De bel luidde onbehaaglijk.
"Ik kom, ik kom!"
Voor de deur was Lou.
"Wat is dat voor krankzinnigheid!"...
Lou stond op de stoep en hield aan de teugels een breed bruin
paard. Het was een stevige merrie, zooals er voor de wagens der
Heineken's bierbrouwerij loopen, een beest met zware schoften en een
verstandigen grooten kop. Op den gladden rug lag een zadel. Het paard
zweette van het draven. Bij elk van zijn pooten lag een plasje, dat
met dunne straaltjes naar het straatriool liep. Om Lou en het paard
stond de heele buurt. Daar had je de meiden van de waschvrouw, die
tegen me grinnikten, de bakker met lange brooden onder zijn arm, de
melkvrouw met volle putsen melk, de schoenlapper, de bovenbuurtjes. Ze
stonden allemaal te gapen naar het paard, naar Lou en naar mij. In
de verte zag ik een diender.
"Wat is dat voor krankzinnigheid?"... zei ik nog eens.
"Ik ben wezen paardrijden," zei Lou.
"Paardrijden?... Paardrijden?... Waar heb je dat geleerd?"
"Op de bierbrouwerij."
"Breng 't beest dan weer terug!"
"Wel nee... Je weet toch dat het ons paard is!"
"Ons paard?... Hebben wij een paard? Hebben wij... een paard?"
"Je hebt me toch geld gegeven om er een te koopen!"
"Ik jou geld gegeven... Ben je gek?"
"Ach je slaapt!... Je gaf me duizend gulden... Hier heb je de drie
cent terug die ik over heb."
"Nou maar ik wil het beest hier niet hebben."
"Die is ook goed! Daar komt een agent an... Ik kan het toch niet
buiten laten staan."
"Kaik dat beest 's sweite! Is dat 'n dier doodrijen"--, zei een van
de meiden van de waschvrouw.
"Bemoei je d'r niet mee," zei Lou, "anders krijg je de wasch niet
meer."
"We binnen om jullie wasch niet verlegen, 'n wasch van twee hemmetjes,
twee kapotte onderbroeken"...
"Maak nou geen spektakel voor de deur," zei ik.
"Betaal liever mijn rekening"--bromde de bakker: "Koop jij een paard,
als de straat niks meer van je mot hebben!"
"'t Is Godbeterme schande, zooals das beest schwitzt"--schreeuwde de
schoenlapper, die een halve Duitscher is.
't Werd een benauwd relletje. Ze drongen hoe langer hoe meer op.
"Wees toch voorzichtig!" riep ik--"als 't beest achteruit trapt,
krijg je ongelukken."
"Hij trápt niet achteruit!", zei Lou.
"Stommerik," zei ik zacht.
Maar op eens begon het beest geweldig te hinniken. Het was een
gehinnik zóo schel als van een stoomfluit. Van schrik liet de bakker
zijn brooden vallen. De merrie beet er in.
"Als je maar weet, dat ik 't op de rekening zet!"--brulde de bakker.
"Wat mot dat paard hier?"--Daar had je de politie.
"Mijnheer," zei ik--"mijn broer heeft een paard gekocht voor f
999.97... Nou staat 't beest zoo te transpireeren"...
"Vooruit menschen! Doorloopen! Doorloopen!"
Gelukkig, ze gingen 'n end op zij.
"Dat paard mot van de stoep af, mijnheer."
"Lou, het paard mot van de stoep, zegt de politie!"
"Dan zal ik het binnen brengen."
"Ben je dol!... 't Beest is te dik!"
"Niks te dik! Kijk maar!"
De dikke, zware merrie schuurde met haar vleezig lichaam tegen de
muren van ons nauw portaaltje.
"Je maakt 'm heelemaal wit," zei ik nog. Maar Lou liep door, sleepte
't paard mee, eerst door de gang, toen door de keuken, toen de vijf
treedjes af in het tuintje.
De merrie begon dadelijk te grazen van het ongelukkig beetje onkruid.
"Daar gaan onze bloemen! Wat doe je ook een paard mee te brengen!"
"Je zult zien wat we 'r 'n plezier van zullen hebben! As je 's avonds
naar De Telegraaf gaat, rij je"...
"Hij vreet al het groen op!"
"Dat groeit het volgend jaar weer an."
"Pas op voor Poel. Hij staat zoo te blazen!" [6]
"Da's waar! Ik zal Poel wegbrengen, anders vliegt-ie 't paard an."
Boven hingen alle buren uit 't raam.--"Wat 'n mooi beest!"--"Wat
'n engel van 'n dier!" "Meneer, mag ik 'r 's opzitte?"--
"Nee! Nee! Nee!" schreeuwde ik: "we hebben nou geen tijd, we gaan
eten!"
Het paard stond lekker te grazen.
"Heb je biefstuk meegebracht?"
"Ja."
"Waar is ze?"
"Hier."
Lou haalde de biefstuk uit zijn zak. Ze was warm geworden en kleefde an
't papier.
"Die kunnen we zoo niet eten!"
"Wel zeker. Hou ze maar even onder de leiding."
"Blijf jij dan bij het paard."
Ik begon de biefstuk te bakken. Wat vet en boter in de omeletpan op
het gaskomfoor. Het rook lekker. Pieps en Poel stonden met kromme
ruggen en stijvige staarten op de aanrechtbank toe te kijken.
"Hou het paard toch vast!"
"'t Doet geen kwaad. 't Is een mak beest!"
De merrie stond schuin op de tuintrap en snoof de biefstuklucht op.
"Kischt! Kischt!" riep ik.
"Laat 'm toch gaan!"
Lou dekte de tafel. Pieps en Poel bromden tegen het paard.
Toen kwam het de tuintrap op.
"Kischt! Kischt!"
Het hinnikte.
"Kischt! Kischt!"
Het kwam dichterbij.
"Kom," schreeuwde ik woedend: "breng je paard de keuken uit, anders
vreet-ie de biefstuk op!"
"Laat 'm maar loopen! Cesar! Cesar!"
Lou floot het beest. 't Bleef naar de biefstukbakkerij kijken en
lekte zich de neusgaten met een lange, bloederige tong.
"Kischt! Kischt! Wil je weg gaan!"
Ik kreeg het benauwd. Het paard kwam hoe langer hoe dichter bij. Poel
stond te blazen met een staart zoo dik als een vuist.
"Lou! Lou!"
"Wat is 'r toch!"
"Haal je paard uit de keuken!"
Het was te laat. Nog terwijl ik "kischt! kischt!" riep, had de merrie
aan het heete pannetje gelikt. Haar tong kleefde even aan het warme
email. "Kischt! Kischt!"--Vervloekt beest. Van pijn sloeg het met
de achterpooten den stoel stuk, keerde zich om en probeerde mij te
trappen, maar ik was de gang al in. Ik zag nog hoe de biefstukpan
geraakt werd, hoe mijn lekkere saus op de achterpooten van Cesar
kwam, hoe de biefstuk op den grond viel en Poel er mee an den haal
ging. Meer zag ik niet, want de merrie keerde zich weer om, zag mij
in de gang, holde op me toe... Flank! Bons! De kamerdeur dicht. Het
woedende beest probeerde met zijn bek de deurknop om te draaien,
maar ik leunde met alle macht tegen de deur, terwijl de merrie in de
gang zóó verschrikkelijk stampte, alsof het onweerde. "Lou," brulde
ik... "help mee aan de deur! Ik val om van moeheid!"
Geen antwoord.
"Lou, Lou!"...
"Wat mot je toch?"
... "Waar is 't paard?"
"Wat paard?"
... "De biefstuk"...
"Sta nou maar op... 't Is één uur! Waarom roep je me?"
"Heb ik jou geroepen?"
"Wat mot er bij de koffie zijn?"
"Bij de koffie?... Gemarineerde haringen"...