Besluit.
Maar ik heb reeds lang mij zelf vergeten en de mij gestelde perken
overschreden. Zijt gij soms van oordeel, dat ik in mijn spreken wat
al te uitgelaten of al te lang van stof geweest ben, bedenkt dan,
dat het niet alleen de Zotheid, maar ook een vrouw was, die het
woord heeft gevoerd. Doch herinnert U desniettemin ook dit Grieksch
spreekwoord: Een gek kan ook dikwijls een woordje, dat van pas is,
spreken, tenzij ge soms mocht van oordeel zijn, dat dit volstrekt
niet op vrouwen slaat.
Ik zie, dat ge nog een slotrede verwacht, maar gij zijt al heel
dwaas, als gij tenminste meent, dat ik mij nu nog herinner wat ik
gezegd heb, na zulk een stortvloed van woorden. Het oude spreekwoord
luidt: Ik haat hem, die het onder den beker gesprokene niet vergeet,
het nieuwe: Ik haat een hoorder met een goed geheugen. Daarom dan:
Vaartwel, juicht mij toe, leeft en drinkt, roemruchtige priesters in
het heiligdom der Zotheid.