VYFDE TOONEEL.

_KALFURNIA, LAVINIA, twee Raadsheers vrouwen, REBELLA, TUMULTA, FURIA, en

de voorgaande vrouwen._

KALFURNIA. Houdt op! wat gaat u aan! wat wilt gy doen, vriendinnen?

Myn man heeft gansch geen schuld. Denkt dat wy u beminnen.

Weet dat ik de oorzaak ben, dat gy gewapend zyt.

’k Heb u gewaarschouwd; want het waar me een bittre spyt,

Zo ik een tweede vrouw moest in myn huis ontfangen.

LAV. Al de eedle vrouwen zyn met u in één belangen.

’t Raakt ons, zo wel als u, te zorgen voor onze eer;

Daarom verschynen wy by u met ons geweer.

REB. Zo voegt gy u by ons, doorluchte Roomsche vrouwen!

KAL. Gy moogt op onze hulp, vriendinnen, u vertrouwen.

Wy zyn ruim honderd sterk.

KALFURNIA, LAVINIA, _en de twee andere raadsheers vrouwen leggen de

zwaerden kruisling over malkander_.

Wy zweeren Numaas wet,

Te volgen tot den dood! en in ons echte bed

Geen tweede vrouw, ten spyt der mannen, te gedoogen:

Maar voor het vrouwlyk recht te stryden naar vermogen.

REB. Weest welkom in het heir! wie had dit ooit gedacht!

KAL. Nu moet men ’t Kapitool beleegren, onverwacht.

Wy zullen voor het hoofd van ’t vrouwen leger trekken,

En u voor d’ aanval van de jonge heeren dekken,

Die in het veld van Mars te samen zyn geschaard,

Om, als de raad het eischt, op ’t brieschend oorlogs paard

Te vallen in dit heir: het welk men voor kan komen,

Als zy hunn’ moeders, de heldinnen van ons Romen,

Aan ’t hoofd van ’t leger zien, dan zullen zy gewis

Niets onderneemen, dat voor ons gevaarlyk is.

REB. Ik wil den legerstaf dan aan u overgeeven.

_Als Kalfurnia den Veldheers staf aangenomen heeft, schreeuwen

alle de vrouwen, en mannen._

Lang moet Kalfurnia met de eedle vrouwen leeven!

KAL. Men stel zich in ’t gelid, en volg ons daar wy gaan.

Men zal by ’t Kapitool het leger nederslaan.

_Kalfurnia, met de speelende muzikanten vooruit, worden van

alle de anderen in dezelfde order gevolgd, als zy op het

tooneel gekomen zyn._

_Einde van het tweede Bedryf._

Drie blyspelen · 第 89 / 133 题