VYFDE TOONEEL.

_METELLUS, FLAMINIUS, de Raadsheeren, KALFURNIA, LAVINIA, de Raadsheers

Vrouwen, PAPIRIUS, ALBINUS._

FLAMINIUS. Papirius, ’s lands raad is aan uw deugd verplicht.

Heeft uw verdichtsel stof tot dit geweld gegeeven,

Dat hebt gy niet voorzien. Gy zyt ons trouw gebleven.

Om uw stilzwygendheid zult ge in den Roomschen raad

Voor altoos zitten. En, om redenen van staat,

Zal buiten u alleen, in onzen raad van Romen,

Ten zy met ons verlof, geen jongeling meer komen;

Op dat ons staatsgeheim, door geen nieuwsgierigheid

Der moeders, uitlekke en werd’ onder ’t volk verbreid.

PAP. Ik voel myn boezem in een vuur van yver blaaken.

Om zulk een groote gunst my zelven waard te maaken.

’k Bedank den achtbren raad, die my in myne jeugd

Wil leiden op het spoor der Roomsche heldendeugd.

_Einde van het derde en laatste Bedryf._

Drie blyspelen · 第 95 / 133 题