Ik had zeker nooit kunnen denken, dat in het kleine hôtelletje
Tripoli-Italia--ook Stella d'Oriente genaamd--hôtelletje, dat ik bijna
iederen dag passeer, op een geheimzinnigen dag een verver, die zijn
vaderland wilde wreken op de roovers van diens kunstschatten, de
Gioconda terug zoû brengen! Ik had zeker nooit kunnen denken, dat dat
zelfde hôtelletje ooit rechtmatig zijne vele namen zoû kunnen wijzigen
in dien éenen naam: "_Albergo Gioconda_"... dat het fier beweert nu te
zullen doen. En ik had ook nooit kunnen denken, dat wij ooit de Gioconda
zouden zien in... de Uffizi alhier!!
En toch is dit alles gebeurd. En was de vreeze in ons hart: zoû de
Gioconda, die wij gingen zien, wel waarlijk de Gioconda zijn?? Wij,
menschen, zijn zóo sluw geworden om elkander voor den gek te houden...
Wij zijn immers lang niet zeker of de weêr in San Marco te bewonderen
Madonna della Stella... wel die van Fra Angelico is... Wel, wij traden
de Uffizi binnen... Een drukte van politie en van belangstellenden! Men
heeft de laatsten op dertigduizend geschat, dien eersten dag, dat Monna
Lisa receptie hield in haar oude vaderstad! De schatting kan wel juist
zijn. Het stond ten minste zwàrt voor de poort van de portrettenzaal. Ik
werd langzaam maar zeker plat gedrukt tusschen een Romeinsche
keizerbuste, een Engelsche maar dikke dame, wier horizontale hoedepluim
mij hardnekkig in het linkeroog boorde en een goud gegalonneerde kolonel
van de artillerie, die reeds van zijne dames gescheiden was... Kolonel
en ik hadden elkaâr reeds beleefd excuzes gemaakt, dat ons beiderlei rug
en maag onzacht tegen elkaâr werden op geschommeld door een dringende
menigte, die dreigde àlle Romeinsche keizerbustes omver te werpen.
Kolonel, zeide ik; het is aan ù gezag uit te oefenen... U is de
aangewezen persoon om te beletten, dat hier geen massamoord gebeurt, uit
innige liefde voor de Gioconda... De kolonel was gevleid, verhief een
gedistingeerde commando-stem tegen een "maresciallo" van de carabinieri,
die in het perspectief onmachtig toe zag. Kolonel en "maresciallo" samen
wisten een zekere orde te brengen in de van liefde voor de Gioconda
bezeten menschenchaos, het geen tot gevolg had, dat de horizontale pluim
der Engelsche maar dikke dame mij niet meer boorde in het oog en dat
ik... tusschen Engelsche dame, "Maresciallo" en kolonel henen slipte, de
deur in, en mij plòts, met niet meer dan een vijftigtal anderen bevond
vóor de "reine du jour".
Op straat nog had ik gedacht: als ik in eens en dadelijk mijn
schrik-van-schoonheid om haar heb... is _zij_ het, en niet haar sluw
nagebootste kopie. Het gedrang, de Engelsche pluim, de Italiaansche
kolonel, de Romeinsche keizerbuste hadden mij bijna de geheele Gioconda
doen vergeten. En daar, plòts, onverwachts, daar rees zij voor mij op,
iets hooger dan ik verwacht had, die haar nog zocht op de zelfde hoogte,
van waar zij te Parijs ons toe lachte... iets hooger, afgezet met een
barrière, tusschen een wacht van _guardie_ en _carabinieri_ en met iets
van een prinses, die audiëntie verleent. En ik voelde mijn kleinen
"schrik", zoo dra ik haar zag en ik twijfelde geen oogenblik. Ik moet
zeggen, dat om mij getwijfeld werd... De vingers waren te lang, een
barstje links ontbrak en een craqueluretje rechts. Nu, als zij dan een
sluwe kopie was... dan heb ik eerbied voor den meester, die haar
na-konterfeitte! En geloof ik, dat die meester de eigen schim van
Leonardo is, die vertoornd uit den hemel gedaald was om het onrecht hem
gedaan, te herstellen. Maar heusch, ik, voor mij, kon niet twijfelen.
Hoe zoû het mogelijk zijn, dat dit beeld, daar ginds voor mij, niet _de_
Gioconda ware! Wie zoû kunnen hebben nà schilderen dit gehéel met een
gouden wemeling overwaasde glimlachende gelaat-tegen-landschap! De tijd,
misschien nog meer dan Leonardo, schiep ons dat gouden waas, dat als een
mist van zonneschijn is opgedoemd in der eeuwen loop over des meesters
kleuren. Zulke verwording-van-tint... _is_ zij na te schilderen? Het
zachte waas heeft een blos van rozig goud gegeven aan de even geronde
wangen, aan haar en bijna onzichtbaren sluier, den zoom recht boven het
voorhoofd. De gouden mist speelt in de kuiltjes bij den glimlach. Het
gouden waas ligt als een spinnewebbe van goud gespreid over het zwartig
bruin en grauwig zwart van het over den boezem gefronste gewaad, over de
donker, donker purperen bovenmouwen, over de _vieil-or_ en geplooide
ondermouwen. Dat zwart en grauw en bruin, dat donker purper en
_vieil-or_, het is alles verworden tot eene fluweelige doezeling van
bijna niet noembare tinten, maar allen schemerig heen door het gouden
gedons. De Tijd werkte meê, met Leonardo en hij zoû niet ontevreden
zijn, als hij zien kon wat de Tijd gewrocht had. O, de Tijd doet soms
zulke mooie dingen aan het eigen werk der menschen!...
* * * * *
Ik had dien avond in _La Résurrection des Dieux_ willen herlezen wat
Merejkowsky ons gegeven heeft van Leonardo en van Monna Lisa Gioconda.
Maar... het leven is soms zóo druk, ook al vereenvoudigt men het,
egoïstiesch-weg, nog zóo zeer... als ik poog te doen. Er zoû dien avond
de lezing zijn van de Futuristen in het Teatro Verdi, en daar Jan immers
gezegd had, dat Florence zich nièt tot modern leven bezielde, móést ik
er wel heen om te zien of hij zich niet schromelijk vergiste. En zoû ik
niet meer aan de Gioconda denken en vooral niet in Merejkowsky lezen. En
begaf ik mij op weg naar het theater, wat vroeg, om een goede plaats te
hebben. Het zoû toch een belangrijke avond zijn, niet waar: de
Futuristen, Marinetti aan het hoofd, zouden den volke verklaren wàt zij
wilden hervormen, niet alleen aan poëzie en schilderkunst, ook aan
plastische kunst, aan bouwkunst, aan muziek, aan politiek, ja aan het
geheele leven!
En Jan dorst nog verkondigen, dat Florence niet meê deed aan
moderniteit! Maar Jan wist het niet en Florence... het was een
gloeihaard van modernisme! Waarom was hij nu juist weêr vertrokken, die
vreemd Hollandsche, Hollander blijvende zwerveling! Die altijd
critizeerende perluuk-aan-de-hoeken-der-straten! Hoe _peccatissimo_, dat
hij nu niet meê met mij kon gaan! Ik ging dus zonder Jan. Voor het
theater veel politie, _guardie_ en _carabinieri_. Maar wat verwachtte
men dan? Een opstand? Van de futuristen tegen de... passatisten, zoo als
zij zelve noemen, die het niet eens met hen zijn?
Toen ik boven op de _loggione_ was op gestegen, begreep ik het in eens.
Men vreesde voor een oproer van... de passatisten tegen de Futuristen.
Het theater was reeds vol, vol, vol. Duizende, duizende Florentijnen,
waaronder zekerlijk duizende passatisten en enkele tientallen
Futuristen. Lieve Hemel, als Jan dat gezien had, hoe hij verbaasd zoû
geweest zijn over de belangstelling der Florentijnen voor het
allermodernste. Het Futurisme! O niet alleen in kunst, Futurisme in
geheel het leven! Dat wilden de Futuristen!
Zij waren nog niet verschenen. Maar reeds huilde, brulde, gilde, galmde,
dreunde, donderde de geheele zaal en het duurde zoo... den geheelen
avond. De Futuristen, zij werden toen zij op traden, om te verkondigen
wat zij te zeggen hadden, ontvangen met aardappelen, honig, bloemkolen
en sina's-appelen, en deze allen in min of meer passatistischen
toestand. En het passatistische publiek der duizenden huilde, brulde,
gilde, galmde, dreunde en donderde den geheelen avond door. Het was
klaarblijkelijk tègen het allermodernste, tegen het Futurisme der
tientallen. Maar dat Futurisme, het bestond toch. Wàt was het? Wat
wilden Marinetti en de zijnen: die zeven, acht andere dappere jongens,
die daar om een groene tafel geschaard zaten, als de ministers van de
Toekomst. Ik wist het dien avond niet. Ik ben het dien avond niet te
weten gekomen. En toch... spraken zij _allen_, over kunst, muziek, over
Verleden en Toekomst. O, de dappere zeven, acht Toekomstministers! Géen
woord van hunne redevoeringen, gedichten en imprecaties was te hooren.
Maar zij, zij gingen dóor door het pandemoniesch geweld. En zij waren te
bewonderen om hun moed, om hun volharding, ook om hunne oprèchtheid.
Marinetti werd gewond aan zijn oog met een projectiel, aardappel of
rotte ui. Het deed er niet toe: hij ging door. Hij schold het
publiek--_passatiste!_--uit, zoo als het hèm uit schold: jou gèk! Maar
was het niet léven, belangstelling? Neen, Jan heeft ongelijk. Jan, je
hebt ongelijk. Florence, dien avond trilde van leven, van
belangstelling. Vóor en tegen, wat de ministers van het Futurisme
decreteerden. "Jullie moesten in het gekkenhuis worden op gesloten!"
riepen de duizenden. Ik bevond mij in een loge, vòl studenten. "Maar
hóor toch wat zij te zeggen hebben!" schreeuwde éen student tegen de
duizenden.
Ik keek hem met trillende bewondering aan. Hij was achttien jaar,
leelijk als het geen Italiaan veroorloofd is te zijn, maar straalde van
koorts, emotie en enthoeziasme. "Hunne theorieën zijn pràchtig!" riep
hij uit. "Zij willen een nièuw leven, zij willen een nièuwe Toekomst:
hóort toch wat zij te zeggen hebben!!" Ik greep hem bij den arm. "Zeg
mij wat zij willen!" riep ik uit. Hij schreeuwde het mij in het oor. Ik
verstond het evenmin als ik het verstond van het podium af. Het tumult
was oorverdoovend. Ik heb nooit nog zoo een tumult gehoord. Jan was er
doof van geworden, maar bekeerd. Jan zoû gevonden hebben, hadde hij
dezen avond bij gewoond, dat Florence bràndde van nieuwe verlangens
tegen oude sleur en passatisme in...
* * * * *
Het is heerlijk jong te zijn. Er is niets anders. In de liefde en in de
kunst, in levenswijsheid en strijd tegen wat niet vooruit wil, is er
maar éen ding waard: jong te zijn. De Futuristen, dien avond, waren
jong, al is Marinetti ook reeds kaal. Zijn kaalheid is een troost voor
alle passatisten: men behoeft geen Italiaanschen krullekop te hebben
om... jong te zijn, ja, om futurist te worden. Maar er is iets anders:
als men passatist _geboren_ is, kan zelfs geen fee van modernisme u
herscheppen in een Futurist. En zoo blijf ik, ook zonder zwarte lokken,
helaas, maar passatist. Ik ben passatist geboren. Ik zal passatist
sterven. Ik heb het Verleden lief. De Futuristen haatten het. Ik heb de
Gioconda bewonderd. De Futuristen schelden haar uit als "die oude
croûte, vaan van snobisme, riool van internationale imbeciliteit, en die
maar weêr in dat graf van een Louvre begraven moest worden!" Het is héel
jong zoo te roepen. Bij ons is in den jare '80 nooit zoo geroepen
geworden. De Futuristen zijn jonger dan onze Tachtigers ooit geweest
zijn. Zij vergrepen zich niet aan Vondel en Rembrandt, die groote
passatisten. De Futuristen vergrijpen zich aan àlles, wat niet
futuristiesch is.
Er is nòg iets anders dan "heerlijkheid" in jeugd. En dat is
verbijsterend voor passatisten: er is dit: dat de jeugd... altijd gelijk
heeft. Zelfs al uit zij zich oneerbiedig, heftig, ja ploertig... er ligt
toch een waarheid, verborgen soms, in hare innigste sensatie. Zij heeft
het tòch bij het rechte einde. Mijn pas geboren neefje, ook al schreeuwt
hij zijne longen en mijne ooren stuk, heeft gelijk als hij schreeuwt. En
heeft alléen gelijk. Zijne moeder en zijne kindermeid, die hem verbieden
willen, hebben ongelijk. Een jongen van twaalf jaar heeft eerder--voor
de Toekomst--gelijk dan een jeugdige meester-in-de-rechten en deze weet
het beter dan alle professoren te zamen. Dit is géene ironie; dit is
voor mij een wreede maar besliste waarheid. Als men echter niet meer
héel jong is, is het beter dit nièt hardop te zeggen. Daarom laat ik het
liever drukken in Het Vaderland.
* * * * *
Nu weet ge misschien wel iets van de lezing--de onhoorbare, want
tumultueuze--der Florentijnsche Futuristen, maar ge weet nog, vermoed
ik, niet heel veel van de Futuristen zelve. Om u van hen te vertellen
zullen wij niet alleen naar de tentoonstelling hunner schilderijen gaan,
waarvan gij trouwens al gezien hebt in Den Haag en Rotterdam. Om u te
vertellen wat zij méer nog wenschen dan enkel wiskunstig, natuurkundig,
en chemiesch te schilderen, moeten wij samen hun tijdschrift lezen. Hun
tijdschrift heet _Lacerba_. Waarom? Wat beteekent _Lacerba_? Lezer, ik
heb het geïnformeerd bij het leelijke en enthoeziaste studentje. Hij
heeft het mij verteld, maar ik heb het niet begrepen. Ik ben te
passatistiesch. Ik geloof, dat hij mij gezegd heeft, dat Lacerba een
vurige bestrijder van... Dante was. (Daar ik geen Dantist ben, ja zelfs
meer van Petrarca en Boccaccio hou, dan van dien somberen Dante, somber
zelfs in het Paradijs, weet ik niet van Lacerba). Dat Lacerba ook wel
kan zijn L'Acerba, de (vrouwelijk) wrange... Mij wel. Dat Lacerba ook
wel kan zijn La Cerva, de Hinde (???) Lezer, ik heb het nièt begrepen.
Ik ben te passatistiesch. En ik ben... te Latijnsch van ziel en de
Futuristen zijn misschien niet meer zoo heel Latijnsch, om elkander goed
te begrijpen.
Ik vraag u dus excuus voor deze heel vage verklaring van den titel des
futuristischen tijdschrifts. Zoodra ik meer zekerheid heb, sein ik u
die. Nu echter moet ge alleen maar aannemen, dat het tijdschrift
_Lacerba_ heet en ons op de hoogte bracht van alles wat, door het geweld
onhoorbaar, verkondigd was geworden op dien memorabelen avond in het
Teatro Verdi. Ik wist nu de namen der dappere, jeugdige ministers der
Toekomst. Marinetti, Cangiallo zijn dichters; Boccioni, Carrà, Soffici,
zijn schilders; Papini is anti-filozoof, Tavolato is immoralist en
Scarpelli is... gelegenheids-vrijwilliger (?)
Sedert Michelangelo, vertellen ons de Futuristische schilders (waarom
niet anti-schilders?) is er géene beweging zoo interessant geweest als
de hunne. Zij zijn nièt _contro-natura_, want zij zijn _contro-arte_...
Zij willen een plastiesch dynamisme, de éentijdigheid der bewegingen en
gemoedstoestanden...
[Waarom kan uit dit alles, zoo geen emotioneel-passatistische kunst,
niet ièts groeien? Iets, dat nog slechts in kiem ligt in de chemische,
natuurkundige, wiskunstige schilderijen, die ge ook in Rotterdam en Den
Haag hebt gezien; in de Onrustige Danseres met de tien neuzen en de
twintig paar voeten of in Vrouw + Huis + Ontploffende Flesch...? Ik wil
het niet ontkennen, want al heeft mijn pas geboren neefje zeker iets
veel nieùwers in zijn zwezerik-breintje... ook Boccioni, Carrà en
Soffici kunnen daarom voor dit futuristiesch moment wel gelijk hebben].
Maar schilderkunst, ja zelfs beeldhouwkunst met "gecompenetreerde
vakken" zijn niet het gehéele leven. De Futuristen hebben ook een
politiek program. Het is vóor Libyë en tegen de socialisten. Het is zeer
nationalistiesch en... tegen de Vreemdelingen.
Dit laatste is misschien vooral voor een vreemdeling in Italië wel het
meest een klap in zijn gezicht en ge zult mij ten goede houden, dat ik,
arme passatist en vreemdeling, vóor ik u onderhoud over deze zeer
moderne en futuristiesche vreemdelingenhaat--zoo nieuw in Italië--eerst
op adem moet komen...
Want, ziet ge, àls het nieuwe geslacht, het futuristische geslacht de
vreemdelingen haten gaat, ingeënt wordt met vreemdelingenhaat, dàn...
Maar basta, niet waar, voor van daag! Het nieuwe motief is belangrijk
genoeg om rustig te worden beschouwd, in mijn volgende Dagboekblad...