Regentstreet 14.”
Glimlachend keek zij haar moeder aan.
„Hebt u er iets tegen, als ik die les accepteer?”
„Niet in het minst. Alleen zou ik gaarne eerst kennis willen maken met
de heeren en ze voorstellen, hier in huis les te komen nemen.”
„Natuurlijk, moedertje. En te oordeelen naar den stijl van dit briefje
zullen die heeren daartegen geen bezwaar maken. Weet u wat? Ik ga ze
dadelijk antwoorden!”
En Betty nam plaats aan het schrijfbureau, dat in een hoek der kamer
stond en stelde den volgenden brief op:
„Zeer hooggeachte baron Brand!
Het zal mijn moeder en mij aangenaam zijn, als gij en uw secretaris
Woensdagmiddag om vier uur bij ons de thee wilt komen gebruiken.
Wij kunnen dan mondeling de condities omtrent de Hollandsche lessen
bespreken.”
En toen, in een opwelling, waarvan zij zichzelve geen rekenschap kon
geven, onderteekende zij voluit: „Elisabeth, baronesse Doorneveld van
Oudenhoven, Bakerstreet 70.”
Tot nog toe hadden noch barones van Doorneveld, noch haar dochter in
Engeland ooit haar adellijke afkomst genoemd.