I.

Voor een tijd tenminste moet de zich steeds uitbreidende kring van

de nog achtergebleven gevolgen op de Proef-Hoeve buiten ons verder

verhaal blijven--bijvoorbeeld hoe nog een tijd lang een reuzengroei

in fungus en paddestoel, in gras en onkruid voortwoekerde in dat

wel verkoolde doch niet geheel uitgewischte centrum. Ook kunnen

wij niet uitweiden over de geschiedenis van die twee kwijnende

vrijsters, de twee overlevende hennen; hoeveel bekijks zij hadden

en hoeveel verbazing zij verwekten, en hoe zij hunne verdere jaren

doorbrachten in ei-looze beroemdheid. De lezer, die haakt naar verdere

bijzonderheden omtrent deze dingen, verwijs ik naar de nieuwsbladen

van dien tijd--naar de ruime, niet al te kieskeurige kolommen van

den modernen boekstavenden Engel. Wij zullen ons verder bezighouden

met den heer Bensington ten tijde van deze verontrustende dingen.

Hij was dan naar Londen teruggekeerd, en bemerkte dat hij plotseling

een zeer beroemd man was geworden. In één nacht was de geheele wereld

ten zijnen opzichte veranderd. Iedereen begreep hem. Het leek wel alsof

nicht Jeanne er alles van wist; de menschen op straat wisten er ook

alles van: de bladen eveneens alles en nòg méér. Zeer zeker was het

iets vreeselijks geweest nicht Jeanne onder de oogen te moeten komen,

doch toen het voorbij was, was het bij slot van rekening toch niet

zoo héél vreeselijk.

Zelfs háár macht over feiten had grenzen; het was duidelijk, dat

zij met zichzelve te rade was gegaan en het Voedsel aangenomen had

als iets dat in de natuur der dingen lag. Ze nam een houding van

snauwende plichtmatigheid aan. Het was duidelijk, dat zij er haar

goedkeuring geenszins aan hechtte, doch zij verbood niets. Het is

mogelijk dat Bensington's vlucht, zooals zij die moet hebben opgevat,

haar vermurwd heeft, en het ergste wat zij deed, was hem met bittere

volharding op te passen onder voorwendsel van een verkoudheid die de

goede man niet gevat had, en van zijne vermoeidheid die hij reeds

lang vergeten was, en hem een nieuw soort hygiënisch heel-wollen

"combination" stel ondergoed te koopen dat even veel neiging vertoonde

om gedeeltelijk binnenste buiten te keeren en gedeeltelijk niet, en

waar hij, als afgetrokken mensch even moeilijk kon inkomen, als in

gezelschapskringen. En nog een tijdlang, en voor zoover dit gemak

hem ledigen tijd liet, ging hij voort een aandeel te nemen in de

ontwikkeling van dit nieuwe element in de menschelijke geschiedenis,

het Voedsel der Goden.

De publieke opinie, die haar eigen, mysterieuze wetten van selectie

volgde, had hèm uitgekozen als den eenigen verantwoordelijken uitvinder

en bevorderaar van dit nieuwe wonder; zij wilde niets van Redwood

weten, en zonder protest stond het Cossar toe zijn natuurlijke neiging

te volgen en in een uiterst vruchtbare obscuriteit te verzinken. Vóór

hij bemerkte waar dit alles heen wilde, stond hij, om zoo te zeggen,

reeds stijf en ontleed op de schuttingen tentoongesteld. Zijn

kaalhoofdigheid, zijn eigenaardige roode kleur en zijn gouden bril

waren algemeen eigendom geworden. Vastberaden jonge mannen met groote,

er-duur-uitziende camera's en een air alsof zij er het volste recht toe

hadden, namen Bensington's verdieping in bezit gedurende korten, doch

zeer vruchtbaren tijd, lieten er plotseling helle lichten in schijnen,

die het huis nog dagen daarna met een dikken, ondragelijken stank

vervulden, en gingen dan weder heen om de bladzijden der periodieken te

vullen met hunne bewonderenswaardige kiekjes van den heer Bensington

ten voeten uit, en te huis zittend in op één na zijn beste jasje en

opengewerkte schoenen. Weer andere personen met resolute manieren,

van verschillende leeftijden en sexe, kwamen binnenvallen en verhaalden

hem allerlei dingen over Bom-Voedsel--het was Punch, die het goed het

eerst "Bom-Voedsel" noemde--en drukten later af wat zij gezegd hadden,

als zijn eigen origineele bijdrage in het interview. Het geval werd

Broadbeam, den populairen humorist, een ware bezetting. Hij rook weer

iets dat hij niet begrijpen kon, en tobde zich af in pogingen om het

geval door zijn moppen onbeduidend te doen schijnen. Men kon hem in

societeiten vinden, een grooten onbeholpen man, met de sporen van zijn

middernachtelijk werken bij een walmende olie-lamp op zijn ongezond

bleek gelaat afgedrukt, aan iedereen dien hij maar te pakken kon

krijgen, uitleggend: "Die wetenschappelijke mannetjes weet je, hebben

niet 't minste gevoel van Humor. Dat is 't. Deze wetenschap--vermoordt

het." Zijne grappen op Bensington werden kwaadwillige lasterschriften.

Een ondernemend agentschap in couranten-uitknipsels zond Bensington

een lang artikel over hemzelven, geknipt uit een schelling's

weekblad, genaamd "Een nieuwe Terreur," en bood hem aan honderd van

dezelfde artikelen te leveren voor een tientje; en twee buitengewoon

bekoorlijke jonge dames, die hem geheel onbekend waren, bezochten hem,

en bleven, tot de onzeggelijke verontwaardiging van nicht Jeanne,

thee bij hem drinken, en zonden hem later hun verjaarsalbums om zijn

handteekening in te zetten. Hij was er spoedig aan gewend zijn naam

in één adem genoemd te zien met de meest onsamenhangende ideeën in

de publieke pers, en in de revues artikelen te ontdekken, handelend

over Bom-Voedsel en hemzelven, en geschreven op de meest familiare

wijze door lieden, waarvan hij nooit gehoord had. En welke verkeerde

denkbeelden omtrent het aangename van beroemdheid hij ook moge gevoed

hebben in de dagen toen hij nog onbekend was, deze werden zeer spoedig

en voor altijd gebannen. In het begin--Broadbeam uitgenomen--was de

toon der publieke opinie vrij van alle vijandelijkheid. Het leek het

publiek niet anders dan een speelsgewijze geopperde mogelijkheid, dat

er nog meer Herakleophorbia zou kunnen ontsnappen. En het scheen het

publiek niet in te vallen, dat de groeiende kleine groep kinderen,

die nu gevoed werden met het voedsel, binnen korten tijd meer "òp"

zouden groeien dan de meesten van ons ooit groeien. Waar het publiek

het meest plezier in had, waren Caricaturen van eminente politici "na

een kuur van Bom-Voedsel," het gebruikmaken van de Bom-Voedsel-idee op

schuttingen, en zulke stichtelijke teekeningen als van de doode wespen

die aan het vuur ontsnapt waren en van de nog overblijvende kippen.

Verder dan dit keek het publiek liever niet, totdat er zeer

ijverige pogingen gedaan werden om aller oogen te vestigen op de meer

verwijderde gevolgen en zelfs toèn nog was de geestdrift om te handelen

nog maar betrekkelijk bij het publiek. "Er is altijd iets nieuws," zei

het publiek--een publiek dat zoo overvoerd was van nieuwigheden, dat

het zonder verbazing zoude aangehoord hebben, dat de aarde gespleten

was, zooals men een appel doorsnijdt, en dat zou gezegd hebben:

"'k Zou wel es willen weten wat "ze" hierna weer zullen beginnen."

Doch er waren er een paar die buiten het publiek stonden, en die

reeds verder zagen, en enkelen, schijnt het, werden angstig van wat

zij daar zagen. Daar hadt je bijvoorbeeld de jonge Caterham, neef van

den graaf van Penterstone, en een van de meestbelovende Engelsche

politici, die, op gevaar af voor een leuteraar gehouden te worden,

een lang artikel schreef in de "Negentiende Eeuw en Daarna," om de

algeheele onderdrukking van het Voedsel voor te stellen. En dan was

er nog--in sommige stemmingen--Bensington zelf.

"Ze schijnen niet te begrijpen--" zei hij tot Cossar.

"Nee, dat doen ze ook niet."

"En doen wij dat wel? Soms, als ik er aan denk wat het zeggen wil--dit

arme kind van Redwood--en, natuurlijk, joùw drie--misschien veertig

voet groot!... Mogen we, bij slot van rekening er wel mee doorgaan?"

"Er mee doorgaan!" riep Cossar uit, schokkend van plompe verbazing, en

met hooger stem dan ooit. "Natúúrlijk ga je d'r mee door! Waar denk je

wel voor gemaakt te zijn? Om rond te slenteren tusschen je maaltijden?"

"Ernstige gevolgen," gilde hij, "natúúrlijk! Enorm! Ligt voor de

hand--Ligt voor de hand. M'n goeie man, 't is de eenige kans die je

in je leven hebt op een ernstig gevolg! En nou wil je terug!" Een

oogenblik lang was hij sprakeloos van verontwaardiging. "'t Is

schànde!" zei hij eindelijk, en barstte nog eens nà los: "Schande!"

Doch Bensington werkte nu in zijn laboratorium met meer emotie dan

lust. Hij kon niet zeggen of hij ernstige gevolgen in zijn leven

wenschte of niet; hij was een man met een kalmen smaak. Het was een

wondere ontdekking, natuurlijk, zeer wonderbaarlijk--maar--Hij was

reeds eigenaar geworden van verscheidene hectaren verschroeiden, te

slechter-faam bekend staanden grond bij Hickleybrow, tegen een prijs

van bijna f 1000 per are, en soms was hij geneigd ook dit als zùlk

een ernstig gevolg van speculatieve chemie te beschouwen, als een

man zonder eerzucht maar kon wenschen. Meer dan voldoening gevend,

ja, veel meer dan voldoening gevend was de roem, dien hij bereikt

had.--Doch de gewoonte van navorschen zat hem in het bloed...

En soms, in sommige oogenblikken, zeldzaam voorkomende oogenblikken,

voornamelijk in het laboratorium, vond hij nu en dan nog iets anders

dan gewoonte en Cossar's argumenten om hem tot zijn werk aan te

zetten. In dezen kleinen gebrilden man, die, met zijn opengewerkte

schoenen om de pooten van zijn hooge kruk geslagen, zich hierop in

evenwicht hield, met de hand op het pincet zijner gewichtjes, placht

dan plotseling weder een lichtstraal van dat jeugd-visioen door te

breken, een momenteele visie van het eeuwig ontkiemen van het zaad

dat gezaaid was in zijn geest, en zag hij als het ware in de lucht,

achter de grotesque gedaanten en voorvallen van het heden, de komende

wereld van reuzen en al de machtige dingen die in de toekomst weggelegd

waren--vaag en schitterend, als een glanzend paleis dat plotseling

gezien wordt in een voorbijschietenden zonnestraal in de verte... En

een oogenblik later was het hem weer alsof die voorbijgaande glorie

zijn geest nooit beschenen had, en zag hij niets in de toekomst

dan sombere schaduwen, onmetelijke hellingen en donkere diepten,

onherbergzame wildernissen, koude, woeste en vreeselijke dingen.

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 33 / 103 题