_Zijn frischheid verliezen._
~Verdorren~ wil zeggen: alle levenssappen verliezen, zoodat het sterven
noodzakelijk moet volgen. _Deze boom is bijna ~verdord~._
~Verwelken~ ziet meer op het verliezen van frischheid, kleur of geur.
_Een ~verwelkte~ bloem. De bladen ~verwelken~ bij droog weder, en, als
zij niet begoten worden, ~verdorren~ zij ten laatste._
* * * * *
Deze plant staat te --; zij moet noodzakelijk water hebben.
Door den invloed van de nabijgelegen gasleiding schijnt deze beuk te --.
De koolplanten staan reeds te --; als het niet spoedig regent, zullen
zij moeten --.
Deze zangeres is een -- schoonheid.