XIII. Spoedig komt ook de weelde binnen en vermeerdert de behoeften en
de beroepen.
XIV. Hiervoor is een grooter gebied noodig, en door dat streven naar
uitbreiding ontstaat oorlog, die dan weer wachters noodig maakt; want
één mensch moet maar één beroep uitoefenen.
XV. Een goed wachter moet als een goede wachthond scherp van
waarneming, vlug, sterk, moedig en driftig zijn, en tevens vriendelijk
jegens zijne medeburgers.