AANTEEKENINGEN

[1] J. H. Halbertsma, Hulde aan Gysbert Japiks, Leeuw. 1827, II 305.

[2] Behoudens eenige taalkundige wijzigingen, is de tekst der

Beschrijving onveranderd gelaten. Daar zij echter door velen vereerd

wordt als een nuttig Leesboek over het Zonne- en Planetenstelsel,

zoo heeft een deskundige bij deze uitgave eenige opgaven en tabellen

gevoegd, welke de hoofd-elementen van het Planetenstelsel, naar den

tegenwoordigen stand der wetenschappen, bevatten.

[3] Om verdere bijzondere aanhalingen te vermijden, zij het mij

vergund, de bronnen hier in eens aan te wijzen, waaruit het volgende

is geput: 1º. De opdragt en Beschrijving van Prof. Van Swinden,

waarin verscheidene bijzonderheden voorkomen; 2º. de Voorrede van

Do. Jan Brouwer voor de 2e uitgave dezer Beschrijving, van 1824;

3º. Mr. Jac. Scheltema, Leven van Eisinga, in zijn Geschied-

en Letterkundig Mengelwerk, Amst. 1818, 2e dl. 2e st. 186;

4º. Prof. J. W. de Crane, Letter- en Geschiedkundige Verzameling van

eenige Biographische Bijdragen en Berigten, Leeuw. 1841, 79 en verv.;

5º. J. van Leeuwen, Hulde aan E. Eisinga, in de Vrije Fries, 1847,

V 86. Verder hebben Jacobus Eisinga, de tegenwoordige bewoner van

het Planetarium, en zijn neef Ane Stephanus Eijsinga te Dronryp mij

eenige berigten omtrent hunne vaders (Eise en Stephanus) medegedeeld

en de verder verlangde hulp bewezen. De eerste heeft mij bovendien

verpligt door mij de verklarende beschrijving van het raderwerk,

benevens de albums ten gebruike te verleenen.

[4] Corn. Ekama Oratio de Frisia ingeniorum Mathematicorum inprimis

fertili, dicta Fran. 1809. Dikwijls heb ik het mijn hooggeachten vriend

Prof. J. W. de Crane hooren betreuren, dat hij het plan niet volbragt

had, om van deze rede, waartoe hij de historische bouwstoffen verschaft

had, eene vertaling te geven, met bijvoeging van levensschetsen der

daarin vermelde personen, gelijk Prof. G. de Wal zijne oratie over

de Friesche Regtsgeleerden in 1825 vermeerderd heeft uitgegeven.

[5] Zie over dezen voortreffelijken man het werkje: Willem Loré en

zijne Dijken en Sluizen, in 1835 door Prof. De Crane en mij uitgegeven.

[6] Zie uitvoeriger berigten over laatstgenoemde personen in Scheltema,

Mengelwerk, 3e dl. 3e st. bl. 225, en De Crane, Verzameling, 97, 105;

N. Mulder, Oratio, de meritis Dav. Meese, Gron. 1823.

[7] Meest al de vermelde werken zijn door mij verzameld in eene reeds

vrij talrijke bibliotheek van Werken van Friezen, in verschillende

vakken, welke, als letterkundige bronnen, mij hier voor het eerst

zeer te stade kwamen.

[8] Dit voortreffelijk handschrift in folio berust thans in de

Bibliotheek van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid-

en Taalkunde te Leeuwarden.

[9] Hij werd begraven nevens den hoofdingang der kerk van Dronrijp. Nog

is daar op de zerk het grafschrift leesbaar, waarmede de zoon den

vader vereerde, en hetwelk een zeldzaam blijk draagt van beider

geestrigting. Het luidt:

Beschrijving van het Rijks-Planetarium te Franeker Van 1772 tot 1780 uitgedacht en vervaardigd door Eise Eisinga · 第 58 / 61 题