_Onverwachts aanvallen._
Bij ~verrassen~ komt vooral de snelheid uit, waarmee de onverwachte
aanval geschiedt. In den regel wordt een of andere krijgslist gebruikt,
waarop dus de vijand niet gerekend heeft, zoodat hij zich moet
overgeven. (_Ras_ = snel.) _Het vijandelijk convooi werd door een paar
in hinderlaag liggende Boeren ~verrast~._
~Overvallen~ ziet meer op de heftigheid, men zou haast zeggen de
onbesuisdheid, waarmee de onverwachte aanval geschiedt, zoodat de
aangevallene voor een goed deel weerloos is. Toch kan hij misschien nog
den aanval afslaan, wat ~verrassen~ niet onderstelt. _De vijand werd bij
nacht ~overvallen~ en verloor vele dooden._ Figuurlijk: _Wij werden door
den regen midden op de heide ~overvallen~._
~Overrompelen~ heeft het bijdenkbeeld, dat door den onverwachten
aanval verwarring ontstaat; de aangevallene weet dus niet, wat te doen,
en zoo maakt de aanvaller zich des te zekerder van hem meester. _De
Utrechtsche Patriotten trachten in den nacht van 29 op 30 Juli 1787 het
paleis Soestdijk te ~overrompelen~, maar de bezetting werd nog tijdig
gewaarschuwd._
* * * * *