HOLOFERNES. Wat is dit dan? 613

BOYET. Het hoofd van een cither.

DUMAINE. De kop van een speld.

BIRON. Een doodshoofd op een ring.

LONGAVILLE. Een afgesleten kop van een Romeinsche munt.

BOYET. De knop van Cæsars sabel.

DUMAINE. De gesneden beenen knop van een kruithoornstop.

BIRON. Sint George's halve kop van een borstspeld.

DUMAINE. Ja, in een looden rand gezet.

BIRON. Ja, en door een kiezentrekker op zijn muts gedragen.

En nu vooruit! wij hebben 't hoofd u opgebeurd.

HOLOFERNES. Gij hebt het hoofd mij doen verliezen.

BIRON. Onwaar; wij hebben elk u 't hoofd geboden.

HOLOFERNES. Maar ik raakte er telkens 't hoofd door kwijt.

BIRON. Al waart gij een leeuw, wij hadden 't gedaan.

BOYET. Maar omdat hij een ezel is, moge hij gaan;

Of neen, hij is asch, die verstuift voor den wind.

Vaarwel, beste Juud!--Nu, waar wacht gij nog op?

DUMAINE. Hij wenscht voor zijn naam nog den staart bij den kop.

BIRON. Nu Juud, ga maar ras, want die asch maakt u blind.

HOLOFERNES. Dit is niet beleefd, niet grootmoedig, niet edel.

BOYET. Licht Judas eens bij, of hij stoot zich den schedel.

(Holofernes af.)

PRINSES. Ach, arme Maccabæus, wat had hij het daar te kwaad.

(Armado komt op, gewapend, als Hector.)

BIRON. Verberg uw hoofd, Achilles; Hector komt, gewapend.

DUMAINE. Al krijg ik ook mijn spotten thuis, nu wil ik hart'lijk

lachen.

KONING. Bij dien vriend daar was Hector maar een Stroojaan.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 57 / 73 题