ARMADO. Beminnenswaardige majesteit, vergun mij,-- 888

PRINSES. Was hij niet Hector?

DUMAINE. De edele Trojaansche ridder.

ARMADO. Ik wil uw doorluchten vinger kussen en afscheid nemen. Ook

ik heb een gelofte gedaan; ik heb aan Jacquenetta gezworen voor

haar zoete min drie jaren den ploeg te voeren. Maar, hooggeschatte

grootheid, wilt gij de samenspraak hooren, dewelke de twee geleerde

mannen hebben opgesteld tot lof van den uil en den koekoek? Zij had

op het eind onzer vertooning moeten volgen.

KONING. Roep vlug hen hier; wij willen dit nog hooren.

ARMADO. Hé daar! treedt nader.

(Holofernes, Nathanaël, Mot, Dikkop en Anderen komen op.)

Deze zijde is Hiems, de Winter; deze Ver, de Lente; de een door den

uil, de ander door den koekoek bijgestaan.--Ver, begin.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 65 / 73 题