was.

"Blijkbaar gaat alles nog geregeld zijn gang," zei Redwood. Er volgden

dreunende slagen op een tafel, gevolgd door een luiden kraaienden kreet

"Goeloe, Boezoe! Bzz...." "'t Beste wat ik doen kan," zei Redwood,

een anderen gedachtengang volgend, "is dat ik zelf hem onderwijs."

Het geklop werd hoe langer hoe heviger. Een oogenblik lang leek het

Redwood alsof er 't rythme inkwam van het dreunen eener machine--als

de machine van een zwaren langen trein van gedachten die op hem

afkwamen. Toen verbrak een opeenvolging van lichtere vluggere slagen

dezen gedachtengang, en werd eenige malen herhaald.

"Binnen," riep hij uit, bemerkend dat er iemand tikte, en de deur die

groot genoeg voor een kathedraal was, ging langzaam een eindje open. De

nieuwe kruk hield op te knarsen en Bensington verscheen in den kier,

goedaardig glimlachend onder zijn sterk-uitkomende kaalhoofdigheid

en over zijn bril.

"Ik heb 't er maar es op gewaagd om es te komen zièn," fluisterde hij,

op vertrouwelijken toon.

"Kom binnen," zeide Redwood, en dit deed hij, terwijl hij de deur

achter zich sloot.

Hij kwam naar Redwood toe met de handen op den rug, deed een paar

stappen en gluurde naar boven met een vogelachtige beweging van den

hals. Hij streek zich nadenkend over de kin. "Telkens als ik binnen

kom," zei hij op ingehouden toon, "treft het me als--"Groot".

"Ja," zei Redwood, zijn oog eveneens nog eens over alles latend dwalen,

alsof hij trachtte den zichtbaren indruk vast te houden. "Ja, gróót

zullen ze worden, daar kun je van op aan."

"'k Geloof het ook," zei Bensington, met iets bijna eerbiedigs in

zijn stem. "Héél groot."

Zij keken elkander aan, bijna angstig.

"Ja, héél groot," zei Bensington, zich over den rug van zijn neus

strijkend, en met één oog Redwood twijfelachtig aankijkend, alsof

hij verwachtte op zijn gelaat nog een bevestiging te zien zijner

eigen woorden. "Allemaal--vrééselijk groot. 't Is me alsof ik 't me

niet kan voorstellen--zelfs al zie ik dit--hoe groot ze allemaal wel

zullen worden."

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 38 / 103 题