Welke zijn nu de wegwijzers in dien doolhof? Kennen wij tusschenvormen
tusschen dier en mensch, of bestaat nog steeds de "break in the chain,"
waarover Darwin klaagde? Wat leeren ons hieromtrent de fossiele
menschelijke overblijfselen?
Het zou de ruimte, mij door den uitgever voor dit boekje toegestaan,
verre overschrijden, zoo ik een volledige opsomming en beschrijving
wilde geven van al de vondsten van praehistorische menschelijke
overblijfselen, welke bekend geworden zijn. Die opsomming zou
daarbij bijzonder vervelend worden, nutteloos zijn en niet op haar
plaats in dit werkje. Ik wil dan ook slechts de voornaamste noemen,
en slechts van die vondsten een iets meer uitvoerige beschrijving
geven, die nieuwe gezichtspunten hebben geopend of bepaalde vragen
nader tot hunne oplossing hebben gebracht. Voor een overzichtelijke
rangschikking der gegevens is natuurlijk de chronologische volgorde
daarbij niet de meest gewenschte. Want dan weer wordt een zeer oude
vorm ergens gevonden, eenigen tijd later een overblijfsel van veel
geringeren ouderdom, dan weer een overblijfsel uit de vroegste perioden
der menschelijke historie opgedolven, enz. Wil men in staat zijn,
bij de beschrijving der verschillende vondsten tevens een beeld te
geven van de wordingsgeschiedenis van het menschenras, voor zoover men
die kent, dan is de eenige weg die, dat men eerst die overblijfselen
beschrijft, die zich het nauwste aan de dierenwereld aansluiten,
dan de overblijfselen met iets minder inferieure kenmerken, om te
eindigen met die vormen, die geheel en al de typische kenmerken van
den homo sapiens, den tegenwoordig levenden mensch vertoonen.
Beginnen wij dus met de meest dierlijke overblijfselen.