Liefste Vadertje,
Ik heb toch zoo'n tegenslag op mijn letterkundigen loopbaan gekregen.
Eigenlijk weet ik niet of ik het je vertellen zal, ja of neen, maar ik
heb zoo'n behoefte aan sympathie, stilzwijgende sympathie alsjeblieft.
Open de wonde niet door er in je volgenden brief over te schrijven.
Ik heb een boek geschreven. Alle winteravonden heb ik er het vorig jaar
in mijn vrijen tijd aan gewerkt en ook dezen zomer, wanneer ik niet
mijn twee dommertjes Latijn moest inpompen. Juist voordat College weer
opende, was het klaar en ik stuurde het naar een uitgever. Hij hield
het twee lange maanden en ik was er toch zoo zeker van, dat hij het zou
aannemen. Maar gisterenmorgen kwam een pakje met de expres (ik moest
er nog 30 cent voor betalen) en daar hadt ik het toch weer terug. Er
lag nog een brief van den uitgever bij, heel vriendelijk en vaderlijk
geschreven, maar erg openhartig. Hij zei, dat hij aan het adres zag, dat
ik nog studeerde en als ik een goeden raad wilde aannemen, dan zou hij
me voorstellen voorloopig al mijn wilskracht voor de studie te gebruiken
en met schrijven te wachten totdat ik gepromoveerd was. Daarbij gaf hij
mij de opinie van den man weer, die het boek had doorgelezen. Hier hoor
je die meteen:
„Samenloop van omstandigheden zeer onwaarschijnlijk. Karakterbeschrijving
overdreven. Gesprekken gedwongen en onnatuurlijk. Veel humor maar niet
altijd op de goede plaats. Raad haar aan, door te zetten, mettertijd zal
zij nog een goed boek kunnen schrijven”.
Niet erg vleiend, vind je wel? En ik dacht nog wel, dat ik den schat
van de Amerikaansche letterkunde met mijn geesteskind zou verrijken. Ja
heusch, zoo ijdel was ik. Ik wou je eens aardig verrassen door een goede
novelle te schrijven nog voordat ik promoveerde. De stof verzamelde ik
bij Julia's familie, toen ik daar met Kerstmis logeerde. Maar ik moet je
ook eerlijk bekennen, dat ik zelf inzie dat de uitgever gelijk heeft.
Twee weken is waarschijnlijk niet lang genoeg om de manieren en de
gewoonten van een groote stad en een vreemde omgeving gade te slaan.
Ik nam dat rampzalige boek gistermiddag met me mee en toen ik bij de
verwarmingsinrichting kwam, ging ik er in en vroeg den stoker, of ik
even van zijn fornuis gebruik mocht maken. Hij deed heel beleefd het
deurtje voor me open en met mijn eigen handen stopte ik de vellen
papier er in. Ik had het gevoel of ik mijn eigen kind had omgebracht.
Geheel terneergeslagen ging ik naar bed. Ik wanhoopte, of ik het wel
ooit tot iets zou brengen en dan hadt jij toch maar je geld voor niets
uitgegeven. Maar stel je voor! Vanmorgen word ik wakker met een prachtig
nieuw schema in mijn hoofd en nu loop ik den geheelen dag al over de
verschillende karakters na te denken en voel me in den zevenden hemel.
Niemand zal me ooit van pessimisme kunnen beschuldigen. Wanneer mijn
man en twaalf kinderen bij een aardbeving zouden omkomen, zou ik den
volgenden morgen weer in een rooskleurige bui opstaan en probeeren een
ander stel bij elkaar te krijgen.