9 Juni.

Mijn lieve, beste Vadertje Langbeen.

Het is vandaag een heerlijke dag. Ik ben juist door mijn laatste examen

gekomen en wel in de physiologie. En nu:

_Nu ga ik drie maanden naar een boerderij!_

Ik weet heelemaal niet wat eigenlijk een boerderij voor een ding is.

Ik ben er in mijn heele leven nog nooit in geweest. Ik heb er zelfs nog

nooit een gezien (behalve uit het spoorraampje), maar ik weet zeker, dat

het daar heerlijk is en ik er heel vrij zal zijn.

Ik ben er nog altijd niet aan gewend, dat ik nu van het John Grier Home

verlost ben. Wanneer ik daar maar even aan terugdenk, voel ik koude

rillingen over mijn rug loopen en dan zou ik wel hard willen weghollen

en telkens omkijken, om te zien of Juffrouw Lippett nog niet vlak achter

me is, om me met haar grijphanden mee te sleuren.

Ik hoef me dezen zomer gelukkig aan niemand te storen, niet waar?

Van jouw gezag heb ik niet de minste last, je bent veel te ver weg om

me ook maar eenigszins in den weg te staan. Juffrouw Lippett is voor

mij voor altijd dood en de Semples hoeven zeker geen toezicht over

mijn zedelijk welzijn te houden. Neen, ik ben er zeker van, dat dat

niet noodig is, want ik ben nu immers een groot jongmeisje. Hoera!

Ik moet je nu in den steek laten want ik moet mijn koffer pakken en nog

drie kisten met theeketels en kopjes en schoteltjes en sofakussens en

boeken vullen.

Altijd,

Je Judy.

P.S. Hier heb je mijn examenvragen voor Physiologie. Zou je denken dat

jij er ook door was gekomen?

Lock Willow Farm.

Zaterdagnacht.

Liefste Vadertje Langbeen.

[Illustratie]

Ik ben juist hier aangekomen en ik heb mijn koffer nog niet uitgepakt,

maar ik kan er toch niet mee wachten met je te schrijven. Ik moet je

dadelijk vertellen hoe dolletjes ik het hier op de boerderij vind. Het

is in één woord zalig. Kijk, het huis ziet er zoo uit: en het is oud,

wel honderd jaar geloof ik! Het heeft een waranda aan den kant, dien ik

niet kan teekenen en een aardige ingang van voren. Het is jammer, dat

ik niet alles kan teekenen zooals het er werkelijk uitziet. Die dingen,

die net speelgoedboompjes zijn, zijn eschdoorns en die prikkelige aan

den oprijweg zijn poëtisch murmelende dennen en sparren. Het huis staat

op den top van een heuvel en je kijkt mijlen ver weg over groene

weilanden tot aan een andere heuvelrij.

De menschen, die hier wonen, zijn: de twee Semples, man en vrouw, en een

boerenmeisje en twee boerenknechten. Die drie laatsten eten in de keuken

en de twee Semples en Judy in de eetkamer. Wij hadden vanavond ham met

eieren en honing en boterhammen met gelei en pudding en kaas en thee en

we hebben een heeleboel samen afgepraat. Ik heb in mijn heele leven nog

nooit zooveel gebabbeld! Alles, wat je hier ziet, is ook even grappig.

Ik geloof dat ik dat alleen maar vind omdat ik nog nooit buiten geweest

ben, en al mijn vragen komen uit een enorm groote onwetendheid voort.

[Illustratie]

De kamer met het kruisje is niet die, waar de moord is gepleegd, maar

waar je kleine beschermeling slaapt. Zij (de kamer) is groot en vierkant

en frisch en heeft eenige ouderwetsche meubels en langs het raam groeit

een klimplant met gele bloemen, die er afvallen als je er even aan

raakt. En in de kamer staat nog een groote vierkante mahoniehouten

tafel. Daar zal ik dezen zomer met gefronst voorhoofd en mijn ellebogen

onder mijn hoofd aan zitten en de eene novelle na de andere schrijven.

O lieveling, ik ben zoo opgewonden! Ik kan heelemaal niet wachten tot

het eindelijk weer dag is! Het is nu half negen en ik zal dadelijk mijn

kaars uitblazen en probeeren wat te slapen. Wij staan hier om vijf uur

al op. Heb je ooit zoo iets grappigs gehoord? Ik kan werkelijk niet

gelooven, dat ik nog dezelfde oude Judy ben. Jij en de goede God geven

me veel meer dan me eigenlijk toekomt. Ik moet wel heel, heel goed zijn

om het je ooit te vergelden. Maar ik ga mijn best doen. Je zult het

zien.

Nacht Vadertje!

Je Judy.

P.S. Ik wou dat je die kikkers kon hooren kwaken en de varkens knorren.

Je moet ook eens even naar de nieuwe maan kijken. Ik zag hem net van

over mijn rechter schouder.

Lock Willow.

Vadertje Langbeen · 第 35 / 103 题