VYFDE TOONEEL.

_KALFURNIA alleen._

Helaas! wat zal ons overkomen!

Waar toe is ’t vrouwelyk geslacht,

ô Bittre spyt! ô smaad! gebracht!

Waar toe vervalt de Raad van Romen!

ô Brutus! uit wiens helden bloed

Kalfurnia is voortgesproten,

Zal ik my voor het hoofd zien stooten?

ô Neen. ’k Word raazend en verwoed.

Ik zal die schenders van uw wetten,

ô Numa! hunnen dwaazen zin:

Gelyk een eedle Romeinin,

In tyds met alle kracht beletten.

Zou ik dat zwygen? Neen, o neen!

Ik zal een vrouwen heir in Romen

Gezwind doen in de wapens komen,

En aan het hoofd van ’t leger treên.

Verandren raaden in tyrannen,

Dan staat het eedle vrouwen vry,

Ten spyt van mannen dwinglandy

Om edelmoedig t’zaam’ te spannen.

’t Is tyd dan dat ik aanhang maak,

Tot voorstand van het recht der vrouwen,

Moet ik een tweede in huis aanschouwen?

’k Zal dan niet sterven zonder wraak!

_Einde van het eerste Bedryf._

Drie blyspelen · 第 79 / 133 题