Spoediger dan ik had durven verwachten, verraste de uitgever mij met
de tijding, dat reeds een derde druk van mijn arbeid noodig is. De
wensch van den uitgever om den prijs van het werkje aanmerkelijk te
verlagen, ten einde een grooter kring van lezers te krijgen, werd
door mij ernstig overwogen. Want ook mij kan het niet anders dan
aangenaam zijn, dat het doel, waarmede de arbeid werd ondernomen,
welk doel in het voorwoord van den eersten druk is kenbaar gemaakt,
zoo volledig mogelijk worde bereikt.
Het bleek echter, dat voor een goedkoope uitgave de beweegbare platen,
aan het eind van het boekje geplaatst, moesten worden opgeofferd. En
dit achtte ik, in verband met de zeer beknopte behandeling van de
stof en de menigvuldige verwijzingen naar die platen, ten eenenmale
ongewenscht.
De derde druk gaat derhalve de wereld in als de beide eerste, slechts
werd hier en daar, ter verduidelijking van den tekst, een kleine
verandering gebracht in de redactie.
Den wensch, dat het onthaal van deze oplaag voor de vroegere niet
zal behoeven onder te doen, kan ik niet nalaten hier te uiten.
Amsterdam, 1900. A. H. J.