Elfde Les.
Samengestelde Tijden.
Tot hiertoe hebben we geleerd de werkwoordelijke uitgangen _as_, _is_,
_os_ en _us_. Dit noemt men de uitgangen der _enkelvoudige tijden_.
Er zijn ook nog _samengestelde tijden_.
De samengestelde tijden worden gevormd door verbinding van het
hulpwerkwoord _esti_ in de enkelvoudige tijden, met de deelwoorden.
Aanmerking: Daar de Nederlandsche taal twee hulpwerkwoorden van
tijd heeft, n.l. _zijn_ = esti en _hebben_ = havi, is men zeer
dikwijls geneigd ook in 't Esperanto _havi_ als hulpwerkwoord te
beschouwen. Wees dus op uw hoede en gebruik, ook al staat in het
Nederl. het werkwoord hebben in verband met een ander werkwoord,
steeds het hulpwerkwoord _esti_ = zijn.
Zeg ik bijv.: _ik eet_ = mi mangxas, dan ben ik bezig met eten, dus:
_ik ben etende_ = mi estas mangxanta.
Zeg ik: _ik at_ of _ik heb gegeten_ = mi mangxis, dan zegt dit,
dat ik nu klaar ben met eten. Gebruikt men nu in 't Nederlandsch
het hulp w.w. zijn, dan wordt het: _ik ben gegeten hebbende_ = mi
estas mangxinta.
Zeg ik nu: ik had gegeten, dan zegt dit dat ik op zeker tijdstip, dat
voorbij is, reeds klaar was met eten, dus: _ik was gegeten hebbende_
= mi estis mangxinta.
In dit laatste geval hebben we dus feitelijk een dubbelen verleden
tijd, want ik spreek over iets in 't verleden, hetgeen toen al verleden
was, zooals:
Toen hij gisteren bij mij kwam, had ik reeds gegeten = Kiam li hieraux
venis cxe mi, mi jam estis mangxinta.
Ik vertel dus heden, dat hij gisteren bij mij kwam, en dat ik toen
reeds klaar was met eten.
Voor zulke gevallen (dus voor de voltooid verleden tijd) moet men in
't Esperanto steeds de samengestelde tijden gebruiken.
De voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gegeten = mi estas mangxinta)
moet alleen dan in den samengestelden tijd gebruikt worden, wanneer
men speciaal te kennen wil geven dat een handeling reeds gebeurd is,
bijv.: Leeft hij nog? = Cxu li vivas ankoraux? Neen, hij is gestorven =
Ne, li estas mortinta.
Deze zelfde regel kan ook in 't Nederl. toegepast worden. Ik kan
evengoed zeggen: Ik at gisteren bij mijn oom, als: ik heb gisteren bij
mijn oom gegeten. Hiervoor gebruikt men dus in 't Esperanto zooveel
mogelijk den enkelvoudigen tijd.
Hieronder volgen de samengestelde tijden van het werkw. lauxdi =
prijzen.
_Bedrijvenden vorm._
mi estas ik ben
vi estis lauxdanta gij waart prijzende.
li estos hij zal zijn
sxi estus zij zou zijn
mi estas ik ben
vi estis lauxdinta gij waart geprezen hebbende.
li estos hij zal zijn
sxi estus zij zou zijn
mi estas ik ben
vi estis lauxdonta gij waart zullende prijzen
li estos hij zal zijn of op 't punt van
sxi estus zij zou zijn te prijzen.
_Lijdenden vorm._
esti lauxdata = geprezen wordende.
esti lauxdita = geprezen zijn.
esti lauxdota = op 't punt van geprezen te worden of
zullende geprezen worden.
estu lauxdata = word geprezen.
weest geprezen wordende.
estu lauxdita = wees geprezen.
weest geprezen geworden zijnde.
estu lauxdota = wees geprezen zullende worden.
wees op 't punt van geprezen te worden.
estante lauxdata = wordende geprezen.
estante lauxdita = zijnde geprezen.
estante lauxdota = op 't punt zijnde van geprezen te worden.
mi estas ik word
vi estis lauxdata gij werd geprezen.
li estos hij zal worden
sxi estus zij zou worden
mi estas ik ben
vi estis lauxdita gij waart geprezen geworden.
li estos hij zal zijn
sxi estus zij zou zijn
mi estas ik ben
vi estis lauxdota gij waart op 't punt van
li estos hij zal zijn geprezen te worden.
sxi estus zij zou zijn
Daar de deelwoorden in de samengestelde tijden altijd _bijvoeglijk_
gebruikt zijn, krijgen ze in het meervoud ook den meervoudsuitgang.
Het kan ook voorkomen, dat in 't Nederlandsch de enkelvoudige tijd
gebruikt wordt, waarvoor in 't Esperanto de samengestelde tijd gebruikt
moet worden.
Wanneer bijv. in één zin twee handelingen verricht worden, waarvan
de eene reeds aan den gang was, toen de andere begon, dan moet de
handeling, die reeds aan den gang was, in den samengestelden tijd
gebruikt worden, bijv.:
Ik las een boek, toen hij mij riep = Mi estis leganta libron, kiam
li vokis min.
Leer van buiten:
asparago asperge
brasiko kool
salato salade
lentoj linzen
bulbo ui
frukto vrucht
citrono citroen
kuko koek
piro peer
cxerizo kers
frago aardbei
frambo framboos
daktilo dadel
nukso noot (in't algemeen)
juglando noot (okkernoot)
avelo hazelnoot
peco stuk
mielo honig
oleo olie
vinagro azijn
mustardo mosterd
lakto melk
servico servies
fromagxo kaas
kafo koffie
teo thee
cxokolado chocolade
akvo water
vino wijn
biero bier
brando brandewijn
pipo pijp
objekto voorwerp
estonteco toekomst
linio lijn, linie
loterio loterij
ondo golf
tendo tent
antauxdiri voorspellen
malfrui laat komen
fabriki vervaardigen
sveni bezwijmen
sopiri zuchten
heredi erven
dika dik
rekta recht
sen zonder
jen estas hier is
Vertaling:
Laktujo, laktejo, pirujo, peceto, pipego, antauxdiro, senharulo,
sopiro, heredajxo, heredanto, kafejo, kafujo, kafopoto, sxafido,
malrekta, maldika.
Vertaal in Esperanto:
Koffiehuis, bierhuis, kerseboom, theebus, theepot, voortdurend zuchten,
kaaspakhuis, sigarettenpijpje, ontbijt, middagmaal, avondmaal, iemand
die altijd laat komt, iemand die dik is.
Vertaling:
La infano estas kisanta la patrinon. La infano estas kisata de
la patrino. La knabo estis batanta la hundeton. La hundeto estis
batata de la knabo. Li estos leganta mian leteron. Tiu letero estos
legata de sxi. La knabino estas skribinta leteron al sia avino. Mi
estas skribonta. Mi estas amata de mia patrino. Vi estas vidita en
la gxardeno de mia najbaro. Tiu cxi domo estas konstruata de mia
frato. La fenestro estis fermita longe, sed mi malfermis gxin. La
tuta planko estis kovrita de malpurajxoj. Mi estis skribonta longan
leteron al vi, sed mi ne havis tempon. Kiam ni eliris la pregxejon,
ni estis vidataj de nia najbaro. Mi estas balainta la malpurajxojn
sur la planko kaj nun mi lavos la mangxilaron. La policestro estis
elironta, kiam malricxa virino demandis por paroli kun li.
Vertaal in Esperanto:
Zoudt gij mij uw mes willen geven, want het is scherper dan het
mijne. Water is de beste en gezondste drank. Het weêr was zoo slecht,
dat ik niet komen kon. Uwe zuster zou niet zoo vroeg aangekomen zijn
als gij, indien zij niet vroeger vertrokken was dan gij. In den tuin
van mijn buurman staan vele appel- en pereboomen; zij dragen veel
vruchten, welke spoedig rijp zullen zijn. Zeg aan de dienstbode, dat
zij de theepot en het servies in den tuin brengt (portu). Wij kunnen
met het schoone weêr thee drinken in den tuin. Indien gij hongerig
zijt, hier is kalfsvleesch, groenten en aardappelen; eet zooveel (tiom,
kiom) gij wilt. Mijn dorst is grooter dan mijn honger. Hebt gij dorst,
hier is water, bier en wijn. Toen ik gisteren thuis kwam bemerkte ik,
dat ik mijn geldbeurs had verloren. Hebt gij ook gehoord of (cxu) ze
gevonden is (geworden). Ik kan het u niet zeggen, maar ga naar het
politiebureau en zeg het aan den politiebeambte, die daar is. Daar
ik hard geloopen had, was ik zeer vermoeid.