_Wat veel kost en dus hooge waarde heeft._
~Kostbaar~ wordt in letterlijke beteekenis gebruikt. _De drooglegging
der Zuiderzee is een ~kostbare~ onderneming._
~Kostelijk~ komt slechts figuurlijk voor; het wijst alleen op de hooge
waarde, de voortreffelijkheid, die iets bezit. Bij hevigen dorst is
water geen kostbare, maar wel een _~kostelijke~ drank_ (d. i. een drank,
die uitmunt door zijn voortreffelijkheid om den dorst te lesschen).
* * * * *
De koningin droeg een -- snoer van diamanten.
Het is zonde, zulk -- eten te laten bederven.
De -- hofhouding van Lodewijk XIV verslond schatten.
Het was werkelijk een -- ingeving, zich zoo te kunnen redden.