AANHANGSEL.

Het laatste stuk, door mij uitgedacht en afgeteekend, is een

planetarium, waarop de loopbanen van Mercurius, Venus, de Aarde,

met de Maan, Mars, Jupiter en Saturnus zijn geplaatst, in hare

betrekkelijke afstanden van de Zon en hare uitmiddelpuntigheden en

knoopen. Saturnus loopbaan, in derzelver middelbaren afstand van de

Zon, is gesteld op 43 duim (oude Friesche maat); de andere planeten

in evenredigheid, als 4 Mercurius, 7 Venus, 10 Aarde, 15 Mars,

52 Jupiter en 95 Saturnus. Deze afteekening is gezien door Willem

Jans Jansen, landbouwer te Dongjum, een buitengewoon natuur- en

werktuigkundige onderzoeker en liefhebber (deszelfs stand in de

maatschappij in aanmerking genomen zijnde), en net werkman in hout,

koper, ivoor, ijzer enz., die ook zich zelven eene draaibank en

meer andere gereedschappen had vervaardigd, waarmede hij, door zijn

vindingrijk vernuft, in staat is, om velerhande kunstwerk te maken. Na

het zien van dit mijn afgeteekend planetarium, werd deze opgewekt,

om hetzelve te vervaardigen. Hiertoe werd verkozen een vlak bord,

groot 20 duim in middellijn, verbeeldende de ecliptica. Hetzelve

is aan den buitenrand verdeeld in teekens en graden van den zodiak,

en in maanden en dagen, ons jaar uitmakende. De wegen der genoemde

planeten zijn daarop van 5 tot 5 graden doorboord, om de bolletjes,

die op koperen laafjes geplaatst zijn, te kunnen zetten, waar ze

behooren (voorondersteld zijnde, de plaats, waar ze op zekeren tijd

moeten staan, bekend te zijn); ze worden van onderen op het bord met

een schroefje vastgezet. Jupiter en Saturnus zijn ieder op een stokje

geplaatst, omdat hun afstand ver buiten het bord valt. Onze Aardbol

is omringd door eenen meridiaan, waarin hij om zijne aspunten kan

draaijen. Binnen dezen meridiaanring is een platte ring, verbeeldende

den horizont; op dezen zijn de zestien hoofdstreken van het kompas

geteekend. Op het Aardbolletje zelf zijn de hoofdcirkels, als de

aequator, ecliptica, keerkringen en poolcirkels, alsmede de hoofdsteden

van ieder keizer- of koningrijk, en land en zee, door mijnen neef

Sipke Eisinga netjes afgeteekend, voor zoo veel de kleinheid van

het bolletje dit toeliet. De horizont kan, door het losmaken van een

schroefje, op alle poolshoogten geplaatst worden. De aspunten der Aarde

gaan door den meridiaan; op het eene aspunt is een koperen plaatje

geschroefd, waardoor men het bolletje met de hand kan ronddraaijen;

op het andere aspunt wordt een wijzertje tusschen een borstje en een

plaatje vast bekneld, en op den meridiaanring is om de as eene koperen

plaat vastgemaakt, welker buitenrand verdeeld is in maanden en dagen

van ons jaar. Binnen dezen jaarcirkel is nog een cirkel, in 2 maal

12 uren verdeeld; deze uurcirkel kan in den jaarcirkel ronddraaijen.

Als men nu dit werktuig gebruiken wil, plaatst men de planeetbollen

ieder op zijne plaats op het bord, alsmede onzen Aardbol, met zijne

aspunten paralel met de lijnen, die op het bord getrokken zijn. De

horizont om den Aardbol kan men plaatsen, op welke poolshoogte men

verkiest; men draait de verkozene plaats onder den meridiaan, en

zet den uurcirkel met het middaguur op de maand en den dag van het

jaar, en het wijzertje op 12 uur; dan ziet men de Zon, de Maan en de

planeten, door het ronddraaijen van de Aarde, op- en ondergaan en in

welke streek van het kompas ze staan, alsmede den tijd, wanneer ze

opkomen, door den meridiaan gaan en ondergaan, op die poolshoogte en

meridiaan, waarop men den horizont gesteld heeft.

Het werktuig is geplaatst op een langwerpig vierkant stoeltje, op

welks langste hoeken twee pilaartjes zijn, waarin het bord in Aries en

Libra kan draaijen. Aan het bord is een halve cirkel van hout, 3 1/2

duim breed, vastgemaakt, en schuift langs eene sleuf in een voetje,

dat in het midden van het langwerpig vierkant stoeltje staat. Deze

halve cirkel is aan den eenen kant, van de evennachtslijn tot aan de

noordpool, verdeeld in 90 graden, en aan den anderen kant, van de

evennachtslijn tot aan de zuidpool, ook in 90 graden, om het bord,

dat de ecliptica verbeeldt, te kunnen stellen, op wat poolshoogte men

verkiest. De 66 1/2 graden zijn aan weêrskanten het middelpunt van den

halven cirkel, omdat onder de poolcirkels de ecliptica in Cancer en

Capricornus horizontaal ligt: want onder den noorder-poolcirkel komt de

Zon in Capricornus op den middag wel in, maar niet boven den horizont,

en in Cancer komt zij te middernacht wel in den horizont, maar gaat

er niet onder. Bij den zuider-poolcirkel is het regt omgekeerd.

Beschrijving van het Rijks-Planetarium te Franeker Van 1772 tot 1780 uitgedacht en vervaardigd door Eise Eisinga · 第 49 / 61 题