BOYET. Maar is dit werk'lijk Hector? 641

KONING. Ik geloof, dat Hector niet zoo sierlijk gebouwd was.

LONGAVILLE. Zijn been is te rond voor Hectors been.

DUMAINE. Te malsch, zeker.

BOYET. Neen, hij is op den enkel nog het meest gevleesd.

BIRON. Dit kan Hector niet zijn.

DUMAINE. Hij is of een god of een schilder, want hij trekt gezichten.

ARMADO. "De wonderstrijdb're Mars, almachtig met de speer,

Schonk Hector, de' erfgenaam van Ilion, een gave":--

DUMAINE. Een vergulde muskaatnoot.

BIRON. Een Sinaasappel.

LONGAVILLE. Met nagels bestoken.

DUMAINE. Neen, doornageld met nagels.

ARMADO. Stil!--

"De strijdb're Mars, almachtig met de speer,

Schonk Hector, de' erfgenaam van Ilion, een gave:

In 't veld, van 's morgens vroeg tot 's avonds in de weer

Met strijden, werd hij toch nooit ademloos, die brave.

Ik ben die bloem,--"

DUMAINE. Die kruizemunt.

LONGAVILLE. Die distel.

ARMADO. Beste heer Longaville, beteugel uw tong.

LONGAVILLE. 'k Moet haar eer den teugel vieren, want zij rent op

Hector aan.

DUMAINE. Ja, en Hector is een hazewind.

ARMADO. De dierbare krijgsman is dood en verrot; o mijn lieve

duifjes, dorscht niet het gebeente des begravenen; toen hij ademde,

was hij een man.--Maar ik wil voortgaan met mijn taak. (Tot de

Prinses.) Koninklijke liefelijkheid, neig tot mij den zin uws gehoors.

(Biron fluistert Dikkop iets in.)

PRINSES. Spreek, dappere Hector, gij verlustigt ons zeer.

ARMADO. Ik aanbid uwer liefelijke hoogheid pantoffel.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 58 / 73 题