De mensch is samengesteld uit verschillende organen, waarvan de
geslachtsorganen dienen tot instandhouding van de soort, al de overige
tot behoud van het individu.
Terwijl bij het mannelijk en vrouwelijk individu de geslachtsorganen
verschillend zijn, valt voor de overige organen geen wezenlijk
onderscheid waar te nemen, noch wat samenstelling, noch wat verrichting
betreft.
Hun vorm evenwel verschilt dikwijls. Deze vormverschillen, ieder
afzonderlijk gering, zijn te zamen genomen zoo groot, dat wij dadelijk
het onderscheid tusschen man en vrouw opmerken.
Zoo is in het algemeen genomen de vrouw niet zoo groot en zwaar
gebouwd als de man. Bij haar meer vetafzetting in het onderhuidsch
celweefsel, waardoor haar spieren en de uitsteeksels der beenderen
nauwelijks zichtbaar zijn; bij hem daarentegen de spieren gemakkelijker
waarneembaar en de beenige uitsteeksels duidelijker in het oog vallend.
Borst, buik en billen zijn bij de vrouw eenigszins boogvormig; bij
den man min of meer rechtlijnig.
De schouderbreedte is bij vrouwen kleiner dan de heupbreedte,
bij de mannen is juist het omgekeerde het geval; hiermee staat in
verband, dat bij de vrouwen ook de borst smaller is dan de buik en
het tegenovergestelde weer bij de mannen valt waar te nemen.
De lichaamslengte in haar geheel genomen leert ons, dat bij vrouwen
relatief het hoofd langer, de hals korter, de romp langer en de armen
en beenen korter zijn dan bij mannen. Vooral de betrekkelijk lange
romp en korte beenen van de vrouw zijn opvallend. Haar dijen zijn
aanmerkelijk korter en breeder dan van den man en iets binnenwaarts
geplaatst, doordien de dijbeenderen onder een eenigszins anderen hoek
in het heupgewricht staan.
Tot den leeftijd van 9 à 10 jaren zijn de jongens in den regel grooter
dan de meisjes; daarna tot aan de puberteitsjaren, den geslachtsrijpen
leeftijd, zijn meisjes grooter en zwaarder dan jongens van denzelfden
leeftijd. Na dien tijd gaan de jongens weder sterker groeien en
overtreffen spoedig de meisjes in lengte en gewicht. Jongens blijven,
hoewel langzaam, tot hun 23e jaar groeien, terwijl meisjes reeds op
20-jarigen leeftijd den vollen wasdom bereikt hebben.
Na deze algemeene beschouwing zal in de volgende hoofdstukken worden
uiteengezet, in hoever de verschillende organen van het lichaam tot
de vorming van het vrouwelijke type bijdragen.