Op een afstand van een uur gaans ligt in het dal het klooster
Marienburg. Achter zijn muren vond Angela rust. Tusschen Sterrenberg
en Liebenstein verhief zich na verloop van eenige maanden een dikke
muur, als stil bewijs van de vijandschap der beide broeders.
In het nieuwe slot volgde het eene feest op het andere. De mooie
Grieksche vrouw vierde daar, te midden der ridders van den Rijn,
de triomfen harer schoonheid.
Op burcht Sterrenberg heerschte diepe droefheid. Het was den ridder
niet gelukt het besluit der jonkvrouw te veranderen. Sedert haar
verdwijnen verminderden zijn krachten. Aan den voet van den berg liet
hij een klooster bouwen en trok de monnikspij aan. Weinige maanden
daarna ontsliep hij. Op denzelfden dag, zoo beschikte het lot, dat hen
gescheiden had, luidden, de doodsklokken van het klooster Marienburg
en verkondigden den dood van de verloren geliefde.
De heer van Liebenstein mocht zich niet lang in een duurzaam geluk aan
de zijde van de verleidelijke vrouw verheugen. De hartstochtelijke
Grieksche vrouw schond de echtelijke trouw en vluchtte met haar
geliefde, een bevriend ridder, die gastvrijheid op Liebenstein genoten
had. Overstelpt van smart en schaamte, stortte de burchtheer zich
van de tinnen van zijn vesting in de diepte.
De burchten vervielen aan den ridder Brömser van Rüdesheim. Kerk en
klooster staan nog altijd in het dal en worden jaarlijks door duizenden
pelgrims bezocht. De beide vestingen zijn reeds lang vervallen. Terwijl
beneden in het klooster Bornhofen dagelijks de klokken luiden en de
plechtige gezangen van de bedevaartgangers weerklinken, heerscht boven
tusschen de verlaten ruïnes, nog heden in de volkstaal "de Broeders"
genaamd, treurige rust. Slechts dan, zoo heeft de Lorelei ons verraden,
wanneer de volle maan in den zomernacht haar bleeke stralen werpt,
hoort men op den smallen weg, die de vestingen scheidt, de zwaarden
van de vijandige broeders kletteren.