_Meer dan noodig._
~Overtollig~ (van tal, tellen) is meer dan het vereischte getal, zoodat
het min of meer met _nutteloos_ gelijk staat of de beteekenis van
_hinderlijk_ nadert.--_Gij kunt de ~overtollige~ exemplaren van dit
boekje wel behouden_ (dat zijn de exemplaren, die na de uitdeeling nog
overblijven en dus voor het doel, de uitdeeling, nutteloos zijn). _Zet
deze drie ~overtollige~ stoelen even de kamer uit; zij staan ons alleen
maar in den weg._
~Overbodig~ noemt men alles, wat meer is dan geboden (d.i. verplicht,
noodig) wordt geacht; het onderstelt dus niet, dat iets nutteloos is,
maar komt vrijwel met _onnoodig_ overeen. _Ik bezit reeds een uitvoerig
werk over onze geschiedenis; dit beknopt boek zou dus maar ~overbodig~
zijn._
~Overdadig~ (van overdaad) heeft een ongunstige beteekenis: het
nadert den zin van _onmatig_ of _verkwistend_. _Het ~overdadig~ rooken
benadeelt de gezondheid.--Zijn ~overdadige~ uitgaven zullen hem spoedig
arm maken._
* * * * *
De stoommachines voeren het -- polderwater in den boezem.
Zulke plichtplegingen zijn hier geheel --.
Gij moet de -- gelden maar voor wat anders besteden.
Zijn woning is vol van -- pracht.
De meeste ophelderingen in dit boek zijn -- en hadden dus wel weggelaten
kunnen worden.
Een -- gebruik van verkoelende vruchten is schadelijk voor de
gezondheid.