27 Augustus.

Lieve Vadertje Langbeen.

Zeg, waar zit je nu?

Ik weet nooit in welken hoek van de wereld je eigenlijk bent, maar

ik hoop, dat je in elk geval niet met die afschuwelijke warmte in

New-York zit. Ik hoop dat je ergens op een hoogen bergtop zit (maar

niet in Zwitserland, een beetje dichterbij). Denk alsjeblieft eens

aan mij. Ik ben heelemaal alleen en ik verlang er toch zoo naar, dat

iemand een oogenblik aan mij denkt. O lieveling, ik zou het toch zoo

heerlijk vinden, als ik je werkelijk kende. Wanneer we ons dan alle

twee ongelukkig voelden, zouden we elkaar kunnen opvroolijken.

Ik denk niet, dat ik nog lang op Lock Willow zal blijven. Ik zal maar

weggaan. Sallie gaat den volgenden winter naar Boston om daar voor haar

proefschrift te werken. Zou het niet aardig zijn als we samen gingen,

dan zouden we samen een werkkamer hebben en ik zou schrijven terwijl

zij aan haar proefschrift werkte, en 's avonds zouden we heel veel aan

elkaar hebben. De avonden zijn hier zoo lang. Ik heb alleen maar de

Semples en Carrie en Amasai om mee te praten. Ik weet al van te voren,

dat je niet op mijn plannen zult ingaan. Ik zie al het briefje van je

secretaris:

„Mejuffrouw Jerusha Abbott.

Lock Willow.

„Geachte Mejuffrouw,

„Mijnheer Smith ziet liever, dat u op Lock Willow blijft.

Hoogachtend,

Elmer H. Griggs”.

Ik heb het land aan je secretaris. Ik ben er van overtuigd, dat een

man, die Elmer H. Griggs heet, vervelend moet zijn. Maar werkelijk,

lieveling, ik geloof in ernst dat ik naar Boston moet gaan. Ik kan hier

niet langer blijven. Als er niet gauw iets gebeurt, zal ik me uit pure

wanhoop nog gaan verdrinken.

Lieve deugd, wat is het warm! Het gras is heelemaal verschroeid en de

beekjes zijn uitgedroogd, de wegen stoffig! Het heeft weken en weken

lang niet geregend.

Deze brief klinkt heusch, alsof ik de hydrophobia had, maar dat is toch

niet zoo. Ik verlang alleen maar naar familie, naar iemand die van me

houdt.

Nacht, mijn lieve Vadertje. Ik wou, dat ik je kende.

Judy.

Lock Willow.

3 October.

Lieve Vadertje Langbeen.

Je eigenhandig geschreven briefje (en nog wel met zoo'n onzeker schrift)

kreeg ik juist vanmorgen. Wat naar, dat je ziek bent geweest! Ik had je

niet met mijn zaken lastig gevallen als ik dat geweten had. Ja, ik zal

je mijn verdriet vertellen. Maar, het is nogal ingewikkeld om het alles

te schrijven en het is een héél intieme kwestie. Bewaar dezen brief

alsjeblieft niet, maar verbrand hem als je hem gelezen hebt.

Voordat ik begin, stuur ik je eerst een chèque van $ 1000.— Het lijkt

wel grappig, hé, dat ik aan jou een chèque stuur. Waarmee denk je wel,

dat ik dat zoo ineens heb verdiend?

Ik heb mijn boek verkocht, Vadertje. Het wordt nu in zeven deelen

uitgegeven en dan in een boekdeel. Je denkt nu misschien, dat ik

opgewonden van geluk ben, maar dat is toch niet zoo. Het kan me haast

niets schelen. Natuurlijk ben ik blij, dat ik met het afbetalen een

begin kan maken. Ik ben je meer dan $ 2000.— schuldig. Het zal bij

gedeelten binnenkomen. Wees nu niet vervelend en zeg niet, dat je het

niet wilt aannemen, want ik voor mij vind het een heerlijk gevoel, dat

ik het terugbetalen kan. Ik ben jou veel meer dan je geld schuldig. Voor

die rest zal ik je mijn heele leven dankbaar blijven en je liefhebben.

En nu Vadertje, moet ik je over iets anders spreken. Geef me nu een heel

goeden raad.

Je weet, dat ik altijd heel veel van je heb gehouden. Jij was immers

mijn heele familie in één. Maar natuurlijk neem je me niet kwalijk, als

ik je zeg dat ik nog een anderen man op een heel, heel andere manier

liefheb. Het zal je wel niet moeilijk vallen te begrijpen, wie dat is.

Ik vermoed dat je het allang hebt gemerkt, dat mijn brieven vol waren

van Jongeheer Jervie.

Ik wou dat ik je duidelijk kon maken, hoe hij is en hoe

vriendschappelijk onze omgang was. We denken zoowat hetzelfde over

alles. Ik ben bang dat ik dikwijls geneigd ben eerst te denken, hoe

_hij_ het wel zou vinden. Maar hij heeft ook altijd gelijk. Dat moet

ook, zie je, want hij is veertien jaar ouder dan ik. In andere dingen is

hij weer een echte groote jongen en dan moet je wel degelijk voor hem

zorgen. Hij heeft er b.v. geen flauw benul van, dat je overschoenen moet

dragen, als het nat, regenachtig weer is. Hij en ik vinden dezelfde

dingen leuk, en dat is ook een heeleboel waard. Het is erg vervelend

wanneer de humoristische kijk op de dingen van twee menschen niet

hetzelfde is. Ik geloof niet dat die twee dan werkelijk samen gelukkig

kunnen zijn.

En dan is hij ... Ach, ik kan het je niet zeggen, hij is, die hij is

en ik mis hem, ik mis hem vreeselijk. De heele wereld schijnt me zoo

leeg en ellendig zonder hem. Ik haat den maneschijn, omdat die zoo

prachtig is en hij niet bij me is om er samen met mij van te genieten.

Maar misschien heb jij ook wel eens van iemand gehouden en weet je dus

wat ik nu lijd. Als dat zoo is, hoef ik er ook niet verder over te

spreken en als je het nooit gedaan hebt, wel, dan kan ik het je toch

niet duidelijk maken.

In elk geval, ik verlang ontzettend naar hem. En ik heb geweigerd met

hem te trouwen.

Ik gaf er hem geen reden voor op. Ik voelde me zoo ellendig en moe en ik

kon niet denken bij wat ik zei. En nu is hij boos weggegaan en denkt,

dat ik van Jimmie McBride hou. En dat is nog zoo'n jongen, heelemaal

geen man. Maar Jongeheer Jervie en ik raakten van het eene misverstand

in het andere en we griefden elkaar. Ik vroeg hem om weg te gaan, niet

omdat ik hem niet genoeg liefhad, maar juist omdat ik hem boven alles

liefheb. Ik was bang dat hij er later berouw van zou hebben en dat zou

ik niet kunnen verdragen. Het schijnt me niet goed voor iemand als ik,

die nog niet eens de naam van mijn ouders ken, in zoo'n familie te

trouwen. Ik heb hem nog nooit over het vondelingengesticht gesproken en

ik vond het altijd vreeselijk, dat ik daar niet voor uit dorst komen, en

dat ik niet eens zelf wist, wie of ik eigenlijk ben. Misschien ben ik

wel van heel lage afkomst, en zijn familie is trotsch. En ik ben ook

trotsch.

Dan voelde ik ook een band tusschen jou en mij. Nu je mij de opleiding

voor schrijfster hebt gegeven, heb ik de verplichting tenminste te

trachten er een te worden. Het zou niet eerlijk zijn, eerst die

opleiding aan te nemen en dan er mee uit te scheiden en er geen gebruik

van te maken. Maar nu ik al een deel van de som heb terugbetaald, voel

ik de schulden al lichter op me wegen en ook zie ik nu in, dat ik kan

schrijven al ben ik getrouwd.

Ik heb er heel veel over nagedacht. Natuurlijk, hij is socialist, en

heeft dus geen bekrompen gedachten over standsverschil. Misschien kan

het hem niets schelen om iemand uit het volk te trouwen, zooals wel

meer mannen er over denken. En als twee menschen goed harmonieeren en

met elkaar gelukkig zijn en zich ellendig en verlaten voelen wanneer ze

gescheiden zijn, moeten ze misschien wel niets ter wereld tusschen zich

dulden. Natuurlijk wil ik dat vreeselijk graag gelooven, maar ik had ook

graag uw onpartijdig oordeel gehoord. Jij behoort waarschijnlijk ook tot

een aanzienlijke familie en je zult er van een wereldsch standpunt over

oordeelen en niet alleen van een medevoelend-menschelijk standpunt. Dus

zie je hoe dapper ik ben, om mijn lot door jou te laten beslissen.

Denk eens aan, als ik nu naar hem toeging en hem vertelde dat de oorzaak

van onze ellende niet Jimmie McBride maar het John Grier Home was, zou

dat niet vreeselijk voor me zijn? Ik zou er in elk geval veel moed voor

noodig hebben. Neen, dan blijf ik me nog liever mijn heele verdere

leven ellendig-alleen voelen.

Dit alles is zoowat twee maanden geleden gebeurd. Ik heb nog geen woord

van hem gehoord sedert hij hier was, en ik ging juist aan het gevoel van

een gebroken hart wennen, toen ik zoo net een brief van Julia kreeg, die

me heelemaal van stuur maakt. Ze schrijft zoo terloops, dat „Oom Jervie”

een heelen stormnacht uit is gebleven, terwijl hij in Canada op de jacht

was en hij heeft sedert dien naren nacht longontsteking. En dat heb ik

nooit geweten! Ik voelde me gekrenkt, omdat hij weg was gebleven en

niets meer van zich had laten hooren! Ik denk, dat hij zich nu ook erg

ongelukkig voelt, net als ik.

Wat raad je me nu aan te doen?

Judy.

Vadertje Langbeen · 第 102 / 103 题