_Niet wijd of ruim._
~Nauw~ drukt zonder meer het tegengestelde van wijd uit: een _nauwe_
straat. Zie No. 50.
~Eng~ voegt er het begrip bij, dat iets door die nauwte bekneld wordt.
_De jas is mij te ~eng~. Een land~engte~_ en in figuurlijken zin: _Een
~eng~ gevoel._
~Bekrompen~ duidt aan, dat er minder ruimte is, dan vereischt wordt:
_Hij woont daar zeer ~bekrompen~_, en figuurlijk: _Een ~bekrompen~
verstand._
Wat is sterker: Iemand in de ~engte~, of iemand in het ~nauw~ drijven?
* * * * *
Deze gang is wel wat --.
Onze weg voerde door een -- pas.
Een -- corset is schadelijk voor de gezondheid.
Hij leeft in -- omstandigheden.
In zoo'n -- steeg komt nooit een zonnestraaltje.
Het werd hem -- om het hart.
Deze kamer is voor al dat huisraad veel te --.