XX.

(PALLAS VERWONNEN.)

Ei ziet, wat grooter visch is hier in't net gevischt!

't Is Pallas, door 't bedrog van Gierigheid en List.

1 _Timoth._ 6:

Die zich bekoren laat van 't goud, dat hij ziet blikken[121],

Door Gierigheid geraakt in veelderhande strikken.

De kloeke Listigheid, twee-aanzichtig en wakker,

En de arme Gierigheid (die van eens anders akker

Wel hare schuren vult, en in heur diefsche tasch

Bergt 't goud dat zij kabast[122] uit heures naasten kas)

De wijze Pallas zelf zoo aardig kosten[123] lokken,

Tot dat zij hadden 't net heur over 't hoofd getrokken.

Want dat de Gierigheid de Wijsheid wel bedriegt,

Is een gemeene spreuk, die door de monden vliegt.

Dit is wel eer gezien aan Midas, toen hij haakte[124],

Dat het al louter goud mocht werden dat hij raakte;

Dees bede hem gewerd, en was hem licht vergond:

Greep hij een stoksken op, het werd al goud terstond,

Of grijpt hij eenen steen, hij werd in goud herboren,

Neemt hij een hand vol graans, hij heeft al gulden koren,

En dobbert hij in 't nat, of grijpt hij eenen boom,

Hij heeft een gouden eik, en eenen gulden stroom:

Den gek, die is verblijd, hij lacht vast dat hij schatert,

En geeft den Echo werk, die al zijn doen besnatert:

Maar als hij aanden disch zal eten ('t is te vreemd!)

Wordt al de spijze goud, die hij in handen neemt,

En als hij drinken zal, (wel, hoe wil 't nu gelukken?)

Den wijn in goud verkeert, en met geheele stukken

Hem in het keelgat valt; dies roept hij weder aan

De Goden, die uit liefd' hem van dit leed ontslaan.

Dies dikwijls Gierigheid de Wijsheid heeft bedrogen,

En 't goud heeft in den nood nooit iemand helpen mogen[125].

De complete werken van Joost van Vondel. Vergelijking van de Verlossinge der Kindren Israels met de Vrijwording der Vereenigde Nederlandsche Provinciën, [etc.] · 第 49 / 105 题