_In een andere taal overbrengen._
~Vertalen~ zegt dit wel in 't algemeen (_uit het Fransch in het Duitsch
~vertalen~_), doch heeft meestal de bijgedachte: uit een vreemde
taal in de moedertaal overbrengen, of omgekeerd: _Een roman uit
het Duitsch ~vertalen~_ (dus in 't Nederlandsch). ~Overzetten~ is
gewoonlijk hiervoor 't deftige woord: »_Het N. T. getrouwelijk in de
Nederduitsche taal ~overgezet~_".--~Vertolken~ onderstelt feitelijk
een tusschenpersoon, een tolk, die voor een ander het gesproken
woord vertaalt. Vandaar figuurlijk: _iemands gevoelen ~vertolken~;
de tranen ~vertolkten~, wat er in zijn hart omging_ (de tranen zijn
de tusschenpersoon, de tolk).