BIRON. Het rijmt, erkent dit mede.
KONING. Biron is als een felle vorst, die bijt,
En nijdig woedt op lentes eerstelingen.
BIRON. Ja, als de zomer trotsch is voor zijn tijd,
En pocht, eer vogels reden zien tot zingen.
Zou 'k roemen, wat ontijdig wordt geboren?
Bij donk'ren kersttijd kan geen roosje mij,
Op 't nieuwe kleed der Mei geen sneeuw bekoren;
Wat op zijn tijd verschijnt, begroet ik blij.
Wis, wordt te laat studeeren thans uw zwak,--
Gij klimt, om 't huis te ontsluiten, over 't dak.
KONING. Nu, speel niet mee, Biron, en ga; vaarwel!
BIRON. Neen, beste vorst, ik zwoer, en blijf bij 't spel.
Heb ik ook voor barbaarschheid meer gesproken,
Dan gij voor de' engel "kennis" zeggen kunt,
Ik houd mijn eed, mijn woord, nog nooit gebroken,
En boet de drie jaar uit, zoo gij 't vergunt.
Laat zien, wat in de rol geschreven staat;
Ik onderschrijf de wet, hoe streng, hoe kwaad.
KONING. Goed dat gij toegeeft, en de schande ontgaat.
BIRON (leest). "Item: Dat geen vrouwspersoon binnen een mijl afstand
van mijn hof mag komen." Is dit afgekondigd geworden?
LONGAVILLE. Vier dagen reeds geleden.
BIRON. Laat zien, op welke boete? (Hij leest.)
"Op straffe van de tong te verliezen."
Wie dacht dit uit? het is zoo streng als 't kan.
LONGAVILLE. Ik ben de man er van.
BIRON. Waarom, mijn lieve man?
LONGAVILLE. Zij blijven weg als zulk een straf hen wacht.
BIRON. 't Is vriendelijk doen bedreigd, en dat niet zacht. (Hij
leest.) "Item: Als iemand binnen dit tijdsverloop van drie jaren er
op betrapt wordt, dat hij met een vrouw spreekt, zal hij zulk een
openbare schande hebben te ondergaan, als de andere heeren van het
hof vermogen uit te denken."--
Nu, dit artikel, heer, zelf moet gij 't breken;
Want Frankrijks koning zendt,--gij weet dit wis,--
Zijn dochter herwaarts om met u te spreken,--
Een jonkvrouw, die recht schoon en vorstlijk is,--
Van de overdracht van Aquitania
Aan de' ouden kranken koning. Dus, gij ziet,
't Artikel hier is ijdel, krachtloos, ja,
Of hààr reis is verijdeld en voor niet. 141
KONING. Is 't moog'lijk, heeren, hoe ontging dit mij?
BIRON. Zoo schiet de studie steeds haar doel voorbij;
Zij streeft door studie naar het hoogste goed,
Maar zij vergeet te doen, wat zij doen moet;
En krijgt zij, wat zij wenscht, dan is het iets
Als platgebrande steden: iets, maar niets.
KONING. In deze kan ons dit besluit niet binden;
Zij moet noodzaak'lijk een verblijf hier vinden.
BIRON. Noodzaak'lijkheid doet ons onze eeden breken,
Drieduizendmaal in deze drie jaar tijd;
Geen aangeboren lust is ooit bezweken
Voor macht of spreuk; genade slechts bevrijdt.
Breek ik mijn eed, dit zeggen wint het pleit:
Ik breek hem enkel uit noodzaak'lijkheid.--
Ik onderschrijf al, wat ik heb bezworen;
(Hij onderteekent.)
En wie de wet nu schendt, hoe luttel 't zij,
Voor eeuwig, ja, heeft hij zijn eer verloren.
Ook and'ren wenkt verlokking, zooals mij;
Maar,--dit geloof ik,--deed ik 't laatst den eed,
De laatste ben ik, die zijn eed vergeet,--
Doch wordt nu alle kortswijl hier geweerd?
KONING. Wel neen; gij weet wel, aan ons hof verkeert
Een reiziger uit Spanje, trotsch en edel,
In al der wereld nieuwheid uitgeleerd,
En met een munt van woorden in zijn schedel;
Een man, wien 't raat'len van zijn ijd'le tong
Als tooverzang verrukt; en zoo volmaakt,
Dat, meent hij, recht noch onrecht, op den sprong
Van strijden staand, ooit hem als scheidsman wraakt;
Armado heet dit kind der phantasie;
Hij moge ons van oud Spanje's bruine helden,
Als we ons verpoozen van philosophie,
In hoogen stijl de dapp're daden melden.
Ik weet niet, valt hij ook in uwen smaak?
Mij is zijn leugentaal een zoet vermaak,
En hij vervangt mijn troubadours mij vaak.
BIRON. Armado is voor mij een ideaal,
De held der mode, fonkelnieuw van taal.
LONGAVILLE. Als hij met Dikkop ons verzet hier wordt,
Dan blijken drie jaar studie veel te kort.
(Dom en Dikkop komen op, de eerste met een brief in de hand.)
DOM. Wie is hier de eigen persoon van den vorst?
BIRON. Hier, deze knaap. Wat wilt gij?
DOM. Ikzelf reprehendeer zijn eigen persoon, want ik ben zijn genades
gerechtsdienaar, maar ik wilde zijn eigen persoon zien in vleesch
en bloed.