Mijn lieve, beste Vadertje Langbeen.
Het is vandaag een heerlijke dag. Ik ben juist door mijn laatste examen
gekomen en wel in de physiologie. En nu:
_Nu ga ik drie maanden naar een boerderij!_
Ik weet heelemaal niet wat eigenlijk een boerderij voor een ding is.
Ik ben er in mijn heele leven nog nooit in geweest. Ik heb er zelfs nog
nooit een gezien (behalve uit het spoorraampje), maar ik weet zeker, dat
het daar heerlijk is en ik er heel vrij zal zijn.
Ik ben er nog altijd niet aan gewend, dat ik nu van het John Grier Home
verlost ben. Wanneer ik daar maar even aan terugdenk, voel ik koude
rillingen over mijn rug loopen en dan zou ik wel hard willen weghollen
en telkens omkijken, om te zien of Juffrouw Lippett nog niet vlak achter
me is, om me met haar grijphanden mee te sleuren.
Ik hoef me dezen zomer gelukkig aan niemand te storen, niet waar?
Van jouw gezag heb ik niet de minste last, je bent veel te ver weg om
me ook maar eenigszins in den weg te staan. Juffrouw Lippett is voor
mij voor altijd dood en de Semples hoeven zeker geen toezicht over
mijn zedelijk welzijn te houden. Neen, ik ben er zeker van, dat dat
niet noodig is, want ik ben nu immers een groot jongmeisje. Hoera!
Ik moet je nu in den steek laten want ik moet mijn koffer pakken en nog
drie kisten met theeketels en kopjes en schoteltjes en sofakussens en
boeken vullen.
Altijd,
Je Judy.
P.S. Hier heb je mijn examenvragen voor Physiologie. Zou je denken dat
jij er ook door was gekomen?
Lock Willow Farm.
Zaterdagnacht.
Liefste Vadertje Langbeen.
[Illustratie]
Ik ben juist hier aangekomen en ik heb mijn koffer nog niet uitgepakt,
maar ik kan er toch niet mee wachten met je te schrijven. Ik moet je
dadelijk vertellen hoe dolletjes ik het hier op de boerderij vind. Het
is in één woord zalig. Kijk, het huis ziet er zoo uit: en het is oud,
wel honderd jaar geloof ik! Het heeft een waranda aan den kant, dien ik
niet kan teekenen en een aardige ingang van voren. Het is jammer, dat
ik niet alles kan teekenen zooals het er werkelijk uitziet. Die dingen,
die net speelgoedboompjes zijn, zijn eschdoorns en die prikkelige aan
den oprijweg zijn poëtisch murmelende dennen en sparren. Het huis staat
op den top van een heuvel en je kijkt mijlen ver weg over groene
weilanden tot aan een andere heuvelrij.
De menschen, die hier wonen, zijn: de twee Semples, man en vrouw, en een
boerenmeisje en twee boerenknechten. Die drie laatsten eten in de keuken
en de twee Semples en Judy in de eetkamer. Wij hadden vanavond ham met
eieren en honing en boterhammen met gelei en pudding en kaas en thee en
we hebben een heeleboel samen afgepraat. Ik heb in mijn heele leven nog
nooit zooveel gebabbeld! Alles, wat je hier ziet, is ook even grappig.
Ik geloof dat ik dat alleen maar vind omdat ik nog nooit buiten geweest
ben, en al mijn vragen komen uit een enorm groote onwetendheid voort.
[Illustratie]
De kamer met het kruisje is niet die, waar de moord is gepleegd, maar
waar je kleine beschermeling slaapt. Zij (de kamer) is groot en vierkant
en frisch en heeft eenige ouderwetsche meubels en langs het raam groeit
een klimplant met gele bloemen, die er afvallen als je er even aan
raakt. En in de kamer staat nog een groote vierkante mahoniehouten
tafel. Daar zal ik dezen zomer met gefronst voorhoofd en mijn ellebogen
onder mijn hoofd aan zitten en de eene novelle na de andere schrijven.
O lieveling, ik ben zoo opgewonden! Ik kan heelemaal niet wachten tot
het eindelijk weer dag is! Het is nu half negen en ik zal dadelijk mijn
kaars uitblazen en probeeren wat te slapen. Wij staan hier om vijf uur
al op. Heb je ooit zoo iets grappigs gehoord? Ik kan werkelijk niet
gelooven, dat ik nog dezelfde oude Judy ben. Jij en de goede God geven
me veel meer dan me eigenlijk toekomt. Ik moet wel heel, heel goed zijn
om het je ooit te vergelden. Maar ik ga mijn best doen. Je zult het
zien.
Nacht Vadertje!
Je Judy.
P.S. Ik wou dat je die kikkers kon hooren kwaken en de varkens knorren.
Je moet ook eens even naar de nieuwe maan kijken. Ik zag hem net van
over mijn rechter schouder.
Lock Willow.