_Weinig voorkomende._
~Zeldzaam~ duidt aan, dat iets slechts bij uitzondering gezien wordt,
doordat er zeer weinig van die voorwerpen bestaan. _Voor dezen
~zeldzamen~ postzegel heb ik drie gulden betaald._
~Schaarsch~ wil zeggen, dat van iets op een gegeven tijdstip minder
voorraad is, dan men verwacht had, zoodat er een tijdelijke behoefte aan
bestaat. _Daar de aardappelen dit jaar ~schaarsch~ zijn, besteedt men
hooge prijzen._
~Zeldzaam~ en ~schaarsch~ zijn bijvoeglijke naamwoorden, ~zelden~ is een
_bijwoord van tijd_ en beteekent _bijna nooit_. _Hoe komt het toch, dat
wij je tegenwoordig zoo ~zelden~ bij ons zien?_
* * * * *
Dat is een -- exemplaar van Vondels werken.
Door de invoering der muntgasmeters zijn in sommige steden de
2½-centstukken -- geworden.
Rijkdom en geluk vindt men -- vereenigd.
De berichten van het oorlogsveld zijn zeer --.
Bij Baarn groeit aan de Eembrug een -- plant; men ziet die plant maar --
in de tuinen.
Nu de aardappelen zoo -- zijn, eten wij maar veel meelspijzen.
Haastige spoed is -- goed.
De gastvrijheid onzer voorvaderen is -- geworden.
Het is een -- genot dezen vioolspeler te hooren.