Van

Hildebrand.

Nec lusisse pudet, sed non incidere ludum.

Horatius.

Negen en twintigste druk.

Haarlem De Erven F. Bohn.

1917.

De schaduwen en schimmen van Nadenken, Herinnering en Verbeelding

vallen in de ziel als in eene Camera Obscura, en sommige zoo

treffend en aardig dat men last gevoelt ze na te teekenen en,

met ze wat bij te werken, op te kleuren, en te groepeeren, er

kleine schilderijen van te maken, die dan ook al naar de groote

Tentoonstellingen kunnen gezonden worden, waar een klein hoekje

goed genoeg voor hen is. Men moet er evenwel geen portretten

op zoeken; want niet alleen staat er honderdmaal een neus

van Herinnering op een gezicht van Verbeelding, maar ook is de

uitdrukking des gelaats zoo weinig bepaald, dat een zelfde tronie

dikwijls op wel vijftig onderscheiden menschen gelijkt.

_Anonymus_

_in libro non edito._

Camera Obscura · 第 2 / 64 题