EERSTE TOONEEL.

Een ander gedeelte van het park.

Armado en Mot komen op.

ARMADO. Kweel, kind, breng mijn gehoorzintuig in beweging.

MOT (zingt). Concolinel!

ARMADO. Een liefelijk zangstukje!--Ga jeugdige teederheid; neem dezen

sleutel; stel den slungel in vrijheid; breng hem subietelijk hier;

ik moet hem bezigen voor een brief aan mijn liefste.

MOT. Meester, wilt gij uw liefste met een Franschen slag veroveren?

ARMADO. Wat meent gij? met een Fransche kloppartij?

MOT. Neen, mijn onvergelijkelijke gebieder! maar stoot een melodie

van het tongtipje af, maak er een capriool bij met de voeten, geef

er geest aan door uw oogleden opwaarts te keeren; zucht een noot en

zing een noot, nu eens door den gorgel, alsof gij bij uwen liefdezang

liefde verzwolgt, dan weder door den neus, alsof gij bij het ruiken van

liefde liefde opsnooft, met uw hoed als een luifel over de winkelkast

uwer oogen, met uw armen gekruist op uw afgedragen kamizool, als een

konijntje aan het spit, of met uw handen in de zakken als een zeeman

op het oude behangsel. En blijf niet te lang in één toon, maar snip

snap en weg er mee. Dit heet naar den aard, dit heet geestrijk, dit

verleidt u aardige deernen, die ook zonder dat te verleiden zijn,

en maakt hèn tot opmerkelijke mannen,--merkt gij dit wel op?--die

van zulke dingen het meest werk maken.

ARMADO. Hoe zijt gij aan die ondervinding gekomen?

MOT. Voor mijn stuiver opmerkzaamheid.

Veel Gemin, geen Gewin · 第 22 / 73 题