Liefste Vadertje,
Heb je het poststempel wel gezien? Ja, het is zoo, we zijn op Lock
Willow! Sallie en ik vereeren deze plaats met onze tegenwoordigheid
gedurende de Paaschvacantie. Wij meenden, dat dat het beste was, wat
we in onze vacantie doen konden. We waren beiden op en top zenuwachtig
geworden en konden het niet langer in Fergussen Hall uithouden. En als
je in zoo'n toestand verkeert, is het een straf, om met 400 meisjes in
één zaal te eten. Er is dan zooveel lawaai, dat je niet met het meisje
tegenover je kunt spreken als je beide handen niet voor je mond houdt en
hard schreeuwt. Heusch waar!
We hollen de heuvels op en af en lezen en schrijven en hebben hier
een heerlijken rustigen tijd. Dezen morgen beklommen we den Sky Hill.
Je weet wel, de berg, waar Jongeheer Jervie en ik eens ons avondeten
hebben klaargemaakt. Ik kon nog de plek ontdekken, waar de rots door den
rook van ons vuur heelemaal zwart was geworden. Het is toch vreemd dat
sommige plekken je dadelijk aan bepaalde menschen herinneren. Je kunt
er niet langs, zonder aan ze te denken. Ik voelde me erg verlaten zoo
zonder hem, net twee minuten lang.
Wat denk je wel, dat mijn laatste werk is, Vadertje? Je zult wel gaan
denken dat ik onverbeterlijk ben. Ik schrijf een boek! Drie weken
geleden begon ik ermee en ik schiet er heerlijk mee op. Ik ben nu
eindelijk achter het geheim gekomen. Jongeheer Jervie en die uitgever
hadden gelijk. Je schrijft het best, wanneer je het over dingen hebt
die je door en door kent. En dezen keer heb ik het over iets, waarvan
ik zeker weet te kunnen spreken. Raad eens wat! Het John Grier Home!
En het wordt goed, Vadertje. Ik geloof het beslist. Tot op de kleine
onbelangrijke alledaagsche dingetjes toe. Ik ben nu een realiste. Ik heb
de romantiek er aan gegeven. Daartoe zal ik later nog wel terugkeeren,
wanneer mijn eigen avontuurlijke toekomst begint.
Dit boek zal ik nu afmaken ook, en dan wordt het uitgegeven. Je zult
het zien! Als je vurig naar iets verlangt en maar volhoudend blijft
volharden, dan zet je je zin toch door op den duur. Ik heb er nu al vier
jaar lang op gewacht een brief van jou te ontvangen en ik geef den moed
nog altijd niet op.
Nacht Vadertje!
(Ik vind het prettig je „Vadertje” te noemen. Het klinkt zoo aardig,
vertrouwelijk!)
Je je liefhebbende
Judy.
P.S. Ik vergat nog, je nieuws van hier te vertellen. En het is toch
werkelijk erg wanhopig nieuws. Lees maar niet verder als je niet tot
tranen toe geroerd wilt worden.
Arme, oude Grover is dood! Hij was zoo zwak, dat hij niet meer kon eten
en ze moesten hem daarom wel dood schieten.
Negen kuikens zijn laatst door een wezel of een bunzing of een rat
om het leven gebracht.
Een van de koeien is ziek en we hebben den veearts uit Bonnyrigg Four
Corners laten komen. Amasai moest den heelen nacht opblijven om de koe
lijnzaadolie en whisky te geven maar we hebben er een zwaar hart over
of die arme zieke koe wel iets anders dan lijnzaadolie te proeven heeft
gekregen.
Sentimenteele Tommy (de schildpad) is spoorloos verdwenen. We zijn bang
dat hij in een val terecht is gekomen.
Er is toch een macht verdriet op de wereld.