Het gesprek liep over het resultaat, dat ik na een moeilijke opvoeding,
met een mijner pupillen bereikt had.
"En, zou je de verschillende kinderen nu nog allen op dezelfde wijze
behandelen?" vroeg een der aanwezigen, enthousiast.
"Helaas, neen," bekende ik. Althans niet practisch. Wij ouderen van
dagen, zijn daar meestal niet meer toe in staat. Wij missen de kracht om
bij de opvoeding onzer lievelingen de strengheid door te voeren, welke
het kind tot een zelfstandig, vrij individu kan vormen. Velen onzer
hebben te droeve ervaringen opgedaan omtrent het leven, velen hebben te
pijnlijk aan den lijve ondervonden, wat het kind mogelijk te wachten
staat. Het enthousiasme, waarmede de jeugdige opvoedster(der) in de
gelukkige toekomst van het kind gelooft, bezielt haar werk. Het is een
kracht in haar, waarbij de meest ervarene het moet afleggen. Daarom
verkies ik de _jeugdige_ opvoedster voor het _jeugdige_ kind.
--In een groot gezin, vullen de oudere kinderen gewoonlijk het te kort van
de Moeder voor de jongere aan--
Laat ik u mijn bewering met een voorbeeld uit mijn praktijk toelichten.
Onze Cor was zeer slordig. Sedert het kind op zesjarigen leeftijd
zichzelf dagelijks lichamelijk moest verzorgen, viel er tooneel op
tooneel voor, tusschen vader en zoon, waarbij Moeder en ik Vader
steunden. De ernstigste straffen mochten niet baten. Jaren lang werd Cor
drie, vier maal terug gestuurd om zich beter te wasschen, voordat hij
mede aan tafel mocht zitten. Hij was reeds elf jaar, toen Vader op een
middag wanhopig uitriep, "de jongen _krijgt_ de handen niet meer schoon,
het vuil is in zijn huid gegrift!"
Kort daarop ging Cor naar het gymnasium. Hij had voor dien tijd een
derde klasse school bezocht. Tot onze verbazing werd Cor binnen een half
jaar "het Heertje". Hij had voortaan geen enkele aanmoediging noodig.
Hoe meer wij het leven ervoeren, hoe meer het ons berouwde, dat we het
den jongen zoo lastig hadden gemaakt.
Het acht jaar jongere broertje bleek even slordig als Cor. We
behandelden hem echter anders. Nu eens vermaanden we Bert, dan weer
spoorden we hem vriendelijk aan een nette jongen te zijn, maar meestal
verzorgden we hem zelf. We rekenden op het leven, dat stellig
verbetering zou brengen. Bert ging ook naar het gymnasium. Hij is nu
vijftien jaar en...... nog even slordig als op zesjarigen leeftijd.
We behandelen hem nu op dezelfde wijze als we Cor gedaan hebben. We zijn
er echter lang niet van overtuigd te slagen. In het eerste geval, is het
zaad, dat we gestrooid hebben en jarenlang hebben verzorgd, door
gunstige omstandigheden tot vollen wasdom gekomen. We hebben bij hem
echter verzuim gepleegd. Dergelijke fouten door vele oudere
opvoedsters(ders) begaan zijn zelden weer goed te maken.
"Hebben wij ouderen dan minder waarde bij de opvoeding van _jeugdige_
kinderen?" vroeg Mevr. R. teleurgesteld.
"Welneen," troostte ik. "We hebben alleen ieder ons afgebakend terrein."
"De _Jeugdige_ opvoedster(der) de practische uitvoering."
"De oudere opvoedster(der) haar theoretische kennis en ervaring."
"De bejaarde opvoedster(der) haar onbegrensde liefde, geduld en
troost."