VII.

De academias de baile, of dansscholen.—Een verleidelijk affiche:

het Salon del recreo.—De bailes de palillos.—De aankomst der

boleras.—La boleras robadas.—De ververschingen.—La Campanera danst

den Jaleo de Jerez.—De Engelschman, de zakdoek en de durillo.—De

cantadotes.—De coplas de baile.—De Vito Sevillano.

Geen vreemdeling vertoeft eenigen tijd in de hoofdstad van Andalusië,

zonder het verlangen te koesteren deze zoo beroemde dansen te leeren

kennen. In den schouwburg gebeurt het slechts zelden dat de

voorstelling niet wordt besloten met den baile nacional, het ballet,

dat aan den avond het pikantste geeft en dikwijls veel beter is dan het

blijspel of het drama; ook zeide men eertijds dat de dans de saus van

de komedie—la salsa de la comedia—was.

Maar naast deze theatrale dansen heeft men de populaire dansen, die

welke men op feestdagen ziet in de taveernen der stad of der

voorsteden; en eindelijk de bals, die men van tijd tot tijd in zekere

etablissementen geeft, welke den titel voeren van academies of

dansscholen, en wier directeurs nooit in gebreke blijven het programma

van zulk een bal in de hôtels en de casas de huespedes te zenden.

Op zekeren morgen stelde men ons een prachtig, op rosé papier gedrukt

affiche ter hand. Het behelsde de aankondiging van een bal door Louis

Botella, den directeur eener academia de baile, te geven. Dit

gedeeltelijk in het fransch, gedeeltelijk in het spaansch opgestelde

bericht bevatte de verleidelijkste beloften waaraan het onmogelijk was

weerstand te bieden, zoodat wij des avonds omstreeks half negen uren

onzen weg naar de academia de baile namen. In de calle de Tarifa

beklommen wij in het eerste huis aan onze rechterhand een steilen en

smallen trap, ter nauwernood door het twijfelachtige schijnsel van een

aan den muur bevestigden ijzeren candil verlicht, en kwamen op de

tweede verdieping, waar zich het „salon del recreo,” het beroemdste der

stad, zooals de aankondiging luidde, bevond.

Bedoeld salon, door den eigenaar met den weidschen naam van academie

betiteld, was slechts een vrij groot, vierkant vertrek, welks decoratie

en meublement aan de eenvoudigheid der eerste eeuwen deed denken. Wij

waren de eersten en wij konden het geheel op ons gemak opnemen.

Vier van die groote met matten zittingen bekleede canapés, in Andalusië

zoo gewoon, en langs de wanden der zaal geplaatst, benevens eenige

stoelen van hetzelfde allooi, waarvan sommigen voor de boleras bestemd

waren, maakten het geheele meublement van het salon uit: de vensters

waren zediglijk met witte katoenen gordijnen met roode en gele randen

behangen. Aan de witte muren hingen eenige teekeningen, andalusische

dansen voorstellende of daarop betrekking hebbende, in geverniste

dennenhouten lijsten. Eer de boleras opdaagden, hadden wij den tijd een

aantal dezer schitterend gekleurde lithographieën op te nemen, de Polo

de contrabandista de Malagueña del Sorero en andere beroemde passen

voorstellende; het waren meesterstukken uit de fabriek van Mitjana van

Malaga afkomstig, tot versiering van de tot uitvoer bestemde doozen met

gedroogde rozijnen. De galerij bestond nog uit eenige portretten van

beroemde danseressen, zoo als la Perla, Aurora la Cujini, la Nena en

andere bailadoras, wier naam in de jaarboeken der spaansche danskunst

met roem staat opgeteekend. Maar het kapitale stuk, dat terecht de

eereplaats innam, was de teekening van een kunstenaar der stad, die met

naïeve waarheid het portret van den directeur der academie had

vervaardigd, en wel in het groot costuum van den bolero en tevens in de

meest zegevierende houding van den jaleo de Jerez.

Terwijl wij in gesprek waren met den heer des huizes,—dueño de la casa,

zagen wij achtereenvolgens een aantal bezoekers opdagen, allen

liefhebbers, die meerendeels den korten zwarten pantalon en den

marsille of het korte andalusische vest droegen. Het waren bijna allen

werklieden, want de lieden uit de hoogere klasse wonen slechts zeer

zelden de bailes de palillos, dat wil zeggen de bals met castagnetten,

bij. Vervolgens kwamen allerhande vreemdelingen: Duitschers,

Engelschen, Franschen en Russen, vergezeld door eenige dames, die de

nieuwsgierigheid herwaarts had gedreven; daarna een ciego of blinde,

door een twaalfjarigen knaap begeleid en met een viool onder den arm;

deze ciego maakte het geheele orchest van den baile uit.

Don Louis Botella, ziende dat zijn salon zoetjes aan vol werd, verliet

ons, om eens hoogte van de ontvangst te gaan nemen; men betaalt zijn

plaats in de esculeas de baile; de prijs verschilt al naar de lieden er

uitzien, van vier tot twintig realen. Daarna ontving hij de

binnenkomenden en draaide het licht op, dat begon te verflauwen; deze

verlichting bestond uit zes of acht lampen, die aan den muur tusschen

de door ons bewonderde prenten hingen. Het werd tijd, want reeds

hoorden wij op de trap een gemengd gedruisch van vrouwenstemmen, gelach

en castagnetten, gepaard met een geruisch van zijde en van gaas. Weldra

traden, met de losheid andalusische boleras eigen, zes danseressen met

satijn geschoeid en in het klassieke costuum, dat iedereen kent,

gekleed, binnen; zij werden vergezeld door eenige in zwarte mantilles

gehulde oude vrouwen, die allerhande kledingstukken op den arm hadden;

maar eenige oogenblikken later zagen wij een nieuw paar binnenkomen,

dat zich waarschijnlijk niet met de anderen wilde vermengen: het was

eene jonge bolera met een tartan over de schouders en in een gesteven

japon, vergezeld door een zeer bruine oude vrouw, die met haar rood en

harig gelaat er alles behalve innemend uitzag. Het was waarschijnlijk

de moeder der bolera.

Dejad paso à las balaidoras! (maakt plaats voor de danseressen!) riep

met een bevelende stem de maestro de baile.

Het corps de ballet, majestueus door de menigte heen dringende,

doorkruiste het salon in zijne volle lengte en bleef aan het einde

stilstaan, waar eenige handdrukken gewisseld werden met de aficionados,

een gemeenzaamheid, die slechts de habitués zich mogen veroorloven.

Intusschen liep de directeur met de grootste bedrijvigheid links en

rechts, om zijn publiek te doen plaats nemen, wel zorg dragende dat hij

de beste stoelen voor drie vreemdelingen hield, welke, daar zij bij het

binnenkomen een duro hadden betaald, hem voorkwamen personages de

campanillas, voorname lieden, te zijn. Een zeker aantal Russen en

Inglis-manglis, wier allervreemdst voorkomen hun vrij wat beleefdheden

van den directeur bezorgde, namen, vol ongeduld om den dans te zien

beginnen, op den eersten rang plaats. Wat de Andalusiërs betreft, deze

bleven meerendeels staan, zoo als past aan lieden, die slechts half

geld of in het geheel niet betaald hebben.

Inmiddels begon de blinde vioolspeler de eerste noten van het air der

boleras robadas aan te geven; twee danseressen hadden reeds tegenover

elkander plaats genomen, met de punt van den rechter voet vooruit en

het bovenlijf links op zijde gebogen; vervolgens eene beweging makende,

de boleras van beroep eigen, haalden zij met hare handen de zijden

koorden van den ring aan, waarmede de ivoren castagnetten aan hare

duimen bevestigd zijn. Het geklikklak der castagnetten deed zich

hooren, en de beide danseressen volbrachten haar bevalligen en vluggen

dans, onder de toejuiching van de geheele vergadering.

—Alza, Morenita! zeide de maestro, terwijl hij zich tot de jongste der

beide danseressen wendde, wier zwarte haren en amberkleurige tint haar

bijnaam volkomen rechtvaardigen.

—Jui Jerezana! Anda salero! liet de groep aficionados er op hooren,

terwijl deze met stem en handen de metgezellin der Morenita, een bruin

en stevig meisje van Jerez de la Frontera, aanmoedigden.

De beide bailarinas, opgewekt door het handgeklap en de bewonderende

uitdrukking der vergadering, dansten nog eens zoo levendig en maakten,

na verloop van eenige minuten, plaats voor een nieuw paar, dat op hare

beurt weder door twee andere danseressen vervangen werd. De Morenita en

de Jerezana kwamen vervolgens weder op het tapijt, terwijl ieder harer

gezellinnen eveneens beurtelings verdween, om, na verloop van een

oogenblik, andermaal te verschijnen. Aldus eindigde de eerste dans,

boleras robadas geheeten, terwijl ieder zich uit de voeten maakte, om

een oogenblik later weder zijn plaats in te nemen.

De toeschouwers naderden de boleras om haar hun compliment te maken, en

aanstonds kwamen de in het zwart gekleede duegna’s opzetten en wierpen

de tartans, die zij op den arm hadden, over de schouders der arme

danseressen; want deze hijgden naar adem en waren doodaf. Zij begaven

zich naar een aangrenzend vertrekje, waarin wij nog geen voet gezet

hadden: wij volgden haar derwaarts en vonden er een tafel met allerlei

suikergoed en ververschingen beladen: dat was het buffet, ongetwijfeld

door een agent van den maestro de baile gehouden. Wij boden de boleras

dulces aan, die zij gretig aannamen.

Het is bekend dat de andalusische dames verzot zijn op suikergoed: het

corps de ballet gaf er ons een nieuw bewijs van, terwijl het in één

oogenblik een aanzienlijke hoeveelheid dulces de yema, sorbetes en

andere ververschingen deed verdwijnen, waaraan zij groote behoefte

hadden.

De Russen en de Inglis-manglis kwamen nu ook opzetten en wilden van hun

kant haar ook dulces aanbieden, die met even weinig complimenten werden

aangenomen als de onze, en dat verzwelgen van confituren begon van

nieuws af aan. Waarschijnlijk zou er zoo spoedig geen eind aan zijn

gekomen, als de komst van het eerste sujet niet door een groot rumoer

ware aangekondigd.

De Campanera, een groote, slanke brunette, trad met het grootste gemak

en de volmaaktste ongedwongenheid binnen; de stoutmoedigheid die zij

verried, wetende hoe zeker zij van haar zaak was, had ons bijna op de

gedachte gebracht van die spaansche danseres „met castagnetten en

onbeschaamdheid gewapend”, waarvan Gramont in zijne gedenkschriften

gewaagt. Voor ruim twaalf jaar hadden wij de Campanera voor het eerst

zien dansen; zij was dus geen debutante, maar de kunst verving bij haar

de verdwijnende jeugd. Slechts weinig vreemdelingen hebben, tijdens hun

verblijf te Sevilla, de gelegenheid gemist de Campanera te zien, hetzij

in den schouwburg, hetzij in de escuela de baile, of wel bij een bezoek

aan de Giralda; want de danseres bewoonde toen den toren der hoofdkerk

met den klokkeluider, haar vader,—el campanero, een in alle opzichten

braaf man.

De Campanera plaatste zich alleen midden in den kring om den Jaleo de

Jerez te dansen, waarvan zij de eerste mudanzas (figuren) met veel brio

uitvoerde, zoo goed mogelijk geaccompagneerd door den armen ciego, die

nu en dan een beetje uit de maat geraakte. Dewijl hij daarenboven

tamelijk valsch speelde, hoorde men mompelen, en daartusschen ook het

geroep van: „Fuera el violin! Venga la guitarra!” De Andalusiërs wilden

geen viool meer: zij riepen met geweld om de gitaar; maar wat te doen?

De officieele guitarrero, dien men overal zocht, was er nog niet.

Inmiddels had de blinde, door zijn gering succes ontmoedigd, opgehouden

te spelen en de Campanera stond eensklaps onbewegelijk stil.

Wij kwamen toen op den inval, den ciego zijn instrument te vragen voor

een aficionado, die aanbood hem een oogenblik te vervangen; hij scheen

recht in zijn schik van de zaak af te komen, en weldra speelde een

onzer den Jaleo, ik durf zeggen, met groot talent; want de Campanera,

door het spel aangevuurd, danste het slot van den Jaleo de Jerez onder

het uitbundig gejuich der menigte, waarvan ook een gedeelte aan den

geïmproviseerden vioolspeler toekwam. Toch verloor de bolera het hoofd

te midden van haar zegepraal niet: zij sloeg een blik op een lange

figuur met groote rosachtige bakkebaarden, die ons toescheen een

Engelschman te zijn, en na voor hem eenige passen gedanst te hebben,

die zij met hare bevalligste glimlachjes accompagneerde, wierp zij hem,

terwijl zij zich verwijderde, een geborduurden zakdoek toe.

De Engelschman bekeek dien aan alle kanten en zag ons met een

verbaasden blik aan; wij legden hem uit, dat, als de Jaleo is

afgedanst, de andalusische danseresse, even als de indische bayaderen,

de gewoonte hadden haar zakdoek aan een der toeschouwers, die door haar

was opgemerkt, toe te werpen, en dat deze, in ruil voor zulk een

vleiende onderscheiding, haar dien gewoonlijk teruggaf met een in een

der hoeken geknoopten durillo. De Engelschman deed gewillig wat wij hem

zeiden, en de Campanera, na het goudstukje te hebben opgestoken,

bedankte hem door nog eenige passen voor hem uit te voeren.

De zoo gewenschte guitarrero daagde eindelijk, in gezelschap van een

aantal cantadores, op: het was een mooie kerel van Sevilla, die het

andalusische costuum recht kranig droeg. Hij heette Enrique Prado, en

had een heerlijke stem, ofschoon hij, even als bijna alle Andalusiërs,

een weinig door den neus zong. Na een paar zeer origineele grepen in de

snaren, begon hij een paar in Andalusië populaire coupletten of coplas

de baile te zingen, waarvan de vertaling luidt:

„De liefde ontstaat in het hart als een plant door de genegenheid

besproeid, maar de hardheid doet haar verkwijnen; als zij er wortel

schiet, en men haar uitrukt, neemt men een gedeelte der ziel mede.

„Gedachte, gij die sneller vliegt dan de vogel, breng dit souvenir aan

haar die gij kent, en zeg aan mijne liefste dat ik haar beeltenis draag

in mijn hart.”

Na dit couplet begonnen de dansen van nieuws af aan, en de voornaamste

boleras wilden zich in een solo onderscheiden; de boleras de Jaleo, de

mollares, de panderos en andere andalusische dansen werden uitgevoerd,

onder het accompagnement van gitaren en castagnetten, want ieder der

aficionados had, als een echte Andalusiër, zijn instrument bij zich.

Eindelijk scheidde men, en te huis gekomen, meenden wij den ganschen

nacht door in onzen slaap niets anders te hooren dan jaleos, boleras en

allerhande andalusische liederen, waaraan het verplichte accompagnement

niet ontbrak.

Een echte sevillasche dans, en die, even als de Zapateado, gewoonlijk

door eene vrouw alleen wordt gedanst, is de vito Sevillano, welks naam

waarschijnlijk van den heiligen Vitus afkomstig is. Er zijn weinig

dansen, waarvan de muziek zoo vroolijk en wegsleepend is als van dezen

door de majas van Sevilla zoo zeer gewilden dans, die er vermaak in

scheppen hem tusschen twee glazen andalusischen wijn uit te voeren in

de melonares of de cortijos, door den Guadalquivir besproeid.

Op zekeren dag door een onzer vrienden, een inwoner van Sevilla,

uitgenoodigd, zagen wij dien door eene der beroemdste balaidoras

dansen; wij kwamen te midden van een gezelschap terecht, waar het feest

der beide patronessen van Sevilla gevierd werd. Het ontbijt was juist

afgeloopen, en er was op de tafel niets overgebleven dan eenige glazen

wijn van een goudgele kleur. Encarnacion, dit was de naam van de maja,

die men had uitgenoodigd eens te dansen, klom langzaam op de tafel.

Aanstonds vernam men het geluid der guitaar, der castagnetten en der

panderos, en zij begon met bevalligheid en bewonderenswaardige

zekerheid te dansen, zonder een der verspreide en voor hare voeten

staande glazen aan te raken, terwijl een der majos daarbij een liedje

zong. Na hem herhaalden al de aanwezigen dit refrein in koor, terwijl

zij in de hand de maat sloegen.

Salero, Salero!

Arimeta acá,

Que vienne el torito,

Valiente estocáa!

„Bekoorlijke, bekoorlijke—nader mij—want hier is de stier;—de lange

stootdegen!”

Een ander vervolgde met dat geliefde couplet, waarin de vrouwen bij

verschillende metalen worden vergeleken.

„De jonge meisjes zijn van goud—de getrouwde vrouwen van zilver;—de

weduwen zijn van koper, en de oude vrouwen van blik.”

De danseres zette voortdurend haar dans tusschen de glazen voort, toen

zich een stem liet hooren:

Tire oste la caña! Tire oste la caña!

Tirar la caña, letterlijk vertaald het glas werpen, beteekent in

Andalusië een tour d’adresse, dien de danseres soms midden onder het

dansen uitvoert en daarin bestaat, dat zij met een snelle beweging een

caña, een glaasje, dat zich uitstekend voor dien tour leent, omhoog

werpt en den daarin aanwezigen wijn uitdrinkt.

Encarnation volbracht dit kunststuk allervoortreffelijkst zonder een

oogenblik uit de maat te geraken, en na in één teug de caña geledigd te

hebben, sprong zij even vlug van de tafel als zij er op was gestegen.

Wij hopen later met deze schetsen uit het volksleven voort te gaan.

Omwandelingen door een gedeelte van Spanje De Aarde en haar volken, 1868 · 第 11 / 12 题