"Pop is een natuurkindje? Een kind _moet_ zich uitleven! Ik hoor het van
alle kanten. De tijdschriften en couranten staan er vol van. Jammer dat
ik het niet eerder geweten heb. Nu ja, de ouderen zijn wel flinke lieve
kinderen geworden, maar ze hebben toch niet zoo'n prettige jeugd gehad.
Ik heb ze opgevoed met het drilsysteem, dat me van Ouder tot Ouder is
bijgebracht geworden. Het nakomstertje is zoo vroolijk. Pop leeft zoo
heerlijk zonder dwang!"
Moeder bazuinde het uit voor elk gewillig oor. Dat mij "de lof harer
zotheid" niet bespaard bleef is natuurlijk. Sinds eenige jaren gaf ik
den ouderen kinderen pianoles en had gelegenheid op te merken, dat haar
onmacht tegenover Pop, Moeder steeds zwaarder ging drukken. Van vele
kanten hoorde ik, dat het waarlijk schattige, pientere kindje de schrik
was voor allen, die met haar in aanraking kwamen. Suus kende geen
gehoorzaamheid. Ze gaf aan elke opwelling gehoor zonder eenige rekening
te houden met de gevolgen voor anderen. Ze vernielde wat haar lustte.
Pop was, juist geoordeeld, een halve wilde. Als vreemde mocht ik niet
ingrijpen. Deze bekrompen liefhebbende Moeder zou het trouwens niet
geduld hebben. Met hare roerende liefde verdroeg ze in hoofdzaak alleen
de moeite en lasten van haar schat. Ze liet haar zelden aan een ander
over.
Toen Mijnheer, zijn reeds dikwijls verworpen plan--om met Mevrouw en de
oudere kinderen een reisje door Nederland te doen--eindelijk wilde
doorzetten, werd het Moeder bang om het harte voor haar "Natuurkindje".
De bijna driejarige Suus moest dan voor vier weken bij familie gaan
logeeren. Terecht vreesde Moeder, dat dit veel verdriet voor Pop zou
meebrengen. De ontstemmingen, die het kind bij anderen gewoonlijk
teweegbracht waren Moeder maar al te zeer bewust geworden.
Ze kon niet besluiten.
"Neen, vast niet bij tante Lies, ze is zoo overdreven precies."
"Bij oom Henk nog minder. Hij heeft zulke dolle driftbuiën."
In haar Moederlijke bezorgdheid waagde ze het mijn hulp in te roepen. Ze
kende me in den omgang met vele kinderen. Ik woonde toen bij een
familie, die een jongen en een meisje in den leeftijd van Suus hadden.
Dankbaar aanvaardde ik de vereerende, doch moeilijke taak.
Het zou de Moeder na jaren van inspanning eens wat rust geven en ik
hoopte tegelijk bij de lieve Suus wat te kunnen goed maken.
Ik begon met mijn kleine patiënte eenige dagen waar te nemen, voordat ik
ernstig ging ingrijpen.
Haar pretenties waren schering en inslag.
"_Ik_ hoef niet te gaan slapen terwijl onze broer 's morgens een uurtje
naar bed moet om te rusten."
"_Ik_ mag naast tante E. aan tafel zitten." Jet en Han waren dit gewend.
"_Ik_ moet tante E. op straat een arm geven," een voorrecht, dat zus en
broer noode afstonden.
"Waarom _jij_?" vroeg ik al gauw, haar hoogst verbaasd aanziende.
......Nou...e, nou......
Voor mijn blik, sloeg ze de oogjes deemoedig neêr. Het was de eerste
keer in haar leven.
"_Jij_ gaat 's morgens ook naar bed," omdat _alle_ kindertjes van nog
geen drie jaar 's morgens wat gaan rusten.
"_Jij_ moogt evenveel beurten hebben als de andere kinderen om op straat
aan mijn arm te loopen."
Na eenige dagen liet ze elke aanmatiging varen. Meer en meer paste ze
zich kalm aan. Ten slotte leefde ze de gewoonten van de andere kinderen
volledig mede.
* * * * *
Moeder had me een vinger gegeven, ik wilde nu de geheele hand hebben.
Ik nam voortaan het recht de leefwijze van onze Suus mede te bedisselen.
Het werd Moeder langzamerhand wel duidelijk, dat ze het beginsel "het
Kind moet zich uitleven" op een verkeerde wijze had toegepast. Ze was me
heel dankbaar. Haar kind werd stipt gehoorzaam. Het genoot niettemin een
veel prettiger jeugd dan de oudere kinderen. Suus had meer vrijheid.
* * * * *
We moeten met onze paedagogische voorlichtingen in de populaire bladen,
_heel_ voorzichtig zijn tegenover het leekenpubliek, meer en meer zien
te bereiken, dat door een deskundige uitsluitend persoonlijke
voorlichting wordt gegeven aan minder ontwikkelde, minder ervaren
Moeders. Paedagogische voorlichtingen kan het gros van het publiek nog
niet verwerken.
* * * * *
=Naschrift.= Ik geloof niet, dat er in "Het Kind" ooit voorlichtingen
hebben gestaan, die tegen bovenstaand lesje indruischten. _Red._