PRINSES. Wat is er? 81

BOYET. Vlug! maakt u gereed! staat klaar!

Ten strijd! ten strijd! uw vrede is in gevaar.

Met argumenten zwaar gewapend naakt.

Vermomde liefde en overvalt u; waakt!

Roept, elk, uw geest op, schaart u, weest geducht,

Of bergt uw hoofd als lafaards, en ontvlucht.

PRINSES. Sta, Sint Denis, dan Sint Cupido! Spreek,

Wie richt op ons zijn adem en gesmeek?

BOYET. In koele schaduw, onder vijgeboomen,

Wilde ik een middaguurtje sluim'ren, droomen;

Daar kwam, als om mij in mijn rust te kwellen,

De koning aan met al zijn eedgezellen,

Juist naar dat plekje; zachtkens borg ik mij,

En sloop in 't kreupelboschje vlak er bij,

En heb, wat gij van mij verneemt, vernomen:

Dat zij op 't oogenblik vermomd hier komen.

Een kleine schelmsche page is hun heraut,

Die goed zijn boodschap weet en vlug ontvouwt.

Zij leerden daar hem voordracht en gebaren:

"Hier moet ge op drukken, goed dien stand bewaren,"

Maar vreesden telkens, dat hij, bij 't genaken

Der hooge dames in de war zou raken.

De koning zeide: "Een engel zult ge aanschouwen,

Maar ducht toch niets; spreek moedig, met vertrouwen."

Toen sprak de knaap: "Een engel is niet kwaad;

Maar was ze een duivel, dan wist ik geen raad."

Elk klopt hem op den schouder, lacht, en geeft

Door lof hem nog meer moed, dan hij reeds heeft.

Éen wreef zich de' elboog en riep lachend uit:

"Nooit hoorde ik beter antwoord; 't is een guit;"

Een knipt er met zijn vinger en zijn duim,

En roept: "Het gaat! elk dralen is verzuim!"

Een derde springt, en roept: "Goed, bij mijn ziel!"

De vierde maakte een pirouette en viel.

En daarop tuim'len allen op den grond,

En barst er zulk een lachen uit in 't rond,

Dat, als om hunne dolheid te beweenen,

Er weemoedsdroppels in hun oog verschenen.

PRINSES. Ons wacht dus een bezoek van 't eedgespan?

BOYET. Zij komen daar reeds aan, en,--'t fraaiste er van,--

Als Russen, Muscovieten; 't schijnt hun plan,

Te praten, 't hof te maken en te dansen;

Dan waagt in 't minnestrijdperk elk zijn kansen

Bij de uitverkoren schoone, kenbaar wis

Aan 't minnepand, dat pas gezonden is.

PRINSES. Is dit hun plan, dan willen wij hen plagen 126

En meisjes, elk van ons een masker dragen;

En geen der mannen zal van een der vrouwen,

Hoe roerend hij ook smeek', 't gelaat aanschouwen.

Hier, Rosaline, neem gij mijn juweelen;

Des konings eed moge uw gehoor nu streelen;

Hier, neem; en dat uw sieraad mij nu diene;

Dan houdt Biron wis mij voor Rosaline.--

En gij ruilt ook; bedrogen door den schijn,

Zal 't minnen van uw ridders kruiswijs zijn.

ROSALINE. Ja, ja; en 't minnepand vall' goed in 't oog.

CATHARINA. Maar wat is bij die ruiling wel uw doel?

PRINSES. Mijn doel is enkel, 't hunne te weêrstreven.

Zij scheppen, zoo gij ziet, in spot vermaak;

Mijn doel is spot voor spot; ziedaar de zaak.

Zoo stoot een ieder aan 't verkeerde hart

Zijn boezem uit; en spot wordt hun een gard,

Wanneer wij onvermomd elkaâr ontmoeten

En zij op nieuw met minnetaal ons groeten.

ROSALINE. En dansen wij met hen, wanneer zij 't vragen?

PRINSES. Bij halsstraf, neen; dit hebt gij niet te wagen!

Ook hun proloog wordt niet door ons geëerd;

Wij maken, als die aanvangt, rechtsomkeert.

BOYET. Zulk een verguizing brengt den spreker om,

Doet hem zijn rol vergeten, maakt hem stom.

PRINSES. Dit wensch ik juist; ik weet, als hij blijft steken,

Is ook bij de and'ren wis de moed geweken.

Dit noem ik scherts, als scherts een scherts verdrijft,

De hunne vlucht en 't veld aan de onze blijft.

Wij blijven en bespotten hun complot,

En zij, zij trekken af met schimp en spot.

(Trompetgeschal achter het tooneel.)

BOYET. Hoort! snel de maskers voor; de maskers komen!

(De Dames doen de maskers voor.)

(De Koning, Biron, Longavllle en Dumaine komen op, gemaskerd en in

Russische kleederdracht, verder Mot, Muzikanten en Gevolg.)

Veel Gemin, geen Gewin · 第 37 / 73 题