KONING. "Jacquenetta daarentegen,--zoo heet het zwakkere vat,--die
ik met den bovengenoemden herdersknaap aantrof, bewaar ik als een vat
van de grimmigheid uwer wet, en zal haar, bij den minsten liefelijken
wenk van u, voor het gerecht stellen. De uwe, in alle graden van
toegewijden en hartverzengenden dienstijver,