Het "Hochkreuz"

Aan den grooten weg tusschen Bonn en het naburige Godesberg verheft

zich aan den linker kant uit een donker boschje een hooge steenen zuil;

in die streek bekend onder den naam van "Hochkreuz". Vriendelijk komt

de steen uit het schaduwrijke groen te voorschijn, als de toerist daar

op den dag voorbij komt. 's Avonds daarentegen maakt het vervallen,

verweerde gedenkteeken, wanneer dit plotseling op den eenzamen weg

voor de blikken van den voorbijganger opdoemt, een ernstigen, bijna

griezeligen indruk. Deze wordt nog versterkt wanneer men de sage kent,

die sedert oudsher--het "Hochkreuz" staat daar reeds vele eeuwen--het

grijze gedenkteeken omzweeft.

De sage voert ons terug in den tijd, toen in plaats van de

tegenwoordige ruïne nog een trotsch ridderslot vanaf den Godesberg

op de heerlijke omgeving van Bonn neerzag. Destijds leefde op

den Godesberg een oud strijder, die in het Rijnland zeer geroemd

werd. Zijn vrouw was gestorven; maar haar beeld leefde in twee finke

zonen voort. De oudste was geheel het evenbeeld zijner moeder: hij

bezat een zachtzinnigen aard en het gemoed van een kind. Hierdoor

kwam het, dat de oogen van den vader met meer welgevallen op hem,

dan op den jongeren zoon rustten, die niettegenstaande zijn jeugd

reeds menig dol waagstuk en menig onridderlijk avontuur uitgehaald had.

Maar toch was de grijsaard hem daardoor niet minder goed gezind. Hij

hoopte, dat hoe onstuimiger de jongeling den genotvollen beker ledigde,

hoe eerder hij op den drabbigen bodem zou komen, hetgeen het gevolg

van elk bovenmatig genot is. Dan zou hij niet meer afkeerig van

ernstigere dingen zijn, en wellicht zou de wensch van de overleden

gemalin vervuld worden, die steeds gehoopt had, dat de Keulsche

bisschopsring van den heiligen Maternus eens haar jongsten lieveling

mocht sieren, terwijl Erich, de oudste, heer van Godesberg zou zijn.

Dikwijls kwam deze wensch bij den grijsaard op, en menig vroom

gebed voor de verhooring daarvan zond hij ten hemel, wel wetende;

dat zijn overleden vrouw zich daar boven met zijn smeekbeden

vereenigde. Dikwijls ook sprak hij den jongeling toe en slaakte in

stilte een zucht als deze zich aan het onaangename gesprek poogde

te onttrekken.

Toen verscheen de dood als een droevige gast op den Godesburcht. Hij

nam den bejaarden burchtheer mede en voerde hem in het land der

droomen tot zijn vrouw. In zijn laatste uur had de ridder nog tijd,

datgene te herhalen, wat hij jarenlang als een vurige wensch in zijn

binnenste bewaard had. Hij zegende de zonen en smeekte God den eenen

op den burcht zijner voorvaderen, den anderen voor het altaar van den

Heer Zijn rijken zegen te schenken. Daarop stierf hij, diep betreurd

door de armen en verdrukten.

Sagen van den Rijn(#15163) · 第 97 / 114 题