Rheinstein! Wie herinnert zich dien fieren burcht niet, half
oud-ridderkasteel, half modern slot, maar in bouwstijl en voorkomen
getrouw het karakter weergevende van den feodalen tijd? Indrukwekkend
schoon ligt het daar, het gerestaureerde kasteel, de mededinger van
den koninklijken Stolzenfels, op zijn hooge rots, aan den oever van
den Rijn; en bij het voorbijvaren kunt ge niet nalaten uwe oogen op
te heffen tot den vorstelijken burcht, eigendom van een der pruisische
prinsen, die het gebouw uit zijne puinen deed herrijzen.
Maar meer nog wellicht dan de burcht zelf, heugt u het onvergelijkelijk
schoone landschap, waarvan hij mede een der meest karakteristieke
sieraden is. Weinig punten aan de heerlijke Rijnoevers kunnen met
de omgeving van Rheinstein wedijveren. In stoute, wilde vormen
verheffen zich, ter wederzijde van den breeden, snelvlietenden,
bruisenden stroom, de machtige rotsgevaarten, die zijn bed insluiten,
en waartusschen hij zich kronkelend en slingerend en schuimend een
weg baant. Daar aan den oever ligt in een krans van frisch geboomte
het vriendelijk stedeke Asmannshausen, waarboven en waarnevens zich
de schoon gevormde, met dicht bosch bedekte bergen van het Niederwald
verheffen. Van zijn hooge rots, aan den tegenoverliggenden oever,
staart de fiere Rheinstein neder op de woelende rivier, op het
nederig stadje, op de oude Clemenskapel, wegduikende in de schaduw
der boomen. Daar ginds voor u uit, waar de stroom zich nog eenmaal
buigt, rijst uit de grauwachtige wateren, schuimend en klotsend in het
Bingerloch, de Muizentoren met zijne verschrikkelijke legende van den
wreeden bisschop Hatto, door de hem vervolgende muizen verslonden. Iets
verder groeten u, aan den voet der groene bergen, der wijnrijke
heuvelen, Bingen en Rudesheim, waar zich het nauwe rotsdal opent,
en de Rijn, schier een meer gelijk, statig golft door de bloeiende,
weelderige Rheingau, dien tuin van Duitschland, zoo weergaloos schoon,
als ge staande op een der toppen van het Niederwald die paradijsachtige
streek overziet... O, heerlijk land, ontvang nog een groet uit de
verte, een groete der herinnering, een wensch des wederziens!