CHAPTER 1

Produced by David Starner, Jeroen Hellingman, and the

Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net

Het Esperanto

In

Twintig Lessen

Bewerkt voor zelfonderricht cursus- en schoolgebruik

Door A. Blok, Rotterdam.

Achtste druk.

Frateco

Rotterdam W. Zwagers

Voorwoord.

_"De ondervinding is de beste leermeesteres"._

Dit spreekwoord is niet te onpas bij het samenstellen van een

Esperanto-leerboek. Waar tot nog toe voor cursuslessen dikwijls het

leerboekje van den _Heer WITTERIJCK_ _"Esperanto in 10 lessen"_, als

het geschikst daarvoor, werd gebruikt, heeft de ondervinding geleerd,

dat dit boekje, ofschoon volledig, te beknopt is, waardoor velen,

die met ijver de studie van het Esperanto begonnen, spoedig deze ook

weer staakten. De hoofdoorzaak hiervan is te vinden in het feit,

dat het meerendeel der Esperanto-leerende menigte de schooljaren

reeds geruimen tijd achter den rug heeft en dientengevolge de zoo

hoognoodige Nederlandsche taalregels vergeten is.

Dit heeft mij op het denkbeeld gebracht, te trachten deze oorzaak weg

te nemen, door aan de hand van WITTERIJCK'S "Leerboekje in 10 lessen"

een uitgebreider samen te stellen in 20 lessen, waarin de leerling,

behalve over het Esperanto, ook een onmisbaar klein overzicht van de

Nederlandsche taal krijgt, en niet geheel zal behoeven te steunen

op datgene, wat de onderwijzer tijdens de lessen ervan vertelt,

wat grootendeels toch weer vergeten wordt.

Moge dit werkje een gunstig onthaal vinden bij onderwijzers en

leerlingen en daardoor krachtig medewerken tot groei en bloei van de

wereldhulptaal _Esperanto_.

A. Blok.

Rotterdam, Nov. 1912.

Bij den Tweeden Druk.

Gaarne voldeed ik aan het verzoek van den Uitgever, om een tweede

druk van mijn leerboekje in gereedheid te brengen.

Dankbaar heb ik van de op- en aanmerkingen mijner geestverwanten

gebruik gemaakt en hier en daar een kleine wijziging of aanvulling

aangebracht, welke door gebruikers van den 1en druk met geringe moeite

in den tekst bijgeschreven kunnen worden.

Ik hoop en vertrouw dat deze tweede druk een even gunstig onthaal zal

vinden als de eerste, welke getoond heeft in eene behoefte te hebben

voorzien, daar zij reeds in één jaar uitverkocht is.

A. B.

Rotterdam, Jan. 1914.

Bij den Vierden Druk.

Aangenaam is het mij te kunnen constateeren, dat van mijn leerboekje

een veelvuldig gebruik is gemaakt, daar reeds weer een nieuwe druk

moet worden opgelegd. Met het oog op de vele in gebruik zijnde

boeken van den 2en en 3en druk en daar het niet noodig is gebleken

dat ingrijpende veranderingen moesten worden aangebracht, is deze

oplaag behoudens een paar kleine wijzigingen geheel gelijk aan de

voorgaande zoodat ze beiden tegelijk kunnen gebruikt worden.

Tevens heb ik als leesoefening nog een verhaaltje ingelascht.

A. B.

Rotterdam, Nov. 1916.

Bij den Zevenden Druk.

Deze druk is gelijk aan den vorigen.

A. B.

Rotterdam, Oct. 1920.

Het Esperanto in twintig lessen.

Het Alphabet.

Vorm Naam Uitspraak.

A a a als de lange _a_ in _dagen_.

B b bo als in 't Nederlandsch.

C c co als _ts_ in plaa_ts_en.

Cx cx cxo als _tsj_ in 't Nederlandsch.

D d do als in 't Nederlandsch.

E e e als de lange _e_ in _beer_.

F f fo als in 't Nederlandsch.

G g go als een zachte _k_ met keelgeluid in

_zakdoek_.

Gx gx gxo als _dzj_ in 't Nederlandsch.

H h ho als in 't Nederlandsch.

Hx hx hxo als _ch_ in _lachen_.

I i i als de lange _i_ in _titel_.

J j jo als in 't Nederlandsch.

Jx jx jxo als _zj_ in 't Nederlandsch.

K k ko als in 't Nederlandsch.

L l lo idem.

M m mo idem.

N n no idem.

O o o als de lange _o_ in _oor_.

P p po als in 't Nederlandsch.

R r ro idem.

S s so idem.

Sx sx sxo als _sj_ in 't Nederlandsch _sjouwen_.

T t to als in 't Nederlandsch.

U u u als _oe_ in _koe_, _goed_.

V v vo als _w_ ongeveer in 't Nederlandsch.

Z z zo als in 't Nederlandsch.

Aux, tweeklank, als _au_ in 't Nederlandsch _pauw_.

Eux, idem als _eeu_ idem _spreeuw_.

Zooals men ziet mist het Esperanto Alphabet de letters _ij_, _q_, _w_,

_x_ en _y_, welke niet gebruikt worden, doch heeft het méér de letters:

cx in cxevalo, spreek uit tsjeewaaloo.

gx in gxardeno, spreek uit dzjaardeenoo.

hx in hxemio, spreek uit cheemieoo.

jx in jxauxdo, spreek uit zjaauwdoo.

sx in sxerci spreek uit sjeertsie.

Esperanto is phonetisch, d.w.z. iedere letter heeft haar eigen bepaalde

klank en wordt dus door slechts één letterteeken voorgesteld.

De klinkers _a_, _e_, _i_ en _o_ worden dus altijd uitgesproken met

zachtlangen klank, bijv.: aglo, spreek uit aagloo = arend; eble,

spreek uit eeblee = mogelijk; vintro, spreek uit wientroo = winter;

ovo, spreek uit oowoo = ei; terwijl _u_ den oe-klank heeft als bulo,

spreek uit boeloo = bol.

Aanmerking: In 't gebruik worden deze klanken in gesloten lettergrepen

iets korter uitgesproken en komen dan overeen met de uitspraak in

onze woorden _pad_, _pet_, _pit_ en _pot_.

De klemtoon valt altijd op den vóórlaatsten lettergreep, bijv.:

_pa_tro = vader; cxe_va_lo = paard; so_i_fo = dorst; ho_di_aux = heden.

Bij samengestelde woorden valt de klemtoon op elken vóórlaatsten

lettergreep van de samenstellende deelen, bijv. kura_cist_ed_zi_no =

de vrouw van een geneesheer.

Het afbreken van woorden aan het eind van een regel kan naar willekeur

geschieden, doch de ondervinding beveelt aan, de woorden alléén

af te breken na'n woorddeel, dus bijv. na het stamwoord of na de

samenstellende deelen, bijv.: esper-anto, pa-rol-an-ta, ferm-il-aro.

CHAPTER 1

Eerste Les.

Het Lidwoord.

Het eenige _lidwoord_ in 't Esperanto is _la_, onverschillig voor

welk geslacht of getal: la patro = de vader, la patrino = de moeder,

la infano = het kind, la patroj = de vaders.

Ons onbepaald lidwoord een ('n) blijft onvertaald, dus: een of 'n

vader = patro, een of 'n kind = infano.

Aanmerking: In gedichten ter verkrijging van de dichtmaat en soms

wel in de schrijftaal, wordt ook wel l' gebruikt, doch in het laatste

geval maar alléén na voorzetsels met een klinker op 't eind.

Het Zelfstandig Naamwoord.

Een _zelfstandig naamwoord_ (z.n.w.) is de naam van een werkelijke

zelfstandigheid of van datgene, wat als een zelfstandigheid wordt

voorgesteld.

Al zulke woorden eindigen in 't Esperanto op _o_, als: tablo = tafel,

patro = vader, rimedo = middel, espero = hoop.

Het meervoud wordt gevormd door toevoeging van _j_ achter den uitgang

_o_, als tabloj = tafels, patroj = vaders, rimedoj = middelen,

infanoj = kinderen.

Het Bijvoeglijk Naamwoord.

Het _bijvoeglijk naamwoord_ (bijv. n.w.) drukt een hoedanigheid of

een kenmerk van een zelfstandigheid uit en gaat in 't Esperanto altijd

uit op _a_.

Het krijgt tevens dezelfde uitgangen als het z.n.w., bijv.: bona

patro = een goed vader, bonaj patroj = goede vaders, bela arbo =

een mooie boom, belaj arboj = mooie boomen.

Het Werkwoord.

Een _werkwoord_ (w.w.) is een woord, dat 'n werking, handeling

enz. uitdrukt, als: loopen, ontvangen, schrijven.

_Wij liepen_ komt van _loopen_. _Hij ontving_ komt van

_ontvangen_. _Hij had geschreven_ komt van _schrijven_.

Deze vormen _loopen_, _ontvangen_, _schrijven_, waarbij alleen de

werking wordt uitgedrukt, zonder dat feitelijk eene werking verricht

wordt, noemt men de _onbepaalde wijs_ van 'n werkwoord. Deze onbepaalde

wijs gaat in het Esperanto altijd uit op _i_.

De _tegenwoordige tijd_ der _aantoonende wijs_ (welke later zal

verklaard worden) eindigt voor alle personen, zoowel enkel- als

meervoud, op _as_, bijv.: la knabo batas = de knaap slaat, la knaboj

batas = de knapen slaan.

Het Bijwoord.

Zooals een _bijv. n.w._ een bijzonderheid aanduidt van een

_zelfst. n.w._, zoo duidt een _bijwoord_ 'n bijzonderheid aan van

'n _werkwoord_ en gaat altijd uit op _e_.

Het heeft niet, zooals een bijv. n.w., een meervoudsuitgang, bijv.:

kanti = zingen, bele kanti = mooi zingen, kuri = loopen, rapide kuri =

vlug loopen.

Een bijwoord kan ook een bepaling zijn van 'n bijv. n.w. of van een

ander bijwoord, doch nooit van 'n zelfst. n.w., bijv.; even mooi

zingen = same bele kanti.

Woordvorming.

Het Esperanto bestaat uit ± 2000 stamwoorden, welke voor het meerendeel

zijn genomen uit de moderne talen, en waarvan de andere woorden

gevormd worden.

Voor de woordvorming bedient men zich in 't Esperanto van _voor-_

en _achtervoegsels_. In iedere les zullen hiervan een paar behandeld

worden. Als eersten volgen hier:

_Het voorvoegsel_ _mal-_ _en het achtervoegsel_ _-in_.

_Mal_ drukt uit het tegenovergestelde van wat het stamwoord zegt,

bijv.: bona = goed, malbona = slecht; bela = mooi, malbela = leelijk;

juna = jong, maljuna = oud; amiko = vriend, malamiko = vijand.

_In_(o) duidt het vrouwelijk geslacht aan van het stamwoord, bijv.:

patro = vader, patrino = moeder, frato = broeder, fratino = zuster.

Leer de volgende woordjes van buiten:

familio familie

avo grootvader

patro vader

filo zoon

frato broeder

nepo kleinzoon

onklo oom

nevo neef (kind v. broer of zuster)

kuzo neef (kind v. oom of tante)

fiancxo verloofde

edzo echtgenoot

viro man

homo mensch

sinjoro mijnheer, heer

knabo knaap, jongen

frauxlo jongman

infano kind

parenco bloedverwant

societo gezelschap

amiko vriend

najbaro buurman

servisto dienaar, bediende, knecht

azeno ezel

granda groot

bona goed

juna jong

gaja vroolijk

felicxa gelukkig

kontenta tevreden

esti zijn

povi kunnen

legi lezen

skribi schrijven

devi moeten

veni komen

kanti zingen

ludi spelen

kuri loopen

al naar, aan

en in

sur op

sub onder

de van

kun met

dum gedurende, terwijl

kaj en

Vertaling:

Patrino, filino, frauxlino, avino, nepino, onklino, edzino, virino,

patroj, filoj, infanoj, patra, patrina, infana, malkontenta.

Vertaal in Esperanto:

Verloofde (vr.), oud, slecht, mevrouw, leelijk, nicht, juffrouw,

droevig, tante, meisje, buurvrouw, ongelukkig, klein.

Vertaling:

La edzo legas, la edzino skribas. La infano ludas kaj kuras. La kuzino

kantas bele. La bona patrino. La frauxlino skribas al la amikino. La

amikino estas malgaja. La juna frauxlino ludas kun la infanoj de la

najbaro. La knabo estas malkontenta. La avo skribas al la amiko. La

avo kuras. La juna infano estas malgranda. La amiko skribas bele. La

maljuna viro estas malfelicxa. La malbona najbaro kuras kun la juna

infano de la nevo. En la familio estas maljuna avo kaj juna knabino. La

felicxaj knaboj kantas, dum la malgajaj amikoj skribas.

Vertaal in Esperanto:

De knaap speelt. De jonge vriendin zingt. De goede tante leest. De

juffrouw schrijft. Het kind is tevreden. De nicht speelt en de neef

zingt. De vader schrijft aan den zoon. De zuster van de vriendin. De

tante van den buurman. De goede grootmoeder van het jonge kind. De

broeder van den jongen buurman is gelukkig. De familie is groot. De

vader is gelukkig en tevreden. De vrouw zingt vroolijk, terwijl de

man schrijft. De bloedverwanten komen. Het kleine meisje loopt naar

de moeder. De dochter van den buurman is een tevreden en gelukkig

kind. Een man en eene vrouw zijn menschen.

Het Esperanto in Twintig Lessen · 第 1 / 20 章