BIJVOEGSELS TOT DEN DERDEN DRUK VAN 1851.

Sedert de hoogl. J. H. van Swinden het kunstig planetarium van

Eisinga beschreef, zijn ruim 70 jaren verloopen,--jaren, waarin

door sterrekundige waarneming en navorsching eene meer volledige en

naauwkeurige kennis aangaande het zonnestelsel is verkregen. Het is

derhalve niet te verwonderen, dat in de voorgaande, op nieuw in het

licht gegevene Beschrijving eenige opgaven voorkomen, waarvoor de

hedendaagsche, meer volmaakte sterrekunde andere in de plaats heeft te

stellen. Die verouderde opgaven betreffen inzonderheid het aantal der

bekende hoofd- en bijplaneten, de hoedanigheden (elementen), waardoor

de eene planetarische loopbaan van de andere onderscheiden is, alsmede

eenige eigenschappen, welke de planeten zelven aan den dag leggen.

Evenmin als wij vrijheid vonden, wezentlijke veranderingen aan te

brengen in Van Swinden's Beschrijving, en hem in de uitlegging van het

zonnestelsel op een standpunt te plaatsen, 't welk eerst 70 jaren na

de vervaardiging van Eisinga's kunstgewrocht bereikt is; evenmin meenen

wij eenige voorname opgaven te mogen achterhouden, welke soortgelijke,

minder naauwkeurige, in den tekst of in de noten voorkomende, zouden

behooren te vervangen. Wij zullen deze verbeteringen aanbrengen in

eenige beknopte overzigten, en daarmede hopen wij menigen lezer van dit

werkje, die belang stelt te vernemen, wat thans van het zonnestelsel

bekend is, eenigermate te gemoet te komen.

Beschrijving van het Rijks-Planetarium te Franeker Van 1772 tot 1780 uitgedacht en vervaardigd door Eise Eisinga · 第 50 / 61 题