Bisschop Willigis

In het jaar Duizend ongeveer hadden de inwoners van Mainz een vromen

kerkvoogd, Bisschop Willigis. Hij was de zoon van een wagenmaker,

en alleen door ijzeren wilskracht en groote bekwaamheid was hij tot

de waardigheid van eersten bisschop gestegen. De brave burgers van

Mainz beminden en vereerden den edelen dienaar Gods zeer, de trotsche

kanunniken en stijve patriciërs daarentegen was het hoogst onaangenaam

zich te buigen, voor iemand, die in de armoedige hut van een wagenmaker

geboren was.

Ernstig, doch met zachtheid verweet de bisschop eenigen van hen,

dat ze zich te veel op hun voorouders lieten voorstaan. Dat verdroot

de hooghartige heeren, en eens op een nacht haalden zij een grap uit

bij de vertrekken van hun geestelijken heer en teekenden met krijt

op alle deuren reusachtige raderen.

Toen de bisschop 's morgens vroeg naar de mis in de Domkerk ging, zag

hij het baldadige werk van de spotvogels. Zwijgend keek hij naar de

raderen, doch zijn kapelaan, die naast hem stond, wachtte in angstige

spanning te vergeefs op het losbreken van den toorn van de beleedigden

kerkvorst. Integendeel op het gelaat van den bisschop vertoonde zich

een vroolijke glimlach. Vervolgens gebood hij een schilder te toepen,

en toen deze gekomen was, beval hij hem overal, waar de spotvogels de

raderen geteekend hadden in een vuurrood veld, zichtbaar voor iedereen,

witte raderen te schilderen en daaronden het spreukje:

"Willigis, Willigis!

Denk, hoe laag je afkomst is!"

En zelfs nog verder is hij gegaan; de wagenmaker heeft hem een ploegrad

moeten maken en dit heeft hij boven zijn legerstede laten ophangen;

om steeds aan zijn afkomst herinnerd te worden.

Sedert dien dag hielden de spotters zich stil. De inwoners van Mainz

echter hechtten zich met nog grootere liefde aan hun bisschop, die,

niettegenstaande het hooge ambt, dat hij bekleedde, toch zoo eenvoudig

bleef. En van dien tijd af voeren alle bisschoppen van Mainz de witte

raderen in een rood veld in hun wapen.

Sagen van den Rijn(#15163) · 第 17 / 114 题