[1] In bewerking.
[2] Sayornis Phoebe.
[3] Hier Ameiurus Nebulosus.
[4] Gaultheria Procumbens.
[5] Van de familie Catostomidae.
[6] Colaptes Auratus.
[7] Mya Arenaria.
[8] Men zie _Mitches_, bladz. 126. Met patrijs wordt in Long's boeken
steeds den boschvogel, nooit onze patrijs bedoeld.
[9] Bartramia Longicauda.
[10] Sciurus Aurocapillus.
[11] Somateria Mollissima Borealis.
[12] Sedert bovenstaande waarneming gepubliceerd werd, is mijn aandacht
op verschillende gevallen gevestigd, die ten slotte bewijzen, dat deze
gewoonte om een gebroken poot te spalken in klei, meer onder de snippen
verbreid is, dan ik mogelijk geacht had. In een artikel in _Science_
(Mei 13, 1904, deel XIX, N. S. No. 489, pag. 760 enz.) heb ik enkele
van deze gevallen genoemd en het bewijs gegeven, waar ze op steunen.
[13] Anasa Tristis.
Van William J. Long verschijnen in de vertaling van Cilia Stoffel
met teekeningen van Charles Copeland:
1 Dierenleven in de Wildernis (3de druk)
2 Kijkjes in het Dierenleven (2de druk)
3 Het Boschvolkje
4 Op eenzame Zwerftochten
5 Boschgeheimen
6 Een Broertje van den Beer
7 Op Herten uit
8 Zonder Geweer op jacht
9 De Witte Wolf
10 Langs Dierenpaden in het Hooge Noorden