XLVI.

(ZORG VOOR 'T ALGEMEEN.)

Een leerrijk voorbeeld van een schipper (naar mijn oordeel),

Die met zijn schade zocht zijns naastens meeste voordeel.

_Proverb._ 11.

Die 't koren zoldert, heeft zijn vloekers en benijders,

Maar die het mild verkoopt heeft veel gebenedijders.

De magre diere[253] tijd, schier tot in 't graf des doodes,

Verdrukte de gemeente, in de oude stad van Rhodes;

Waarom de mare[254] vast, met hare groote trom[255],

Opwekte 't naaste land, tot troost en hulp alom,

Tot dat'er eindelijk drie schepen, zwaar geladen,

Met terwe kwamen aan, om ieder te verzaden;

Maar naauwlijks raakten zij uit de ongestuime zee,

En wierpen 't anker uit, of kwamen op de reê,

Of de opper-stierman roept, zoo luide als hij mag brullen:

"O borgers! hier is graan, om uw gebrek vervullen;

Maar koopt niet al te dier, of immers maar ter nood[256],

Want daar komt achter mij nog een geheele vloot;

Dus houdt een leege[257] markt, en willet[258] niet opsteken,

Want daar is voor de hand meer als u mag[259] ontbreken."

Graan-koopers u vrij schaamt, als gij u niet verkloekt[260],

En met uw schade aldus 't gemeene beste zoekt,

Wanneer gij, gierig om een hooge markt verwerven,

Uw koren-zolders sluit, en latet graan verderven,

God geeft ook wieder vast[261] met kommer en geduld,

Als uwen aas-zak maar is tot de keel vervuld;

Peinst vrijelijken[262], dat des rechters ooren tuiten,

Die eens op 't lest voor u zal 's Hemels schuren sluiten;

Als gij dan klaagt en kermt, wordt ijdel uwe hoop,

Wanneer hij zeggen zal: "mijn graan is niet te koop!"

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 75 / 105 题