Afkomst der Zotheid.
Gij kent dus mijn naam, gij--hoe zal ik U anders betitelen dan,
gij groote zotten? De Godin Zotheid kan haar ingewijden immers geen
vereerender naam geven dan dezen? Maar omdat allen niet evenzeer met
mijn afkomst bekend zijn, wil ik U al aanstonds met behulp der Muzen
op de hoogte daarvan brengen. Mijn vader was evenmin Chaos als Orcus
[33] of Saturnus [34] of Japetus [35] of eenig ander van dat slag van
versleten en versmeten Goden, maar Plutus [36], hij alleen, de vader
van menschen zoowel als van Goden [37], ook al mogen Hesiodus [38] en
Homerus en zelfs Jupiter dit ontkennen. Door zijn wenk alleen wordt,
evenals vroeger, zoo ook nu nog al het heilige en onheilige, hemel en
aarde dooreengemengd. Zijn willekeur bestiert alles, oorlog en vrede,
bevelhebberschappen en raadszittingen, rechtspraak en volksvergadering,
huwelijken, verdragen, verbonden, wetten, kunsten en wetenschappen,
ernst en scherts, kortom--de adem begeeft mij reeds--alle openbare en
bijzondere zaken der menschen. Zonder zijn hulp zou die geheele bent
van dichterlijke Godheden, of laat ik het stouter uitdrukken, zou ook
die uitverkorenen kring van Goden òf in 't geheel niet bestaan, òf in
allen gevalle altijd thuis een eenvoudig maaltje hebben en zoo een
hoogst armzalig leventje leiden. [39] Al wie hem tegen zich heeft,
zal bij Pallas zelfs geen voldoenden steun vinden, maar wien hij
genadig is, die kan zelfs den hoogsten Jupiter met zijn bliksem naar
den duivel wenschen. Op het bezit van zulk een vader beroem ik mij! En
hij heeft mij niet uit zijn hersenpan doen voortkomen, zooals Jupiter
die norsche en kribbebijtrige Pallas, maar hij verwekte mij bij een
alleraardigste en allergeestigste Nymf, Jonkheid genaamd, en hij had
zich aan haar niet verbonden door een vervelenden huwelijksband--ge
weet, dat zoo die manke smid (Vulcanus) geboren werd--maar, wat wel
zoo aangenaam is, hij was met haar in liefde vereenigd, zooals onze
Homerus zegt. Maar gij moet niet denken, dat ik het leven te danken
heb aan dien afgeleefden en blinden Plutus van Aristophanes, neen, hij
werd mijn vader, toen hij nog in de kracht van 't leven was en gloeide
niet alleen van het vuur der jeugd, maar nog veel meer van den nectar,
dien hij op een godenmaal wat al te ruim en al te sterk gedronken had.
Hoofdstuk VIII.
Haar geboorteplaats en voedsters.
Vraagt gij soms ook naar mijn geboorteplaats--men meent immers
heden ten dage, dat het voor iemands aanzien een hoogst belangrijk
verschil maakt, op welke plaats hij het eerst zijn gekrijt heeft laten
hooren--ik zag noch op het ronddrijvende eiland Delos [40], noch in
de golvende zee [41], noch in een holle grot het eerste levenslicht,
maar op de eilanden der gelukzaligen, waar zonder zaaien noch ploegen
alles wast, waar men geen moeite noch ouderdom, noch ziekte kent,
noch ergens op het veld asfodil, malve, ajuin, lupinen of boonen of
ander dergelijk gemeen gewas wordt aangetroffen, maar overal oog en
neus gestreeld worden door moly, panacee, nepenthe [42], magolijn,
ambrozijn [43], lotus, rozen, violen, hyacinthen en andere planten
van sieraad en genot.
Te midden van al deze heerlijkheden geboren, begon ik mijn leven
geenszins met gekrijt, maar had ik voor mijn moeder dadelijk een
lachje ten beste. Er bestaat ook voor mij volstrekt geen reden den
hoogen zoon van Kronos [44] zijn voedster, de geit, te benijden,
omdat mij twee alleraardigste nymfen gezoogd hebben, Methe [45], een
dochter van Bacchus, en Apaedia [46], een dochter van Pan [47], die
gij hier ook als gezellin in het gevolg mijner overige dienaressen
ziet. Haar namen zult gij, als het uw verlangen is die te leeren
kennen, van mij alleen in het Grieksch hooren.