Zoomin als bij de elkander schielijk opgevolgde 15de, 16de, 17de,
18de en 19de, heeft de Schrijver, bij deze 20_ste_ uitgave, aan
het bovenstaande iets toe te voegen dan de verzekering, dat hij ook
voor haar zijne beste zorgen heeft overgehad; en de herinnering,
dat aan de reeds bij het schrijven der Voorrede voor de 6de
gevoelde en sedert steeds "dringender" gebleken "behoefte", in het
najaar van 1887, door zijn "_na vijftig jaar_, _Noodige en overbodige
Opheldering van de Camera Obscura_", naar vermogen voldaan is. Een
_tweede, geheel herziene druk_ zag daarvan in het voorjaar van 1888
het licht. (Haarlem, De Erven F. Bohn.)