Doodelijk verschrikt keerden de Bedienden van den paltsgraaf terug
en deelden ontsteld het vreemde verhaal mede.
Ronald werd zeer betreurd. Bij zijn lijk, dat door een golf aan den
oever gespoeld was, weerklonken de smartkreten van tallooze menschen.
Vanaf dien dag zag men de Lorelei nooit weer. Maar wanneer de nacht
in een donker gewaad van de met druiven beplante heuvels nederdaalt,
en zijn stille gezellin, de bleeke maan, haar zilveren brug van
schitterende arabesken over den groenachtig gouden vloed spant, dan
klinkt er een wonderlijk vrouwengezang, zacht en klagend, verleidelijk
evenals de heerlijke nachtegaalslag in een stillen warmen zomernacht.
Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef.
Gij kunt haar aanschouwen, toerist, in de schitterende oogen, op de
zachte wangen en op de rozenlippen van de meisjes van het Rijnland.
Gij zult haar daar aan den Rijn bespeuren, stralend van vreugde
en geluk.
Wapen uw hart, bedwing uw gevoelens enl sluit uw oogen!
Hoe was toch de waarschuwing van den wijzen dichter van den Rijn?
"Mijn zoon, mijn zoon! Ga niet naar den Rijn..."
Zij verdween, de Lorelei, maar haar betoovering bleef.