82. Overtollig--overbodig--overdadig.

_Meer dan noodig._

~Overtollig~ (van tal, tellen) is meer dan het vereischte getal, zoodat

het min of meer met _nutteloos_ gelijk staat of de beteekenis van

_hinderlijk_ nadert.--_Gij kunt de ~overtollige~ exemplaren van dit

boekje wel behouden_ (dat zijn de exemplaren, die na de uitdeeling nog

overblijven en dus voor het doel, de uitdeeling, nutteloos zijn). _Zet

deze drie ~overtollige~ stoelen even de kamer uit; zij staan ons alleen

maar in den weg._

~Overbodig~ noemt men alles, wat meer is dan geboden (d.i. verplicht,

noodig) wordt geacht; het onderstelt dus niet, dat iets nutteloos is,

maar komt vrijwel met _onnoodig_ overeen. _Ik bezit reeds een uitvoerig

werk over onze geschiedenis; dit beknopt boek zou dus maar ~overbodig~

zijn._

~Overdadig~ (van overdaad) heeft een ongunstige beteekenis: het

nadert den zin van _onmatig_ of _verkwistend_. _Het ~overdadig~ rooken

benadeelt de gezondheid.--Zijn ~overdadige~ uitgaven zullen hem spoedig

arm maken._

* * * * *

De stoommachines voeren het -- polderwater in den boezem.

Zulke plichtplegingen zijn hier geheel --.

Gij moet de -- gelden maar voor wat anders besteden.

Zijn woning is vol van -- pracht.

De meeste ophelderingen in dit boek zijn -- en hadden dus wel weggelaten

kunnen worden.

Een -- gebruik van verkoelende vruchten is schadelijk voor de

gezondheid.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 95 / 279 题